Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:1233

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-09-2021
Datum publicatie
14-09-2021
Zaaknummer
19/04263
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2019:4873
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:567
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen vervaardigen van amfetamine (art. 47 Sr jo. 2.D Opiumwet). 1. Bewijsklacht t.a.v. pleegdatum. Is op bewezenverklaarde datum daadwerkelijk amfetamine vervaardigd? 2. Is betrokkenheid van verdachte toereikend gemotiveerd?

Ad 1. ’s Hof oordeel dat op 26-3-2015 sprake is geweest van vervaardigen van amfetamine, is ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk. Daarbij kunnen ‘s hofs vaststellingen betreffende de temperatuur van de stoomgenerator (die erop duiden dat deze op 26-3-2015 ingeschakeld is geweest) in aanmerking worden genomen in samenhang met wat hof blijkens zijn bewijsvoering voor het overige in aanmerking heeft genomen, waaronder de in de woning aangetroffen installaties en de omstandigheden waarin verdachte en zijn medeverdachten op die datum zijn aangetroffen in bosperceel in de buurt van die woning in de nabijheid van tassen met materiaal dat aan laboratorium gerelateerd kan worden.

Ad 2. Gelet op wat hof blijkens zijn bewijsoverwegingen heeft vastgesteld, o.m. over sporenbeeld en aantreffen van verdachte in bosperceel nabij laboratorium, is ’s hofs oordeel dat verdachte op 26-3-2015 betrokken is geweest bij vervaardigen van amfetamine (ook in het licht van gevoerd verweer) toereikend gemotiveerd.

Volgt verwerping. Samenhang met vijf andere zaken. CAG: anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2021-0271
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/04263

Datum 14 september 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 september 2019, nummer 20/000782-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch opdat de zaak op het bestaande beroep opnieuw zal worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat op 26 maart 2015 sprake is geweest van het daadwerkelijk vervaardigen van amfetamine en ook niet dat de verdachte ten behoeve van die productie werkzaamheden heeft verricht.

2.2.1

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

“hij op 26 maart 2015 te Well (Limburg), gemeente Bergen (Limburg), tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft vervaardigd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.”

2.2.2

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsvoering:

“Bewijsmiddelen

Naar aanleiding van een melding door de regionale meldkamer te Limburg omstreeks 16.20 uur ging de politie op 26 maart 2015 naar de woning gelegen aan [b-straat 1] te Well. Volgens de melding zou er een schietpartij hebben plaatsgevonden. (...)

In het kader van het onderzoek is [betrokkene 1] als getuige gehoord. [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij op 26 maart 2015 over de [b-straat ] reed. Op de kruising van de [a-straat] te Well met de [b-straat ] zag [betrokkene 1] dat er vier mannen liepen. Deze mannen liepen vanuit de [a-straat] in de richting van de [b-straat ] naar het bos. Deze mannen droegen allemaal minimaal één tas, waaronder een gele Jumbotas. Ook getuige [betrokkene 2] - woonachtig aan [a-straat 2] te Well - zag dat op 26 maart 2015, omstreeks 16.20 uur, vier personen in de richting van het bos liepen.

Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] kwamen op 26 maart 2015, omstreeks 16.45 uur, aan bij de kruising van de [a-straat] met de [b-straat ] . Deze verbalisanten hoorden dat een collega een getuige had gesproken, die had verklaard dat vier mannen over de [a-straat] in de richting van de [c-straat] liepen. Deze vier mannen zouden bigshopper tassen bij zich dragen. Naar aanleiding van deze informatie reden [verbalisant 2] en [verbalisant 1] over de [a-straat] in de richting van de [c-straat] . Na ongeveer een kilometer te hebben gereden, zagen [verbalisant 2] en [verbalisant 1] dat een aantal personen in het bosperceel liep en dat die personen tassen bij zich droegen. Omdat de politie nog uitging van een mogelijke schietpartij, werd op versterking gewacht alvorens de in het bosperceel waargenomen personen te benaderen.

Uiteindelijk zijn in het bosperceel vier mannen in de directe nabijheid van elkaar aangehouden. Het gaat om [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 1] en [verdachte] . Deze personen zijn op 26 maart 2015 tussen omstreeks 16.50 uur en omstreeks 17.00 uur aangehouden. Verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] hebben gerelateerd dat zij hadden gezien dat in het bosperceel bij de drie mannen die zij in het zicht hadden diverse bigshopper tassen c.q. tassen op de grond lagen.

In het bosperceel alwaar de verdachte en de medeverdachten werden aangehouden, zijn verschillende goederen aangetroffen, waaronder (big shopper) tassen. Het gaat om: Albert Heijn tassen (bigshoppers, twee stuks) met daarin diverse zwarte latex handschoenen, lege blikjes, een halfgelaatsmasker en kleding, een Jumbo tas, een Converse tas en een blauwe reistas met daarin (onder andere) een halfgelaatsmasker, een filter in verpakking, veiligheidsbrillen in verpakking en werkhandschoenen. Uit het rapport van het NFI d.d. 12 april 2018 volgt dat op een hengsel van één van tassen DNA-materiaal dat matcht met [medeverdachte 5] is aangetroffen. Eveneens is DNA-materiaal dat matcht met [medeverdachte 5] aangetroffen op de binnenrand van een (halfgelaats)masker. In beide gevallen is de matchkans kleiner dan één op één miljard.

Voorts zijn onder [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 1] en [verdachte] diverse goederen aangetroffen:

- in de linkerbroekzak van [medeverdachte 4] is een paar zwarte latex handschoenen aangetroffen en 99 sigarettenpeuken;

- in de broekzak van [medeverdachte 5] zijn twee gele briefjes aangetroffen.

- op één briefje staan diverse getallen en op het andere briefje staat:

‘stomen

80 of 85 liter

140 graden brengen.

stoompin erin

en op 155 houden tot aan einde.

stoomvat op 4 bar laten’.

- verbalisant [verbalisant 6] heeft daaromtrent gerelateerd dat hij vermoedde dat de op het briefje geschreven tekst aantekeningen betreffen voor het productieproces van synthetische drugs. [verbalisant 6] kreeg dit vermoeden omdat hij - door werkervaring bij het Team Ondermijning - bekend is met het productieproces van synthetische drugs en hem bekend is dat een stoomvat wordt gebruikt voor de productie van synthetische drugs;

- bij de fouillering van [medeverdachte 1] is een paar zwarte Pu-flex rubber handschoenen aangetroffen;

- voorts is bij de insluitingsfouillering van [medeverdachte 1] een sleutelbos aangetroffen. Deze sleutelbos was voorzien van een klapsleutel, die toebehoort aan een voertuig van het merk Volkswagen. Tevens hingen aan deze sleutelring een tweetal blanke sleutels en een zwart transponderkastje met oranje knoppen. Verbalisanten zagen dat het erf waarop de woning, [a-straat 1] te Well, stond, was omheind met een hekwerk. Aan de voorzijde van het erf was een poort die toegang gaf tot het erf. Deze poort was voorzien van een op afstand bestuurbare inrichting om de poort te kunnen openen. Verbalisanten constateerden dat met de onder [medeverdachte 1] aangetroffen transponder de toegangspoort naar de woning gelegen aan de [a-straat 1] te Well kon worden geopend;

- onder [verdachte] is een paar zwarte latex handschoenen aangetroffen. Voorts blijkt dat ‑ tijdens de aanhouding - onder [verdachte] een plastic zak werd aangetroffen. In deze plastic zak zat onder andere een blauwe spijkerbroek van het merk Antony Morato, type Don Giovanni. In deze spijkerbroek werd een Nederlands rijbewijs aangetroffen dat was afgegeven aan [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] . [verdachte] droeg een vest van hetzelfde merk, Antony Morato, als de spijkerbroek, aangetroffen in deze tas en droeg een onderbroek van het merk ZIKI, hetzelfde merk als de onderbroek, aangetroffen in deze tas.

Getuige [betrokkene 3] heeft verklaard dat hij op 26 maart 2015 twee personen zag lopen bij de woning gelegen aan de [a-straat 1] te Well. De woning stond volgens [betrokkene 3] al een aantal jaren leeg. [betrokkene 3] zag op een gegeven moment dat één van de twee personen richting de poort liep van de woning gelegen aan de [a-straat 1] . Vervolgens hoorde hij dat iemand aan de poort zat. Op het moment dat [betrokkene 3] zag dat de politie in Well aanwezig was, heeft hij de meldkamer geïnformeerd over de omstandigheid dat hij twee personen bij voornoemde woning had gezien. Naar aanleiding van de door [betrokkene 3] gedane melding gaat de politie naar de woning gelegen aan de [a-straat 1] te Well.

Verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] zagen dat aan de achterzijde van de woning een personenauto stond geparkeerd. Het betrof een personenauto van het merk Toyota, type Yaris, in de kleur grijs en voorzien van het kenteken [kenteken] . Uit het onderzoek is gebleken dat voornoemde personenauto op naam stond van verhuurbedrijf [A] en dat de auto was gehuurd door een persoon die zich heeft gelegitimeerd met een rijbewijs en een paspoort als [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] . Voorts zagen [verbalisant 7] en [verbalisant 8] dat er in de kamer op de begane grond van de woning gelegen aan de [a-straat 1] te Well, diverse jerrycans en gasflessen stonden. Tevens roken zij een penetrante chemische geur afkomstig uit de woning. Hierop ontstond bij de verbalisanten het vermoeden dat er in de woning synthetische drugs werden geproduceerd. In afwachting van de komst van de Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmanteling (LFO) werd de woning onder bewaking gesteld. Na verkenning van de woning door medewerkers van het LFO op (onder andere) 26 maart 2015, van omstreeks 21.35 uur tot 23.35 uur, blijkt dat een aantal ruimten van de woning in gebruik is ten behoeve van de productie van amfetamine middels de Leuckartmethode met behulp van BMK:

- de woonkamer, ruimte A, was ingericht met productiemiddelen en chemicaliën ten behoeve van de 1e en 2e kookstap van amfetamine en een stoomdestillatieopstelling bestaande uit een rvs kookketel en een gemodificeerde gasfles (stoomgenerator) ten behoeve van het zuiveren van de ruwe amfetamine-base(olie). Met behulp van een warmtebeeldcamera bleek dat de stoomgenerator een temperatuur had van ongeveer 43 °C (omgevingstemperatuur 19 °C). Kennelijk was deze opstelling vrij recent gebruikt ten behoeve van het zuiveren van de ruwe amfetamine-base(olie);

- een kamer, ruimte B, was ingericht ten behoeve van het afvoeren van vrijgekomen dampen tijdens het vervaardigen van synthetische drugs in ruimte A. In deze ruimte stonden twee 1000 liter containers ingericht en in gebruik als gaswasser;

- de keuken, ruimte C, was in gebruik voor de opslag van productiemiddelen en verpakkingen met chemicaliën ten behoeve van de vervaardiging van synthetische drugs;

- een kamer, ruimte D, was ingericht en in gebruik met een groot aantal 120 liter klemdekselvaten ten behoeve van het logen van de ruwe zure amfetamine-base(olie);

- een ruimte, ruimte E, was in gebruik ten behoeve van de opslag van verpakkingen met chemicaliën;

- een douche, ruimte F, was in gebruik voor de opslag van een 220 liter dopvat.

Van de aangetroffen productiemiddelen en chemicaliën werden monsters genomen. Er werden (onder meer) monsters genomen van: een maatbeker gevuld met in totaal ongeveer vijftien liter vloeistof met vlies, een RVS pan gevuld met zure, bruinkleurige vloeistof, een afvalemmer gevuld met circa 40 liter heldere vloeistof, een dopvat gevuld met ongeveer 150 liter bruine zure vloeistof. Uit het rapport van het NFI d.d. 11 april 2015 blijkt dat de verschillende monsters amfetamine dan wel BMK bevatten. Amfetamine is vermeld op lijst I van de Opiumwet, BMK op bijlage I van de Verordening EG nummer 273/2004 inzake drugsprecursoren.

Gelet op hetgeen medewerkers van het LFO hebben aangetroffen, alsmede gelet op de tijdsduur van de verschillende fasen van het productieproces, is het volgens het LFO zeer aannemelijk dat de productieplaats langer dan drie dagen, dus vóór 23 maart 2015 op de locatie ( [a-straat 1] te Well) aanwezig was. In totaal is (in de woonkamer en in ruimte D-logen) 207,6 liter amfetaminebase(olie) aangetroffen. Met deze hoeveelheid aangetroffen amfetaminebase(olie) is het mogelijk tussen de 269,8 (onversneden/zuiver/droog) en 415-622 kilogram natte en mogelijk versneden amfetaminesulfaat/pasta te vervaardigen.

In de keuken van de woning (ruimte C) is een stuk karton met aantekeningen aangetroffen. Deze aantekeningen omschrijven onder andere de verhoudingen van chemicaliën die nodig zijn voor de vervaardiging van amfetamine volgens de Leuckartmethode, alsmede de tijdsduur die nodig is voor dit proces. Voorts is in de keuken een notitieblok met aantekeningen gevonden, die eveneens de vervaardiging van amfetamine (in grotere hoeveelheden) volgens de Leuckartmethode beschrijven. Op geschreven bladzijden uit dit, in een la gevonden, notitieblok werden verschillende dactyloscopische sporen aangetroffen. Meerdere van deze sporen komen overeen met de geregistreerde vingerafdrukken van [medeverdachte 5] .

In de woonkamer van de woning (ruimte A) is een fles Ice Tea aangetroffen. Er is een bemonstering gemaakt van de op de drinkrand van de fles Ice Tea aangetroffen biologische sporen (speeksel). Na onderzoek door het NFI bleek dat sprake was van een match met [medeverdachte 5] . De matchkans is kleiner dan één op één miljard.

In de woonkamer van de woning is eveneens een drinkpakje Wicky gevonden. Er is bemonstering gemaakt van de op de drinkrand van het pakje Wicky aangetroffen biologische sporen (speeksel). Uit onderzoek van het NFI blijkt dat sprake was van een match met [medeverdachte 3] . De matchkans is kleiner dan één op één miljard.

In de woonkamer (ruimte A) zijn ook zwarte latex handschoenen gevonden. Deze handschoenen zijn bemonsterd. Uit onderzoek van het NFI blijkt dat in deze handschoenen DNA-materiaal is aangetroffen dat matcht met [verdachte] , de matchkans is kleiner dan één op één miljard. Ook zijn daarin DNA-nevenmerken matchend met [medeverdachte 3] aangetroffen (matchkans niet berekend).

In ruimte D - de loogruimte - werden meerdere zwarte latex handschoenen aangetroffen. Deze handschoenen zijn bemonsterd. Na onderzoek door het NFI is komen vast te staan dat DNAmateriaal matchend met [verdachte] is aangetroffen in handschoenen, die zijn gevonden in ruimte D, de ruimte die als loogkamer werd gebruikt.

Algemene overweging

Het hof stelt voorop dat selectie en waardering van het bewijs aan de feitenrechter is voorbehouden. Dit betekent dat ingeval het tenlastegelegde bewezen wordt geacht, het aan het hof is voorbehouden om, binnen de door de wet getrokken grenzen, van het beschikbare materiaal datgene tot bewijs te bezigen wat deze uit het oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en terzijde te stellen wat hij voor het bewijs van geen waarde acht. De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven weergegeven bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Oordeel van het hof

Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte op 26 maart 2015 samen met anderen betrokken is geweest bij het opzettelijk vervaardigen van amfetamine in de woning, gelegen aan de [a-straat 1] te Well. Het hof beantwoordt deze vraag bevestigend.

In de woning [a-straat 1] te Well werd amfetamine geproduceerd; er is immers een geheel van voorwerpen, grondstoffen en instructies aangetroffen die wijzen op de productie van amfetamine én er is amfetaminebase aangetroffen. Op basis van de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen stelt het hof vast dat ook op 26 maart 2015 amfetamine werd geproduceerd. Ter zake van de in de woonkamer (ruimte A) aangetroffen stoomgenerator blijkt namelijk dat middels een warmtebeeldcamera is vastgesteld dat deze een temperatuur had van ongeveer 43 °C. Dit duidt er op dat de aangetroffen productieopstelling recent is gebruikt ten behoeve van het zuiveren van de ruwe amfetamine-base(olie).

Uit de resultaten van het uitgevoerde onderzoek en de locaties waar DNA- en dactyloscopische sporen zijn aangetroffen - direct gerelateerd aan het productieproces van amfetamine en op voorwerpen die daarmee verband houden - leidt het hof af dat [medeverdachte 5] , [verdachte] en [medeverdachte 3] directe werkzaamheden hebben verricht voor de productie van amfetamine in de woning gelegen aan de [a-straat 1] te Well.

Het hof leidt uit de omvang van het laboratorium en de aard van de sporen af dat sprake was van productie die overleg en op elkaar afgestemd handelen vergde. Dat merkt het hof aan als medeplegen. In dit verband overweegt het hof nog dat het weliswaar sporen betreft die zich bevinden op voorwerpen die in beginsel verplaatsbaar zijn, maar dat aan de locatie waar die sporen zijn aangetroffen, zeker gelet op de hoeveelheid, de verscheidenheid en de samenhang, wel degelijk betekenis toekomt, zolang er geen concrete en toetsbare verklaring voor de aanwezigheid op die plaats wordt gegeven.

Uit het feit dat [medeverdachte 1] met [medeverdachte 5] en [verdachte] werd aangetroffen in het bos, in de nabijheid van tassen met materiaal dat ook aan het laboratorium gerelateerd kan worden (halfgelaatsmasker, handschoenen) terwijl hij ook in het bezit van zwarte latex handschoenen was acht het hof een aanwijzing dat hij een soortgelijke rol had. Bewezen oordeelt het hof die rol op grond van de transponder die [medeverdachte 1] in zijn zak had. Deze “elektrische sleutel” van de poort veronderstelt immers een zekere zeggenschap over de toegang tot het erf en de woning.

[medeverdachte 4] is op 26 maart 2015 in de nabijheid van voornoemde personen en in de directe omgeving van de betreffende woning samen met de medeverdachten aangehouden. Van [medeverdachte 4] zijn weliswaar geen DNA- of dactyloscopische sporen in de woning gelegen aan de [a-straat 1] te Well aangetroffen, maar in de linkerbroekzak van de verdachte zijn wel zwarte latex handschoenen aangetroffen. In de woning gelegen aan de [a-straat 1] te Well zijn eveneens dergelijke handschoenen gevonden. Ook bij de medeverdachten [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn zwarte latex/rubber handschoenen aangetroffen. Blijkens het proces-verbaal van verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] lagen in het bosperceel waar [medeverdachte 5] , [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] zijn aangehouden meerdere (bigshopper) tassen. Ook in deze tassen zijn (diverse) zwarte latex handschoenen aangetroffen. Voorts zijn daarin aangetroffen: halfgelaatsmaskers, een filter en veiligheidsbrillen. Het gaat om voorwerpen die gebruikt kunnen worden in het kader van de productie van synthetische drugs.

Uit het feit dat [medeverdachte 4] met handschoenen en nabij deze attributen en personen is aangetroffen leidt het hof af dat hij een soortgelijke rol vervulde als de anderen. Uit de hoeveelheid peuken in de zak van [medeverdachte 4] kan worden afgeleid dat hij heeft geprobeerd voorwerpen die in het algemeen DNA materiaal bevatten te verwijderen van een plaats waar hij zich eerder bevond.

[medeverdachte 3] is weliswaar op een andere plaats aangehouden dan [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 5] , maar de gehuurde auto en de uitslagen van het DNA-onderzoek bewijzen zijn betrokkenheid bij het laboratorium en zijn paspoort (in de spijkerbroek) in de tas die onder [verdachte] werd aangetroffen bewijst zijn nauwe relatie tot de andere medeplegers, zodat het hof daaruit een soortgelijke rol afleidt.

Verweer van de verdediging strekkende tot vrijspraak

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Daartoe is - zakelijk weergegeven en op gronden zoals verwoord in de overgelegde pleitnota - het navolgende aangevoerd.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep een verklaring afgelegd ter zake van zijn betrokkenheid bij het aangetroffen drugslaboratorium. Deze verklaring houdt in dat de verdachte op 26 maart 2015 20 tot 25 zakken caustic soda in de woning heeft neergelegd. Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij zich op 26 maart 2015 samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk vervaardigen van amfetamine. Gelet op bovengenoemde verklaring van de verdachte heeft hij het ten laste gelegde feit niet gepleegd. Ten aanzien van de omstandigheid dat er meerdere handschoenen met daarop DNA-materiaal van de verdachte in de woning zijn aangetroffen, heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij op 26 maart 2015 veel moest niezen en dat er door het dragen van de handschoenen op zijn handen zweet ontstond. Om die reden heeft de verdachte op 26 maart 2015 verschillende keren nieuwe handschoenen aangetrokken en zijn er aldus ook meerdere handschoenen gevonden met daarop zijn DNA-materiaal. Voorts kan de verdachte niet worden herkend in de door de getuige [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] opgegeven signalementen. De mogelijkheid van een vijfde of zesde man die is/zijn ontkomen, staat derhalve open. Gelet hierop kan de aangetroffen plastic zak met toebehoren ook niet aan de verdachte worden toegeschreven.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof acht de door de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring, inhoudende dat hij op 26 maart 2015 niet meer heeft gedaan dan het in de woning neerleggen van zakken caustic soda, niet aannemelijk geworden.

Aan dit oordeel ligt in het bijzonder ten grondslag dat de verdachte deze verklaring pas ter terechtzitting in hoger beroep heeft afgelegd. Het geheel van feiten en omstandigheden, dat op zichzelf de conclusie kan dragen dat sprake was van de tenlastegelegde betrokkenheid bij het amfetaminelaboratorium, riep al veel eerder, in een fase dat nog onderzoek liep, om een uitleg. Bovendien sluit het door de verdachte geschetste scenario naar het oordeel van het hof niet aan bij het aangetroffen sporenbeeld. In het bijzonder niet bij het feit dat in verschillende ruimtes (ruimte A en ruimte D) handschoenen met daarop DNA-materiaal matchend met dat van de verdachte is aangetroffen en op één van die handschoenen eveneens DNA-materiaal is aangetroffen dat matcht met een medeverdachte.

Voor wat betreft de omstandigheid dat bij de verdachte het rijbewijs van medeverdachte [medeverdachte 3] is aangetroffen, stelt het hof vast dat verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] daaromtrent hebben gerelateerd dat tijdens de aanhouding van [verdachte] onder hem een plastic zak werd aangetroffen, dat in deze plastic zak (onder andere) een blauwe spijkerbroek zat en dat in deze broek het rijbewijs van [medeverdachte 3] werd aangetroffen. Voornoemde verbalisanten hebben hun bevindingen in een door hen op respectievelijk ambtseed en ambtsbelofte opgemaakt procesverbaal opgenomen. Op basis van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is het hof niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden getwijfeld aan de juistheid van hetgeen de verbalisanten hebben gerelateerd.

Maar al zou de tas niet direct onder de verdachte zijn aangetroffen, dan nog is de verdachte aangetroffen in de nabijheid van deze tas en overige attributen en personen waaruit een verdergaande betrokkenheid, als medepleger, van de verdachte kan worden afgeleid. Het feit dat het merk van de spijkerbroek in de tas en [verdachte] vest en van de door [verdachte] gedragen onderbroek en dat van de onderbroek in de tas overeenkomen, wijst overigens op een verband tussen [verdachte] en die tas.

Het hof verwerpt mitsdien het verweer van de verdediging.”

2.3.1

Het hof heeft onder meer geoordeeld dat op 26 maart 2015 sprake is geweest van het vervaardigen van amfetamine. Dat oordeel is ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen de hiervoor weergegeven vaststellingen betreffende de temperatuur van de stoomgenerator - welke erop duiden dat deze op 26 maart 2015 ingeschakeld is geweest - in samenhang met wat het hof blijkens zijn bewijsvoering voor het overige in aanmerking heeft genomen, waaronder de in de woning aan de [a-straat] in Well aangetroffen installaties alsmede de omstandigheden waarin de verdachte en zijn medeverdachten op die datum zijn aangetroffen in het bosperceel in de buurt van die woning in de nabijheid van tassen met materiaal dat aan het laboratorium gerelateerd kan worden. Voor zover het cassatiemiddel over dit oordeel klaagt, kan het niet tot cassatie leiden.

2.3.2

Ook voor het overige faalt het cassatiemiddel. Gelet op wat het hof blijkens de onder 2.2.2 weergegeven bewijsoverwegingen heeft vastgesteld, onder meer over het sporenbeeld en het aantreffen van de verdachte in het bosperceel nabij het laboratorium, is het oordeel van het hof dat de verdachte op 26 maart 2015 betrokken is geweest bij het vervaardigen van amfetamine - ook in het licht van het gevoerde verweer - toereikend gemotiveerd.

2.4

Het cassatiemiddel faalt.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 september 2021.