Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:1140

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-07-2021
Datum publicatie
13-07-2021
Zaaknummer
20/01749
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:537
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Caribische zaak. Medeplegen gewoontewitwassen (art. 2 Landsverordening strafbaarstelling witwassen van geld (oud) en art. 435b Wetboek van Strafrecht BES) en deelneming aan misdadige organisatie (art. 146 Wetboek van Strafrecht BES). 1. Ontbreken van de in beklagzaak door derden overgelegde producties. 2. Afwijzing verzoek o.g.v. art. 57.2 SvNA om 2 kennelijk niet bij hof ingeschreven advocaten toe te staan als raadslieden op te treden. 3. Bewijsklachten witwassen. Kunnen baren en broodjes goud, die vanuit Venezuela illegaal zijn geëxporteerd naar Aruba en Curaçao, worden aangemerkt als uit enig misdrijf afkomstig? 4. Bewijsklachten deelneming aan misdadige organisatie. Heeft verdachte deelgenomen aan criminele organisatie?

HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HR:2018:327. Samenhang met 20/00751 C.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/850
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/01749 C

Datum 13 juli 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 20 februari 2020, nummer H 177/2014, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juli 2021.