Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:1032

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-06-2021
Datum publicatie
29-06-2021
Zaaknummer
20/03814
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:549
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon naar Turkije t.z.v. medeplegen van dubbele moord en medeplegen van poging tot moord in het drugsmilieu.

Middel over de verwerping van het beroep op dreigende schending van het recht op een eerlijk proces o.a. wegens lidmaatschap van de opgeëiste persoon van de oppositiepartij HDP. HR: art. 81.1 RO.

HR ambtshalve: Rb heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Republiek Turkije toelaatbaar verklaard ter strafvervolging “ter zake van de verdenking dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten zoals vermeld op het tussen [ ] geplaatste deel van de bijlage”. Aan de uitspraak van de Rb is echter geen bijlage gehecht zodat deze daarom niet een voldoende omschrijving van de feiten bevat waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan. HR zal dit verzuim herstellen door de uitlevering toelaatbaar te verklaren voor de feiten die zijn omschreven in het hierna te noemen door de verzoekende Staat bij het uitleveringsverzoek overgelegde stuk.

Volgt vernietiging van de uitspraak van de Rb, maar uitsluitend v.zv. de Rb heeft verzuimd de feiten waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan, toereikend te vermelden; verklaart de uitlevering toelaatbaar voor de feiten zoals omschreven in het document getiteld “Republic of Turkey. Istanbul Anadolu Chief Public Prosecutor’s office” van de Public Prosecutor.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2021-0216
RvdW 2021/768
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/03814 U

Datum 29 juni 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 november 2020, nummer RK 20/1307, op een verzoek van de Republiek Turkije tot uitlevering

van

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,

hierna: de opgeëiste persoon.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft C.C. Polat, advocaat te Breukelen UT, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover de rechtbank heeft verzuimd de feiten waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan, genoegzaam te vermelden, tot toelaatbaarverklaring van de uitlevering ter zake van de in het uitleveringsverzoek, afkomstig van het Istanbul Anadolu Chief Public Prosecutor’s Office, gedateerd 19 december 2019, onder het opschrift “FACTS ABOUT HOW THE CRIME WAS COMMITTED” vermelde feiten, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman van de opgeëiste persoon heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van de rechtbank

3.1

De rechtbank heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Republiek Turkije toelaatbaar verklaard ter strafvervolging “ter zake van de verdenking dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten zoals vermeld op het tussen [ ] geplaatste deel van de bijlage”.

3.2

Aan de uitspraak van de rechtbank is echter geen bijlage gehecht zodat deze daarom niet een voldoende omschrijving van de feiten bevat waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan. De Hoge Raad zal dit verzuim herstellen door de uitlevering toelaatbaar te verklaren voor de feiten die zijn omschreven in het hierna te noemen door de verzoekende Staat bij het uitleveringsverzoek overgelegde stuk.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, maar uitsluitend voor zover de rechtbank heeft verzuimd de feiten waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan, toereikend te vermelden;

- verklaart de uitlevering toelaatbaar voor de feiten zoals omschreven in het document getiteld “Republic of Turkey. Istanbul Anadolu Chief Public Prosecutor’s office” van Olcay Aksoy, Istanbul Anadolu Public Prosecutor, van 19 december 2019;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 juni 2021.