Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:981

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-06-2020
Datum publicatie
02-06-2020
Zaaknummer
19/00856
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:341
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2019:1245
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen smaadschrift door publicatie boek waarin aangever in verband wordt gebracht met moord waarvoor ander onherroepelijk is veroordeeld, art. 261.2 Sr. 1. Afwijzing getuigenverzoeken. 2. Uos dat vervolging verdachte is gebaseerd op valse aangifte van aangever. 3. Beroep op art. 261.3 Sr. 4. Strafoplegging in strijd met art. 7 Grondwet, art. 10 EVRM en art. 19 IVBPR wegens gebrek aan ‘’pressing social need’’? 5. Heeft hof ten onrechte einduitspraak gedaan, nu verdachte ná sluiting onderzoek maar vóór einduitspraak wrakingsverzoek heeft ingediend? HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/750
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/00856

Datum 2 juni 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 februari 2019, nummer 21-003955-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T.J. Stapel, advocaat te Haarlem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juni 2020.