Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:916

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-05-2020
Datum publicatie
26-05-2020
Zaaknummer
19/01512
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:288
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Opzetheling scooter, art. 416.1.a Sr. Kan aan “you tube” ontleende omstandigheid dat “contactslot van scooter/bromfiets met bouten is vastgemaakt en eerst kan worden verwijderd en/of vervangen door plastic kap van voertuig los te schroeven”, worden aangemerkt als feit van algemene bekendheid? Art. 339.2 Sv. O.g.v. art. 339.2 Sv behoeven feiten of omstandigheden van algemene bekendheid geen bewijs, terwijl gegeven dat aan internetbron is ontleend van algemene bekendheid is indien dat gegeven geen specialistische kennis veronderstelt en juistheid daarvan redelijkerwijs niet voor betwisting vatbaar is (vgl. ECLI:NL:HR:2016:522). HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BP0291 m.b.t. ttz. ter sprake brengen van gegeven waarvan niet z.m. duidelijk is dat het algemeen bekend is en responsieplicht t.a.v. in dat verband gevoerd uos. Hof heeft blijkens bewijsvoering en o.b.v. daarin opgenomen verwijzing naar "de openbare bron you tube" kennelijk geoordeeld dat het van algemene bekendheid in de zin van art. 339.2 Sv is dat “contactslot van scooter/bromfiets met bouten is vastgemaakt en eerst kan worden verwijderd en/of vervangen door plastic kap van voertuig los te schroeven”. Dat oordeel is niet z.m. begrijpelijk. Geen cassatie bij gebrek aan belang, nu bewezenverklaring ook met weglating van onderdeel in nadere bewijsoverweging over wijze waarop contactslot van scooter is vastgemaakt en kan worden verwijderd, toereikend is gemotiveerd. Volgt verwerping.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2020-0185
NJB 2020/1459
RvdW 2020/715
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/01512

Datum 26 mei 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 maart 2019, nummer 20/002756-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H. Külcü, advocaat te Sittard, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring. Daartoe wordt aangevoerd dat de aan “you tube” ontleende overweging van het hof dat de omstandigheid dat “een contactslot van een scooter/bromfiets met bouten is vastgemaakt en eerst kan worden verwijderd en/of vervangen door de plastic kap van het voertuig los te schroeven” kan worden aangemerkt als een feit van algemene bekendheid, niet zonder meer begrijpelijk is.

2.2.1

Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:

“hij op 10 augustus 2018 te 's-Hertogenbosch een scooter voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.”

2.2.2

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“1. Een geschrift "Afschrift van aangifte" d.d. 5 augustus 2018 (pg. 54-55), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 1], politie:

Aangifte van diefstal van een brom/snorfiets.

Tijdstip achtergelaten 24 juli 2018

Tijdstip geconstateerd 1 augustus 2018

Omschrijving voorval Tijdens onze vakantie is mijn scooter gestolen die achter het huis in de tuin geparkeerd stond.

Merk Piaggio

Type C25

Bouwjaar 2011

Kenteken/verz. Plaat [kenteken]

Framenummer [001]

Slachtoffers [betrokkene 3]

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 augustus 2018 (pg. 1-2), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2]:

Op 10 augustus 2018 was ik, verbalisant [verbalisant 2], gekleed in herkenbaar politie-uniform en reed ik in een opvallend dienstvoertuig. Ik was belast met surveillance in de gemeente
’s-Hertogenbosch.

Op bovengenoemde datum, omstreeks 01.25 uur, reed ik op de Maaspoortweg. Ik zag dat vanaf de Burgemeester Godschalxstraat een scooter het Geerke op reed. Vanwege de afstand kon ik het kenteken niet lezen.

Ik zag dat de scooter bij het zien van mij zijn snelheid verhoogde. Ik zag dat de scooter hard over de drempels reed. Ik zag dat de bestuurder van de scooter meerdere keren achterom keek. Aan het gedrag van de bestuurder merkte ik dat de bestuurder niet gecontroleerd wilde worden.

Ik gaf via de portofoon aan andere eenheden door dat er een scooter vandoor ging. Later hoorde ik dat de bestuurder richting de A59 liep. Ik zag in de middenberm van de A59 een persoon liggen. Ik zag dat de persoon de mij ambtshalve bekende [verdachte] van [geboortedatum] 1981 was.

3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 augustus 2018 (pg. 8-10), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4]:

Op 10 augustus 2018 waren wij, verbalisanten, doende met surveillance in gemeente ’s-Hertogenbosch. Wij waren hiertoe gekleed in politie-uniform en reden in een opvallend dienstvoertuig.

Op genoemde datum, hoorden wij omstreeks 01:25 uur portofonisch een bericht van collega [verbalisant 2]. Wij hoorden dat [verbalisant 2] doorgaf achter een scooter aan te zitten die er met een hoge snelheid vandoor ging.

[verbalisant 2] gaf tevens aan dat hij niet meer achter de scooter aan kon blijven rijden, omdat hij op een paaltje stuitte waar hij met zijn voertuig niet langs kon.

Wij zijn daarop doorgereden in de richting van het viaduct van de Maaspoortweg onder de A59 wat grenst aan het Burgemeester van Zwietenpark. Direct daarop zagen wij vanaf onze rechterzijde, uit het Burgemeester van Zwietenpark een scooter aan komen rijden.

Wij zagen dat de bestuurder omkeek naar ons voertuig en doorreed over het Maasoeverpad. Hierop heb ik, [verbalisant 3], de stoptransparant aan de voorzijde van ons dienstvoertuig aangezet. Wij zagen dat, in verband met de duisternis, de blauwe optische signalen van ons voertuig duidelijk zichtbaar waren over het fietspad. De stoptransparant van het voertuig was ook nog steeds ingeschakeld. Wij zagen dat de bestuurder nog steeds niet reageerde op ons stopteken.

Hierop sprak ik, [verbalisant 4], middels de megafoon van de dienstauto de bestuurder aan. Ik zei meerdere malen dat de bestuurder zijn scooter moest stoppen. Wij zagen dat de bestuurder hier niet aan voldeed en zijn weg met onverminderde vaart vervolgde.

Op een gegeven moment boog het fietspad af, een houten bruggetje over. Wij zagen dat de scooter met onverminderde vaart op de bocht afreed. Daarop zagen wij dat de bestuurder met de scooter ten val kwam. Wij zagen dat de bestuurder als gevolg van de val op de grond kwam, weer op stond en het bruggetje over rende.

Daarop ben ik, [verbalisant 3], uit het dienstvoertuig gesprongen en achter de bestuurder aangerend. Ik zag dat de bestuurder een hoog talud op liep. Ik schat dat het talud ongeveer 5 meter hoog was en dat dit een dicht bebost talud was met hoge bomen erop. Ik zag dat achter de bomen een snelweg liep.

Na enkele minuten hoorde ik [verbalisant 2] portofonisch roepen dat hij de verdachte aantrof in de middenberm van de snelweg. Ik hoorde [verbalisant 2] roepen: Ik herken hem, het is [verdachte].

Ik, [verbalisant 4], stond bij de scooter waar de verdachte vanaf was gevallen. Ik zag dat het chassisnummer [001] betrof. Ik hoorde dat het chassisnummer hoorde bij een scooter die als gestolen gesignaleerd stond en het originele kenteken [kenteken] betrof.

4. Het proces-verbaal van aanhouding d.d. 10 augustus 2018 (pg. 18-19), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 2]:

Op 10 augustus 2018 omstreeks 01.45 uur hielden wij op het Maasoeverpad in 's-Hertogenbosch als verdachte aan [verdachte], geboren [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats].

5. Het niet doorgenummerde proces-verbaal van voorgeleiding en tevens einddossier d.d. 10 augustus 2018, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 6]:

Bij controle van de scooter blijkt deze van diefstal afkomstig te zijn, de scooter is weggenomen op 05 augustus 2018, waarvan middels internet aangifte is gedaan. En er zat geen contactslot op de scooter.

6. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 10 augustus 2018 (pg. 27-29), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van verdachte:

V: Vraag verbalisant

A: Antwoord verdachte

V: Terugkomend op de scooter waarvan gezien is dat jij er op reed. Na onderzoek bleek dat die scooter van diefstal afkomstig was. Jij reed erop. Hoe ben je aan die brommer gekomen?

A: Ik mocht er een proefrondje mee rijden.

7. Het proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Oost-Brabant d.d. 22 augustus 2018, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte:

Ik zou de scooter van [betrokkene 2] kopen voor € 250,-. Daar zat een helm bij.

8. De waarneming van het hof op de foto's op pagina 34 en 35 van het politiedossier dat de kap nog op de scooter zat en niet was beschadigd.”

2.2.3

Het hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring verder het volgende overwogen:

“De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Zijdens verdachte is vrijspraak bepleit. Daartoe is het navolgende aangevoerd.

De politierechter heeft overwogen dat de verdachte op de bromfiets heeft gereden terwijl het contactslot daarin ontbrak. Echter, de verdachte stelt dat in de scooter wel degelijk een contactslot zat toen hij deze meenam voor een proefrit. Hij heeft toen ook een sleutel meegekregen voor het contactslot zodat de scooter kon worden gestart. Zowel [betrokkene 1] als de verdachte (op een later moment) hebben de scooter gestart met deze sleutel. De verdachte is uiteindelijk met de scooter ten val gekomen en heeft daarbij een harde smak gemaakt. Mogelijk dat het contactslot toen uit de scooter is gekomen. De politie heeft daar echter, ondanks het uitdrukkelijke verzoek van de verdachte om ter plaatse te gaan kijken, geen onderzoek naar gedaan.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij de scooter, bouwjaar 2011, voor een bedrag van € 250,00 zou kopen van [betrokkene 2]. Bij de koop was volgens verdachte een helm inbegrepen. Deze prijs is naar het oordeel van het hof, na het raadplegen van openbare bronnen op internet, niet marktconform te noemen. Ook niet als wordt uitgegaan van het door de raadsman in hoger beroep genoemde bedrag van € 350,00. De verdachte is vervolgens midden in de nacht een proefrit gaan maken met de scooter. Toen de verdachte de politie zag heeft hij de snelheid opgevoerd en is hij hard weggereden, een stopteken negerend. Zelfs nadat hij ten val was gekomen wilde hij te voet wegvluchten door een snelweg over te steken. Hij wilde hoe dan ook aan een controle door de politie ontkomen. Het hof merkt voorts op dat het na raadpleging van de openbare bron you tube is gebleken dat een contactslot van een scooter/bromfiets met bouten is vastgemaakt en eerst kan worden verwijderd en/of vervangen door de plastic kap van het voertuig los te schroeven. Dat het slot er als gevolg van een val, ook ingeval van een harde val, los kan schieten acht het hof derhalve niet aannemelijk. Nu blijkens de foto’s in het dossier de kap bovendien nog op de scooter zat en niet was beschadigd, wordt de verklaring van de verdachte dat het contactslot als gevolg van de harde smak los is geraakt en uit de scooter is gevallen, als ongeloofwaardig terzijde gesteld. Het hof houdt het er voor dat het contactslot reeds ontbrak toen de verdachte de scooter voorhanden kreeg, hetgeen duidelijk zichtbaar voor hem moet zijn geweest. Desondanks is de verdachte met de scooter gaan rijden.

Onder deze feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van de scooter.

Het verweer wordt verworpen.”

2.3.1

Op grond van artikel 339 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) behoeven feiten of omstandigheden van algemene bekendheid geen bewijs. In de regel is een gegeven dat aan een internetbron is ontleend van algemene bekendheid indien dat gegeven geen specialistische kennis veronderstelt en de juistheid daarvan redelijkerwijs niet voor betwisting vatbaar is. (Vgl. HR 29 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:522, rechtsoverweging 2.4.)

2.3.2

Geen rechtsregel dwingt de rechter ertoe een algemeen bekend gegeven bij het onderzoek op de terechtzitting ter sprake te brengen. Indien echter niet zonder meer duidelijk is of het gaat om een algemeen bekend gegeven, behoort de rechter dat gegeven aan de orde te stellen bij de behandeling van de zaak op de terechtzitting. Aldus wordt voorkomen dat hij zijn beslissing doet steunen op mededelingen of waarnemingen die hem buiten het geding ter kennis zijn gekomen en waarvan de overige bij het geding betrokkenen onkundig zijn gebleven, zodat zij niet in staat zijn geweest zich daarover uit te laten. Indien bij dat onderzoek op de terechtzitting vervolgens het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt wordt ingenomen dat en waarom het gegeven niet van algemene bekendheid is, zal de rechter in geval van afwijking van dat standpunt in zijn uitspraak op de voet van artikel 359 lid 2 Sv de redenen dienen op te geven die daartoe hebben geleid. (Vgl. HR 11 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0291, rechtsoverweging 3.2.2.)

2.4

Het hof heeft blijkens de bewijsvoering en op basis van de daarin opgenomen verwijzing naar "de openbare bron you tube" kennelijk geoordeeld dat het van algemene bekendheid in de zin van artikel 339 lid 2 Sv is dat “een contactslot van een scooter/bromfiets met bouten is vastgemaakt en eerst kan worden verwijderd en/of vervangen door de plastic kap van het voertuig los te schroeven”. Dat oordeel is niet zonder meer begrijpelijk.

2.5

Het cassatiemiddel klaagt daarover terecht. Dat behoeft evenwel bij gebrek aan belang niet tot cassatie te leiden, nu de bewezenverklaring ook met weglating van het onderdeel in de nadere bewijsoverweging over de wijze waarop een contactslot van een scooter is vastgemaakt en kan worden verwijderd, toereikend is gemotiveerd.

2.6

Het cassatiemiddel is tevergeefs voorgesteld.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 mei 2020.