Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:915

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-05-2020
Datum publicatie
26-05-2020
Zaaknummer
19/02926
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:278
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Beschikking
Inhoudsindicatie

OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op 23 auto’s onder klager (eigenaar bedrijf dat bestaat uit in- en verkoop en onderhoud van auto’s) t.z.v. verdenking van witwassen. Kennelijk oordeel Rb dat voortduren van beslag op auto’s niet in overeenstemming is met eis van proportionaliteit toereikend gemotiveerd? HR: Op redenen vermeld in CAG is klacht gegrond. CAG: Rb overweegt dat zij “belang van strafvordering tegen belangen van klager bij voortduring van beslag’’ weegt. Daarmee is Rb kennelijk van oordeel dat de omstandigheden van het geval, i.v.m. hetgeen namens klager is aangevoerd t.a.v. naderend faillissement, onderzoek naar eisen van proportionaliteit en subsidiariteit meebrengen. In dat kader overweegt Rb dat zij ‘’van oordeel [is] dat belang van mogelijke verbeurdverklaring op dit moment niet opweegt tegen faillissement van bedrijf van klager’’ en dat ‘’alles overwegende, (…) keuze om beslag te handhaven en later verbeurd te verklaren op dit moment niet opweegt tegen persoonlijke belangen van klager.’’ Dit oordeel is niet z.m. begrijpelijk. Rechter dient bij toetsing van proportionaliteit van beslag blijk te geven van zorgvuldige belangenafweging door aandacht te besteden aan bijzonderheden van het geval. Dat betekent dat Rb niet alleen dient te motiveren dat en waarom handhaving van beslag zou leiden tot faillissement van bedrijf van klager maar ook waarom door dat faillissement persoonlijke belangen klager zwaarder dienen te wegen dan strafvorderlijk belang bij handhaving van beslag. Motivering Rb voldoet niet aan deze eisen. Rb gaat er niet op in dat klager zijn naderende faillissement niet concreet heeft onderbouwd, waardoor het niet duidelijk is of dit er al aan zat te komen omdat hij sowieso naar eigen zeggen in financieel zwaar weer zat. Daarnaast heeft OvJ aangevoerd dat beslag niet disproportioneel is omdat verdenking tegen klager eruit bestaat dat hij zijn onderneming is gestart met crimineel vermogen en het uitbouwen van deze onderneming en alle winsten die hier uit zijn voortgekomen als vervolgprofijt dienen te worden gezien. Van een concrete en zorgvuldige belangenafweging blijkt dan ook niet. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing (t.a.v. beslissing over 23 auto’s).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2020-0195
RvdW 2020/724
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/02926 B

Datum 26 mei 2020

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 10 mei 2019, nummer RK 19/238, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking, maar alleen zover deze betrekking heeft op de in beschikking vermelde 23 inbeslaggenomen auto’s alsmede de beslissing ten aanzien van de goederen waarvan de officier van justitie tot teruggave heeft besloten, waarbij de Hoge Raad de klager ten aanzien van deze laatste goederen niet-ontvankelijk zal verklaren in het beklag en tot terugwijzing naar de rechtbank teneinde in zoverre op het bestaande beklag opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het middel klaagt onder meer dat het kennelijke oordeel van de rechtbank dat het voortduren van het beslag op 23 auto’s niet in overeenstemming is met de eis van proportionaliteit ontoereikend is gemotiveerd.

2.2

Voor de behandeling van het klaagschrift en de inhoud van de bestreden beslissing wordt verwezen naar de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.

2.3

De klacht is gegrond. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5.2 en 5.3. Gelet daarop behoeft het cassatiemiddel voor het overige geen bespreking.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de beschikking van de rechtbank maar uitsluitend wat betreft de beslissing over de daarin vermelde 23 auto’s;

- wijst de zaak terug naar de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt behandeld en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 mei 2020.