Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:893

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-06-2020
Datum publicatie
02-06-2020
Zaaknummer
19/00935
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:554
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Voorhanden hebben creditcardmes op luchthaven in Eindhoven, art. 13.1 WWM. Beroep op art. 7 EVRM. Kan creditcardmes worden aangemerkt als blank wapen dat uiterlijk gelijkt op ander voorwerp dan wapen a.b.i. art. 2.1.4 WWM? HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/751
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/00935

Datum 2 juni 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 21 februari 2019, nummer 20-003613-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.F. Roelink, advocaat te Hoofddorp, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Namens de verdachte heeft S.E. de Vries, advocaat te Hoofddorp, daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juni 2020.