Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:845

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-05-2020
Datum publicatie
12-05-2020
Zaaknummer
19/01146
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2018:2821
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:249
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Hennepteelt (art. 3.B Opiumwet), aanwezig hebben van hennep (art. 3.C Opiumwet) en diefstal van elektriciteit (art. 310 Sr). Klachten m.b.t. (1) verbeurdverklaring in beslag genomen apparatuur voor het ‘minen’ van bitcoins en het oordeel hof dat die apparatuur een voorwerp is m.b.t. welke het feit is begaan en (2) de beslissing tot teruggave aan verdachte van in beslag genomen, nog niet teruggegeven, bitcoins en het oordeel hof dat voor de tegenwaarde bepalend is de waarde van de bitcoins t.t.v. vervreemding daarvan door OM. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/656
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/01146

Datum 12 mei 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 oktober 2018, nummer 22/004655-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2020.