Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:84

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21-01-2020
Datum publicatie
22-01-2020
Zaaknummer
18/03438
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:1414
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Peek
Beschikking
Inhoudsindicatie

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 18/03173, 18/03440, 18/03465, 18/04210, 18/04618, 18/04619, 18/04620, 18/04621 en 19/00047.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/03438

Datum 21 januari 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 juli 2018, nummer 23/003301-14, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

gevestigd te [plaats]

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet‑ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2020.