Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:8

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-01-2020
Datum publicatie
07-01-2020
Zaaknummer
18/05310
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:963
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Inhoudsindicatie

Doodslag in vrachtwagencabine te Breda. Verwerping beroep op noodweer(exces), art. 41 Sr. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte door het latere slachtoffer met zijn blote vuisten enkele keren op de linkerkant van zijn hoofd en lichaam is geslagen. Eerste klacht over oordeel van het Hof dat het met kracht toebrengen van een diepe en (potentieel) dodelijke steekwond in de hartstreek niet in proportionele verhouding staat tot vuistslagen. Tweede klacht over oordeel dat hevige gemoedsbeweging a.b.i. art. 41.2 Sr niet aannemelijk is geworden. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/148
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/05310

Datum 7 januari 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 december 2018, nummer 20/001199-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2020.