Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:765

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21-04-2020
Datum publicatie
21-04-2020
Zaaknummer
18/05153
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:282
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2018:2919
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen doodslag (art. 287 Sr) en medeplegen diefstal (d.m.v. valse sleutel), meermalen gepleegd (art. 311.1 Sr) door in woning van slachtoffer geweld op slachtoffer toe te passen en zijn pinpas mee te nemen en daarmee geldbedragen op te nemen. 1. Heeft hof in strijd met art. 301.4 Sv ten bezware van verdachte acht geslagen op beeldmateriaal (uitzending van Opsporing Verzocht) dat geen deel uitmaakt van dossier en waarvan ttz. geen mededeling is gedaan? 2. Hof heeft na afronding van onderzoek ttz. niet binnen 14 dagen uitspraak gedaan maar in plaats daarvan onderzoek voor ruim 3 weken onderbroken zonder dat daarvoor wettelijke grondslag bestaat. 3. Bewijsklachten medeplegen doodslag. Kunnen medeplegen en opzet op dood uit bewijsvoering worden afgeleid? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/04865.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/605
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/05153

Datum 21 april 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 2 november 2018, nummer 22-003078-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] in het jaar 1976,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.A.A. Postma, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van dertien jaren en zes maanden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze dertien jaren en vier maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2020.