Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:736

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-04-2020
Datum publicatie
17-04-2020
Zaaknummer
19/00636
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:99, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2018:3108, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Procesrecht. Vervolg op HR 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:867. Overeenkomsten gesloten door onder bewind gestelde. Misbruik van omstandigheden door wederpartij? Art. 3:44 BW. Kenbaarheid abnormale geestestoestand. Beroep op art. 3:44 lid 5 BW; nieuw verweer na verwijzing. Samenhang met de zaak 19/00626.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/555
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/00636

Datum 17 april 2020

ARREST

In de zaak van

[eiseres],
wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: [eiseres],

advocaat: A.H. Vermeulen

tegen

1. [bewindvoerder 1],
wonende te [woonplaats],

2. [bewindvoerder 2],
wonende te [woonplaats],

beiden in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [betrokkene],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: de bewindvoerders,

advocaat: J.A.J. Leeman.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar:

  1. zijn arrest tussen partijen in de zaak 16/02182, ECLI:NL:HR:2017:867 van 12 mei 2017;

  2. het arrest in de zaak 200.224.435/01 van het gerechtshof Den Haag van 6 november 2018.

[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. De bewindvoerders hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • -

    verwerpt het beroep;

  • -

    veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de bewindvoerders begroot op € 2.091,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 17 april 2020.