Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:646

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-04-2020
Datum publicatie
14-04-2020
Zaaknummer
18/02879
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:179
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen oplichting door onder valse voorwendselen een bedrijf 4.752 laptops te laten afgeven, art. 326 Sr. Bewijsklachten. 1. Betrouwbaarheid voor bewijs gebruikte verklaring van medeverdachte A. 2. Verwerping uos. Heeft verdachte merk van vrachtwagens aan medeverdachte B doorgegeven? 3. Denaturering verklaring medeverdachte A t.a.v. doorgeven van merk van vrachtwagens aan medeverdachte B.

Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2006:AU9130, m.b.t. selectie en waarderingsvrijheid van feitenrechter van beschikbaar feitenmateriaal en diens motiveringsplicht ex art. 359.2 Sv i.g.v. uos t.a.v. gebruikt bewijsmateriaal. Hof heeft geoordeeld dat A geloofwaardig is en zijn verklaring betrouwbaar. Daarbij heeft hof in aanmerking genomen dat verklaring van A op hoofdpunten steun vindt in historische verkeersgegevens inclusief mastlocatiegegevens, in verklaring van C, in verklaringen van D en in die van E, die net zoals A en C (ook) zichzelf heeft belast. Door verklaring van A over voorbespreking voor bewijs te gebruiken heeft hof kennelijk geoordeeld dat door verdediging aangevoerde omstandigheden dat verklaring van C en zendmastgegevens van diens telefoon gewraakt onderdeel van verklaring van A niet ondersteunen, aan betrouwbaarheid van betreffende verklaring van A niet afdoen. Dat oordeel is, mede gelet op Hetgeen hiervoor is vooropgesteld, niet onbegrijpelijk. Verweer vindt aldus in bewijsvoering afdoende weerlegging. Tot nadere motivering was hof, ook o.g.v. art. 359.2 Sv, niet gehouden.

Ad 2. Hof heeft standpunt dat verdachte merk van vrachtwagens niet aan B heeft doorgegeven, gemotiveerd verworpen en heeft daartoe overwogen dat omstandigheid dat een van de telefoonnummers die bij verdachte in gebruik waren alleen met telefoonnummer dat in gebruik was bij A contact heeft gehad, z.m. niet voldoende is voor ander oordeel. In aanmerking genomen dat deze overweging niet onverenigbaar is met door raadsman aangevoerde omstandigheid dat uit onderzoek naar alle bekende door verdachte in gebruik zijnde telefoonnummers in desbetreffende periode is gebleken dat verdachte, m.u.v. A, geen contact met medeverdachten heeft gehad, terwijl aangevoerde omstandigheid mogelijkheid onverlet laat dat verdachte op andere wijze dan door direct telefonisch contact gegevens heeft doorgegeven aan B, is dat oordeel niet onbegrijpelijk.

Ad 3. Blijkens voor bewijs gebruikte verklaring van medeverdachte A, heeft A op door verbalisant aan hem gestelde vraag hoe hij weet dat gestolen kentekenplaten overeenkwamen met merk van voertuig, verklaard “(...) B [dat] speciaal aan [verdachte] [heeft] gevraagd. Om wat voor merk auto’s het ging.” Door te overwegen dat verdachte merk van vrachtauto’s aan B heeft doorgegeven voor het regelen van gestolen kentekenplaten, heeft hof aan die verklaring geen andere betekenis gegeven dan betekenis die A daaraan kennelijk heeft bedoeld te geven. Hof heeft, i.h.b. gelet op door A bij politie afgelegde verklaring in haar geheel en gelet op tot bewijs gebezigd tapgesprek tussen verdachte en medeverdachte A, aan bedoelde verklaring van A betekenis kunnen toekennen dat verdachte merk van vrachtauto’s heeft doorgegeven aan B, terwijl hij wist dat B gestolen kentekenplaten zou regelen.

Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 18/02884, 18/02900, 18/03070, 18/04529 en 19/00309.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2020-0136
RvdW 2020/563
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/02879

Datum 14 april 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juni 2018, nummer 21/002103-14, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het de beslissing over feit 1 en de strafoplegging betreft, tot terugwijzing van de zaak naar het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, ten einde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel komt met een drietal klachten op tegen de bewezenverklaring van feit 1 (het medeplegen van oplichting).

De uitspraak van het hof

2.2.1

Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:

“hij op 12 november 2012 te Tiel, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [A] heeft bewogen tot de afgifte van 84 pallets met in totaal 4752 laptopcomputers (Acer en Packard-Bell), hierin bestaande dat verdachte tezamen met verdachtes mededaders, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid medeverdachten [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , terwijl zij in het bezit waren van een wederrechtelijk verkregen referentienummer uitgegeven aan [B] BV te Echt of aan [C] BV te Uden, die [betrokkene 1] en [betrokkene 2] zich hebben voorgedaan als chauffeur, als waren zij in het bezit van een rechtmatig referentienummer uitgegeven aan [B] BV te Echt of aan [C] BV te Uden, waardoor die [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , bevoegd zouden zijn om bovengenoemde pallets met laptops in te laten laden en te vervoeren,

waardoor [A] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.”

2.2.2

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“1.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] , hoofagent van politie Gelderland- Zuid, opgemaakte proces-verbaal van aangifte van 13 november 2012 (dossierpagina 35 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 3] , zakelijk weergegeven:

Afgelopen vrijdag 9 november 2012, om 12.45 uur hebben wij een opdrachtbevestiging verstuurd naar [C] B.V. te Uden. Hierin stond ook referentienummer 153904 en het VBS nummer 719. Afgelopen vrijdag 9 november 2012, om 12.39 uur hebben wij een opdrachtbevestiging verstuurd naar [B] in Echt. Hierin stond ook het referentienummer 153886 en het VBS nummer 701.

(...)

Gister maandag 12 november 2012 omstreeks 08.11 uur kwam er een vrachtauto bij ons het terrein opgereden. De chauffeur gaf aan dat hij een rit kwam doen met het ritnummer T53904, welke correspondeerde met een lading die klaar stond. (...)

Ondanks dat de auto ingepland stond voor laden tussen 10:00 en 12.00 uur zag de loodsmedewerker toch mogelijkheden om de rit eerder te laden dan gepland. (...) Vervolgens heeft de chauffeur zijn vrachtwagen van de parkeerplaats gehaald en met een toegangskaart heeft hij de toegangspoort geopend en is hij naar het toegewezen dock 38 gereden. Daar is de lading vervolgens door de loodsmedewerkers [betrokkene 4] en [medeverdachte 1] , ingeladen. (...) De vrachtwagen werd tussen 09.35 en 09.05 geladen. Daarna is de vrachtwagen weggereden in de richting van de Prinsenhof.

Vervolgens kwam op dezelfde dag om 09.32 uur een andere vrachtauto het terrein op rijden, (...) Nadat hij zich had gemeld bij de chauffeursbalie meldde hij zich met het loading reference nummer: T53886. Ook deze chauffeur was te vroeg. Hij stond gemeld tussen 12.00 en 14.00 uur.

Er is ook toen weer contact gezocht met het personeel in de loods. Ook toen is weer aangegeven dat de lading al geladen kon worden. Na de gevolgde procedure heeft de chauffeur een toegangspas gekregen waarmee hij vanaf de parkeerplaats naar het toegewezen dock 22 kon rijden. Daar is de lading vervolgens door de zojuist al genoemde loodsmedewerkers [betrokkene 4] en [medeverdachte 1] , ingeladen. (p. 38)

Diezelfde dag meldden zich aan het eind van de ochtend omstreeks 11.30 uur en 12.15 uur nog twee vrachtwagenchauffeurs, om de eerder bedoelde ladingen op te halen. Toen pas bleek dat de eerste twee chauffeurs, die inmiddels vertrokken waren, onder valse voorwendselen en onrechtmatig de lading hadden meegenomen.

(...)

De lading waar het om gaat betreffen Acer laptops (...). De lading die is meegenomen had in zijn totaliteit een waarde van ongeveer 1.700.000 euro. De eigenaar van de gestolen goederen is officieel Acer Europe S.A. te Zwitserland.

2.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] , inspecteur van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 28 januari 2012 (dossierpagina 28 e.v.), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 12 november 2012 werd (...) een voor verzending gereedstaande partij van 84 pallets (4752) laptops van Acer en Packard Bell (waarde ongeveer € 2.000.000) verkregen bij het warehouse [A] , Tiel. (...)

Deze voertuigen waren respectievelijk voorzien van de kentekens [kenteken 1] (...)

Als chauffeur van deze combinatie trad op: [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] -1969, wonende te [plaats] , [a-straat 1] .

Deze chauffeur (...) schreef de kentekens van trekker en oplegger en zijn personalia in op een aldaar aanwezige intekenlijst. Hij legitimeerde zich hierbij met zijn Nederlandse identiteitskaart nummer [001] . Verder werd door hem een formulier Drivers’ Registration Form van [A] ingevuld waarop vermeld zijn naam, kenteken, bedrijfsnaam, ID-nummer en handtekening, (...) Tevens was hij voorzien van het verstrekte referentienummer uitgegeven aan [C] BV (...)

Op maandag 12 november 2012 omstreeks 09.32 uur arriveerde te Tiel bij [A] een witte Mercedes trekker met het opschrift […] met daarachter gekoppeld een gesloten witte koeltrailer met het opschrift […] . Deze voertuigen waren respectievelijk voorzien van de kentekens [kenteken 2] . (...) Hij legitimeerde zich hierbij met zijn Nederlandse identiteitskaart nummer [002] . Tevens was hij voorzien van het verstrekte referentienummer uitgegeven aan [B] BV te Echt.

3.

Een schriftelijk bescheid, zijnde een “Drivers Registration Form”, pag. 2576, voor zover inhoudende:

Naam: [betrokkene 1] ???, Kenteken: [kenteken 1] , Bedrijfsnaam: [C] .

Naam: [betrokkene 2] , Kenteken: [kenteken 2] , Bedrijfsnaam: [B] .

4.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , beiden hoofagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 14 maart 2013 (dossierpagina 5240 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 5] , zakelijk weergegeven:

A: (...) Eén of twee weken later komt [medeverdachte 2] naar mij toe en zei dat ze een slag wilden slaan. Ik zei oké. Hij zei dat hij twee auto’s nodig had. (...) Hij zei dat ik er goed voor beloond zou worden. (...) Met dit ben ik naar [medeverdachte 5] gegaan, die zat ook op zwart zaad, omdat ze zoveel auto’s hadden gepakt. (...) Hij belde terug en zei dat hij een Daf had staan, een koeler, een Mercedes en nog een koeler, die ik kon gebruiken. (...) Toen is [medeverdachte 2] bij mij gekomen met de orders, met papiertjes met referentienummers over welke vracht het ging. Hij had intern iemand.

(...)

V: Waar intern?

A: Bij [A] . (...)

V: Die [medeverdachte 5] heeft het transport geregeld. De Daf en de Mercedes.

Hoe is dat in zijn werk gegaan? Wie heeft die opgehaald, waar zijn die opgehaald?

A: Nou, ik moest contact leggen met [verdachte] , want die wist waar die auto in Almere stond.

(...)

A (...) ‘s Morgens kwam [medeverdachte 2] er aan met die nummerplaten. (...)

A: Ja, en die (hof: [medeverdachte 2] ) heeft die nummerplaten bij mij erop gedaan.

V: [betrokkene 2] die gaat ook laden daar en die is ook klaar, wat gebeurt er vervolgens, want die twee transporten die moeten ergens naar toe?

A: Toen werd ik gebeld door [verdachte] , ze moesten naar Loosdrecht komen naar de loods van [D] . (...)

V: Wie heeft gelost daar?

A: Ik weet [betrokkene 1] samen met [verdachte] .

(...)

A: (...) Die handel heeft [medeverdachte 5] , wat ik weet, samen met [verdachte] , hebben ze een koper voor gevonden. Ze hebben die [medeverdachte 2] en die andere jongen uit Den Bosch, wat ik begrepen heb, die hebben ze flink genaaid. Ze hebben gezegd, ze konden niet meer dan 70,- euro per laptop beuren, werd er verteld.

5.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 4] en [verbalisant 3] , beiden hoofdagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 15 februari 2013 (dossierpagina 5272 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 5] , zakelijk weergegeven:

V: Hoe weet je dat [verdachte] dat allemaal moest regelen?

A: Omdat [verdachte] continu met mij contact legde over alles. (...) [verdachte] heeft mij doorgebeld waar de Mercedes trekker stond en waar ik de sleutels kon gaan ophalen in Almere. Toen alles gebeurd was die maandag heeft [verdachte] het merendeel contact gehad met [medeverdachte 2] en die andere jongen.

V: Wie waren er allemaal betrokken geweest bij deze diefstal? Gisteren heb jij verklaard [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] , [betrokkene 2] , [betrokkene 1] , [verdachte] . Wat is hun rol precies geweest?

A: (...) [verdachte] : Die regelde alles. Het lossen en laden van de gestolen lading, contacten onderhouden met [medeverdachte 2] en met [medeverdachte 5] .

(...)

V: Wie waren er allemaal aanwezig bij het lossen bij [D] in Loosdrecht en wat was hun rol?

A: [medeverdachte 5] , [betrokkene 6] , [verdachte] , [medeverdachte 2] en een onbekend aantal Marokkanen. (...) [verdachte] was daar om de zaken te regelen, was aan het laden en het lossen. (...)

0: Wij laten je foto 1 zien.

V: Wie is dit?

A: Ja dat is [verdachte] .

0: De foto die wij lieten zien dat dit [verdachte] is geboren op [geboortedatum] /1971. Dit is de persoon die dus [verdachte] genoemd wordt.

6.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , beiden hoofdagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal 25 februari 2013 (dossierpagina 5287 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 5] , zakelijk weergegeven:

V: Wie heeft die bakwagen dan gereden vanaf Loosdrecht?

A: Volgens mij [betrokkene 1] .

(...)

A: [betrokkene 1] tot aan de afrit de Meern en daarna heb ik hem verder gereden.

V: Dus als we het over die bakwagen hebben dan hebben we het over die blauwe bakwagen van [D] ?

A: Ja.

V: Van wie hadden jullie de opdracht gekregen dan?

A: Van [verdachte] .

V: Waarom moest die bakwagen dan naar de [b-straat 1] te Nieuwegein?

A: Weet ik niet. Dat waren orders van [verdachte] . (...)

A: Wij moesten in opdracht van [verdachte] die blauwe DAF meenemen zodat die niet in de buurt van Nieuwegein gesignaleerd kon worden.

0: En [verdachte] vroeg aan jou om die bij de wasstraat neer te zetten?

A: Ja.

(...)

A: Die avond van te voren hebben ze een pallet of 10 in de [b-straat] gezet. (...)

A: Die maandagavond 12/11/2012. Ik was daarbij dat ze die pallets daar neergezet

hadden. (...) Eerst vroeg [verdachte] € 100 toen € 90 en toen maar € 70 per laptop. (...)

A: Dat hoorde ik van die [medeverdachte 2] , die kleine jongen uit Den Bosch en [verdachte] (...)

V: Waarom ben je naar [D] in Loosdrecht gegaan?

A: Wij, [betrokkene 1] en ik, kregen de opdracht van [verdachte] om daar naar toe te gaan. Daar kregen wij te horen dat hun dat spul daar niet wilde laten staan en dat dit vervoerd moest worden naar de Loods aan de [b-straat 1] te Nieuwegein. (...)

V: Wat was hun rol?

A: (...) [verdachte] : die reed op de heftruck en was aan het lossen en laden. Hij gaf de opdrachten door die [medeverdachte 5] hem gaf.

V: Hoe weet je dat de kentekenplaten die gestolen waren overeen kwamen met het merk van het voertuig?

A: Dat heeft [medeverdachte 2] speciaal aan [verdachte] gevraagd. Om wat voor merk auto’s het ging.

7.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , beiden hoofdagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 14 maart 2013 (dossierpagina 5311 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 5] , zakelijk weergegeven:

A (...) [medeverdachte 2] had me al iets eerder gevraagd of ik het transport kon regelen voor de diefstal van die Acer laptops. Daarop heb ik [verdachte] gebeld en aan [verdachte] gevraagd of ik even de chef kon spreken, [medeverdachte 5] dus. Die was er niet volgens [verdachte] . Ik heb [verdachte] gezegd dat hij maar tegen [medeverdachte 5] moest zeggen dat hij wat geld kon verdienen. Daarop werd ik teruggebeld door [betrokkene 7] , [betrokkene 7] dus.

(...)

A (...) Die kleine jongen uit Den Bosch deed later ook vaak het woord bij bepaalde zaken, bijvoorbeeld een keer in het loodsje bij [verdachte] op de [c-straat] in Nieuwegein.

(...) [verdachte] , en die kleine jongen uit Den Bosch hadden toen ruzie over de betaling van de Acer Laptops. (...)

A: Wat ik uit dat gesprek in Nieuwegein heb begrepen en gehoord, hebben [verdachte] en [medeverdachte 5] een gedeelte van de gestolen partij laptops verkocht voor een bedrag van 120.000,00 euro. (...)

Die kleine Marokkaanse jongen en [medeverdachte 2] hadden al eerder het overige bedrag van 30.000,00 euro ontvangen van [verdachte] en [medeverdachte 5] .

(...)

A: [verdachte] belde mij op toen [betrokkene 2] en ik onderweg waren haar de [D] loods in Loosdrecht. (...) [verdachte] zei tegen mij dat [betrokkene 2] niet naar de [D] loods mocht rijden met die Mercedes Actros omdat daar een Track & Trace-systeem in zat.

[verdachte] zei dat we daarom naar de parkeerplaats bij het tankstation in Maartensdijk moesten gaan om daar de oplegger om te koppelen.

(...)

V: Wie heb je nu allemaal gezien bij [D] , toen de laptops werden overgeladen? Als je de namen niet kent, kun je die personen dan beschrijven?

A: Ik heb daar gezien: [betrokkene 6] , [verdachte] , [medeverdachte 5] , de persoon die ik steeds [medeverdachte 2] heb genoemd, dus in werkelijkheid [medeverdachte 2] , [betrokkene 1] en die kleine Marokkaanse jongen uit Den Bosch.

8.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 6] en [verbalisant 7] , beiden inspecteur van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 11 april 2013 (dossierpagina 4121 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 5] , zakelijk weergegeven:

A: Ik ben naar het huis van [verdachte] gereden aan de [d-straat] te [plaats]. Ik ben bij [verdachte] in de woning geweest. Dit was tussen 20.00 uur en 21.00 uur geweest. Bij mij was op dat moment [betrokkene 1] . In de woning troffen wij [medeverdachte 5] en [verdachte] . Door [medeverdachte 5] werd uitleg gegeven wat er zou moeten gebeuren. (...) [verdachte] is de man, een soort voorman die van alles voor [medeverdachte 5] regelt. [medeverdachte 5] staat duidelijk boven aan (...) [verdachte] staat in ieder geval niet op gelijke hoogte.

9.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 5] en [verbalisant 8] , respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 26 juni 2013 (dossierpagina 6042 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 5] , zakelijk weergegeven:

A: (...) [verdachte] belde mij op dat [betrokkene 5] mij wilde spreken. [verdachte] had niet gezegd waarover. (...) [betrokkene 8] is in de auto blijven zitten en [betrokkene 5] en ik hebben op de parkeerplaats met elkaar gepraat. (...)

A: Dit gesprek ging over of ik een vrachtauto kon lenen aan [betrokkene 5] .

10.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 9] en [verbalisant 10] , respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 6 februari 2013 (dossierpagina 3740 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1] , zakelijk weergegeven:

V: Welke naam heb je bij de balie ingevuld?

A: [betrokkene 1] . Want ik voelde natuurlijk ook wel nattigheid. Ze hadden mij verteld dat het geen zuivere koffie was.

A: [betrokkene 5] heeft mij dat verteld. Er is mij 15.000 euro beloofd.

11.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 9] en [verbalisant 10] , respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 5 februari 2013 (dossierpagina 5360 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1] , zakelijk weergegeven:

A: (...) [betrokkene 5] vroeg mij of ik dat transportje wilde doen. Van [betrokkene 5] kreeg ik toen ook het referentienummer waar ik de lading mee kon ophalen. Ik moest gaan laden in Tiel bij [A] .

A: (...) Ik vulde mijn naam in bij de balie en gaf mijn identiteitskaart. De identiteitskaart is gekopieerd. Ze vroegen me het referentienummer. Ik noemde dit nummer en zij noemde vervolgens het docknummer. Ik ben naar het dock gereden en aldaar is de trailer geladen.

A: (...) Ik moest na het laden naar Beesd rijden, naar de BP, langs de A2. (...)

Die man aan de telefoon zei mij hoe ik moest rijden. Hij zei mij dat ik bij St Maartensdijk de A27 eraf moest en dan tot het eind, dan rechts af, rotonde 3/4, rond en dan richting Hollandse Rading. (...) Op het pand zag ik [D] staan. (...)

O: Door de verdachte wordt via Google Maps aangegeven waar hij de vrachtwagen naartoe heeft moeten brengen. (...) Het adres behorende bij [D] betreft [c-straat 1] , [postcode] Loosdrecht.

A: Bij het pand aangekomen kwam ik het mannetje tegen van kantoor die toen ik voor [medeverdachte 5] werkte bij [medeverdachte 5] op kantoor werkte.

Dit kantoor was in Nieuwegein op de [b-straat] . Daar zijn ook nog op maandagavond pallets met laptops die ik geladen had bij [A] heengebracht. (...)

V: Het mannetje die kwam lossen, wie was dit?

A: [verdachte] . (...) Toen ik hem zag, wist ik dat ik [verdachte] ook aan de lijn had gehad. Ik had de link in eerste instantie alleen door zijn stem niet gemaakt. (...) [verdachte] heeft de heftruck bestuurd en heeft de pallets gelost in de loods. De hele vrachtwagen ging leeg.

(...)

A: (...) Ze trokken op een gegeven moment een verpakking open. Ik zag toen pas dat ik laptops geladen had.

(...)

A: [betrokkene 5] en [medeverdachte 2] zijn vaak naar [verdachte] gegaan om de centen te vragen. (...) Ik zag dat ze een pallet afgestapeld hebben. [verdachte] werd hier nog pissig over. Hij zei ze nog dat ze die pallet niet zomaar op straat moesten flikkeren. (...)

V: Wie heeft de laptops verkocht?

A: [medeverdachte 5] . Tenminste hoe ik het begrepen heb van de jongens. Met de jongens bedoel ik [medeverdachte 2] , zijn handlanger en [betrokkene 5] . [verdachte] is de woordvoerder van [medeverdachte 5] . Hij regelde het verder met [medeverdachte 2] en zo. (...)

V: Bij de zoeking in jouw woning is onder meer een laptop van het merk Acer Aspire V3 aangetroffen, deze werd voorzien van het beslag nummer BRZ341.H02.01.01 en een bijbehorende doos voorzien van het beslagnummer BRZ341.H02.02.01. Waar komt deze laptop vandaan? (...)

A: Die heb ik de bewuste dinsdagochtend meegenomen uit de aangebroken partij in de [b-straat] . (...)

V: Wat heeft [verdachte] er van meegekregen?

A: Dat hebben we gewoon ook met hem overlegd. We zeiden hem dat we deze mee zouden nemen. Hij vond dit goed.

A: (...) [betrokkene 5] heeft mij zondagavond nog verteld dat ik na [A] in Tiel naar de wasstraat in Geldermalsen moest komen om daar kentekenplaten te wisselen.

(...)

A: Ik weet dat [betrokkene 2] ook onderweg was naar Loosdrecht. Dit weet ik doordat er telefoonverkeer is geweest waardoor ik hoorde dat [betrokkene 2] er ook zou komen. Ik hoorde dat [verdachte] zei: “Niet hier, niet hier.” Er ontstond een beetje paniek. Ik weet niet met wie [verdachte] dit gesprek voerde. Ik dacht dat dit met [betrokkene 2] is geweest.

12.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 9] en [verbalisant 10] , respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 6 februari 2013 (dossierpagina 3753 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1] , zakelijk weergegeven:

V: Oké even terug naar [betrokkene 2] . Op wat voor manieren had jij contact met [betrokkene 2] ?

A: Telefonisch, maar eigenlijk liep dit allemaal via [verdachte] . [betrokkene 2] belde me wel eens terug wat er aan de hand was als ik bij [verdachte] had aangegeven dat ik [betrokkene 2] even nodig had.

13.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] en [verbalisant 9] , beiden hoofdagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 12 maart 2013 (dossierpagina 5373 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1] , zakelijk weergegeven:

V: Je hebt net verklaard, dat je vanuit Loosdrecht vertrokken bent, [betrokkene 5] was met de auto vooruit gereden naar waar jij net over verklaard hebt, de A27 de parkeerplaats bij Maartensdijk, ben jij met de trekker, volgens een eerdere verklaring heb je gezegd, dat was een witte Daf, met een witte koeltrailer, die van [medeverdachte 5] was, ben je er naar toe gereden en is vervolgens omgekoppeld.

Maar je zegt heb net verklaard, dat je gehoord had dat dat daar niet kon, omdat het vol was, dat [verdachte] dat vertelde?

A: Nee, er is eerst telefonisch contact geweest met [verdachte] , die zei, die trailer moet niet hiero, niet hiero. (...)

(...)

A: Nee die handlanger van [medeverdachte 2] die is bij mij in de auto gekomen, die is met zijn broer of familie, ik weet niet precies wie dat is, met zon huurbus, die stond bij de pomp te wachten, voor de afslag Maartensdijk bij de A27 en toen zijn we daarheen gereden. Want ik wist ook niet precies hoe of wat, waar dat in Hollandse Rading was en hij had dan het nummer van [verdachte] , nou die heb ik gesproken, die heeft mij daar naar toe geloodst.

V: Jullie zijn daar vervolgens naar toe gegaan? Er is gelost. Je zegt [verdachte] daar gelost heeft?

A: Ja.

14.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 9] en [verbalisant 10] , respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 7 februari 2013 (dossierpagina 3886 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 2] , zakelijk weergegeven:

A (...) In de wasstraat de ochtend voordat ik ging laden, kreeg ik van [betrokkene 5] te horen dat er twee wagens naar [A] moesten. Eentje met [betrokkene 1] als chauffeur en eentje met mij als chauffeur.

15.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] en [verbalisant 9] , beiden hoofdagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 12 maart 2013 (dossierpagina 3893 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 2] , zakelijk weergegeven:

V: En je weet ook niet van wie heb je het referentienummer gekregen?

A: Van de [betrokkene 5] .

16.

Een schriftelijk bescheid, zijnde een (vertaald) verhoor van [betrokkene 9] d.d. 10 april 2013, (dossierpagina 3026 e.v.)

Wie heeft die Mercedes (hof: Actros) bij u opgehaald, waar heeft u hem geparkeerd?

[verdachte] heeft getuige gebeld en gezegd dat getuige de truck moest ophalen en terugbrengen. Omdat deze geleast moest worden. Dat was op een zondag. (...) [verdachte] zei dat hij een chauffeur zou sturen om hem te halen.

Correcties bij doorlezing: de truck moest teruggebracht worden naar het leasebedrijf.

Weet u wie de chauffeur is die de truck opgehaald heeft?

Ze zijn met zijn tweeën gekomen. De ene heet [betrokkene 2] , getuige kent hem. (...)

Getuige kent die andere man ook, maar weet niet hoe hij heet. Hij heeft vroeger ook voor [E] gewerkt.

Die man heeft een autowasserij en ook een benzinepomp. Daar kent getuige hem van.

17.

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank van 19 maart 2014, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 12 november 2012 ben ik vanaf 08:00/08:30 uur een aantal uur bij [D] in Loosdrecht geweest. (...) Nadat [betrokkene 5] onverwachts langs kwam, heb ik in het pand aan de [b-straat 1] te Nieuwegein geholpen met het uitladen van laptops om ze vervolgens in de loods neer te zetten.

18.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 11] , hoofdagent van politie Utrecht, opgemaakte proces‑verbaal van aangifte van 19 november 2012 (dossierpagina 5132 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [verdachte] , zakelijk weergegeven:

Plaats delict: [b-straat 1] , [postcode] Nieuwegein. (...)

Als huurder van het pand aan de [b-straat 1] ben ik bevoegd tot het doen van aangifte namens de benadeelde [F] . (...)

Ook wordt het pand gebruikt voor de opslag en overslag van goederen. (...)

19.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 5] en [verbalisant 8] , respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 25 juni 2013 (dossierpagina 6036 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 5] , zakelijk weergegeven:

A (...) Deze overig bleven lading gestolen laptops zijn toen naar de locatie [b-straat 1] Nieuwegein gebracht. Dit is een loods met een kantoor. Deze locatie werd door mij gehuurd.

(...) De andere persoon aan wie ik de loods had onderverhuurd was [verdachte] .

20.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 11] en [verbalisant 12] , beiden hoofdagent van politie Utrecht, opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 27 december 2012 (dossierpagina 5136 e.v.), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Omstreeks 01:15 uur kwamen wij ter plaatse op de [b-straat 1] te Nieuwegein.

(...)

Wij zagen dat rechts in de ruimte, achter de vorkheftruk, vier pallets met ingesealde laptopdozen stonden.

21.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] , hoofdagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid‑Nederland, opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 10 januari 2013 (dossierpagina 5142 e.v.), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op de foto’s die genomen zijn in de loods aan de [b-straat 1] te Nieuwegein is te zien dat de pallets verpakt zijn met doorzichtig folie.

Op de foto’s die genomen zijn door [betrokkene 10] is te zien dat de pallets zoals die bij [A] genomen zijn ook met doorzichtig plastic verpakt zijn. Verder is te zien dat op de foto’s die genomen zijn in de bedoelde loods en die genomen zijn bij [A] er om het doorzichtige folie een geel plaklint is geplakt, waarop een rood opschrift vermeld staat. De manier van sealen van dit gele lint is zowel zichtbaar op de foto’s die genoemd zijn in de bedoelde loods als bij [A] .

Verder is op de foto’s te zien die genomen zijn in de bedoelde loods als wel bij [A] dat de bovenzijde en de zijkanten beschermd zijn met kartonnen hoekstrips en aan de bovenzijde een kartonnen afdekplaat.

Bovendien is te zien op de foto’s die in de loods aan de [b-straat 1] te Nieuwegein genomen zijn dat er op de pallets computers staan van het merk Acer.

22.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] , inspecteur van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 17 januari 2013 (dossierpagina 5174 e.v.), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Getapt nummer [telefoonnummer 1] [verdachte] (...) tegennummer [telefoonnummer 2] abonnement op naam [betrokkene 5] (...) einde 08-12-2012 16:15:29 u. (...)

Beller (Man 2) belt naar gebelde (Man 1) (...)

2. in een Vakantiehuisje. He, ken jij die die die grijze auto, op hebt gehaald (...)

2. Is .... ok. Want, eh, die is bekend.

(...)

2. Had je wel die dingen gewisseld van al die auto’s?

1. Ja ja ja ja ja.

2. Honderd procent?

1. Jazeker.

(...)

2. (...) Van die andere ook, he?

1. Ja.(...)

2. Dat is echt zeker he? Voor, achter, alles he?

1. Alles, alles gedaan jongen, serieus.

2. Ja ok, want ze weten dat die ene gebruikt is daar zeg maar.

1. Ja, we hebben alles verwisseld. Allemaal met eh..

2. Ok.

23.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] , inspecteur van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 30 mei 2013 (dossierpagina 5195 e.v.), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Het nummer [telefoonnummer 3] is in gebruik bij [verdachte] , [e-straat 1] te [plaats] , die als enig aandeelhouder staat geregistreerd in het bedrijf [G] BV.

Het nummer [telefoonnummer 1] betreft een prepaid nummer, maar is in gebruik bij [verdachte] , voornoemd.

Het nummer [telefoonnummer 2] is in gebruik bij [betrokkene 5] , eigenaar van het bedrijf [H] aan de [f-straat 1] te [plaats] .

24.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 13] , hoofdagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van stemherkenning van 30 mei 2013 (dossierpagina 5473 e.v.), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Uit de verstrekte informatie van het onderzoeksteam van het Landes Kriminal Ambt Niedersachsen is uit de Duitse Telekommunikationsüberwachung gebleken dat [verdachte] gebruik maakt van de nummers;

- [telefoonnummer 3]

- [telefoonnummer 1]

(...)

Ik, [verbalisant 13] , verklaar hierbij dat ik in de stem die ik gehoord heb in voornoemde afgeluisterde telefoongesprekken, die gevoerd werden met de telefoonnummer [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 1] , voor wat betreft intonatie, klank en spraakwijze zodanige overeenkomsten hoorde, dat beide stemmen van een en dezelfde persoon zijn, namelijk van de verdachte [verdachte] .

25.

Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 9] , hoofdagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal onderzoek Telecommunicatie van 26 juni 2013 (dossierpagina 6010 e.v.), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Uit onderzoek van de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] van [verdachte] bleek dat op 11 november 2012 er inderdaad telefonisch contact was geweest met [betrokkene 5] . (...)

Ook blijkt uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] van [verdachte] dat er op 12 november 2012 in totaal 6 maal contact is geweest met het telefoonnummer [telefoonnummer 4] . Dit telefoonnummer blijkt uit een Ciot-bevraging ook op naam te staan van [betrokkene 7] .

(...)

Het telefoonnummer [telefoonnummer 3] van [verdachte] straalde op 12 november 2012, tussen 08:58 uur en te 11:45 uur de volgende zendmast aan:

(...) Industrieweg 10, 1231 KH Loosdrecht.”

2.2.3

Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 29 mei 2018 heeft de raadsman van de verdachte aldaar het woord gevoerd overeenkomstig de aan het proces‑verbaal gehechte pleitnota. Deze pleitnota houdt onder meer in:

“2. De overige verweren worden wel herhaald (.12 tot en met .30 pleitnota eerste aanleg). In het licht van die verweren zal ik eerst - mede aan de hand van het in hoger beroep verrichte onderzoek - een drietal aspecten uit het vonnis belichten waar de verdediging het mee oneens is. Dat betreffen:

a) het feit dat de rechtbank [verdachte] een rol heeft toebedeeld in de voorbereidingsfase van diefstal op 11 november 2012;

b) de reden van zijn aanwezigheid in de loods van [D] te Loosdrecht in de ochtend van 12 november 2012;

c) en het beweerdelijk door hem (telefonisch) coördineren van het lossen en verplaatsen van de laptops.

ad a) de voorbereiding

3. Willen de voorbereidingshandelingen die hebben plaatsgevonden op zondag 11 november 2012 gekwalificeerd kunnen worden als gedragingen die strekken tot deelneming aan de latere diefstal, dan zal in ieder geval genoegzaam uit het dossier moeten volgen dat [verdachte] daarin enige vorm van betrokkenheid heeft gehad én moet hij op dat moment hebben geweten met welk (kennelijke) doel die voorbereidingen werden getroffen.

4. Volgens de rechtbank is dat het geval. Uit de gebezigde bewijsmiddelen leidt de rechtbank namelijk af [verdachte] :

- ervoor heeft gezorgd (met onder meer hulp van [betrokkene 5] ) dat de Mercedes trekker waarmee een deel van de lading laptops moest worden vervoerd (tijdig) beschikbaar was;

- hij betrokken was bij het wisselen van de nummerplaten, nu hij aan [medeverdachte 2] heeft bevestigd om welk merk het ging en bij [betrokkene 5] heeft geverifieerd of het wisselen van de kentekenplaten in goede orde was uitgevoerd;

- hij voorts betrokken was bij de overige voorbereidingen, waaronder een bespreking in zijn woning op 11 november 2012. met [betrokkene 5] , [betrokkene 1] en [medeverdachte 5] over wat er moest gebeuren bij [A] op 12 november 2012;

Voorbespreking

5. Om te beginnen met dat laatste: de vermeende bespreking die plaats zou hebben gehad in de woning van [verdachte] , aan de vooravond van de daadwerkelijke diefstal. De rechtbank leidt het bestaan van die bespreking af uit de verklaring van [betrokkene 5] van 11 april 2013, p. 4126 van het dossier. Daarin verklaart hij het volgende:

“A: Ik ben naar het huis van [verdachte] gereden aan de [d-straat] te [plaats] . Ik ben bij [verdachte] in de woning geweest Dit was tussen 20.00 uur en 21.00 uur geweest Bij mij was op dat moment [betrokkene 1] . In de woning troffen wij [medeverdachte 5] en [verdachte] . Door [medeverdachte 5] werd uitleg gegeven wat er zou moeten gebeuren. (...) [verdachte] is de man, een soort voorman die van alles voor [medeverdachte 5] regelt [medeverdachte 5] staat duidelijk boven aan (...) [verdachte] staat in ieder geval niet op gelijke hoogte.”

6. Een vrij specifieke, gedetailleerde verklaring van [betrokkene 5] dus. En als het waar zou zijn, ook een incriminerende verklaring. [verdachte] ontkent echter stellig dat een dergelijke bespreking in zijn bijzijn heeft plaatsgevonden - laat staan in zijn woning. Ook [medeverdachte 5] en zelfs [betrokkene 1] ontkennen dat deze bespreking heeft bestaan. Die ‘ontkenningen’ zijn in lijn met de zendmastgegevens van de gsm van [betrokkene 1] , die hem in de avond van 11 november 2012 immers niet (na)bij de woning van [verdachte] plaatsen. Bovendien heeft [betrokkene 5] tijdens zijn RC‑verhoor van 4 februari 2014 aangegeven zich niet te kunnen herinneren dat deze bespreking daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Al met al staat dan ook wel vast dat de ‘bespreking [in de woning van [verdachte] ] op 11 november 2012 met [betrokkene 5] , [betrokkene 1] en [medeverdachte 5] over wat er moest gebeuren bij [A] op 12 november 2012’ helemaal niet heeft plaatsgevonden.

7. Hier hebben we dus het eerste toetsmoment van de verklaring van [betrokkene 5] te pakken. Op dit belangrijke aspect moet dus - mede op grond van de objectieve histo-gegevens en de door de A-G als betrouwbaar geboekstaafde RHC-verklaring van [betrokkene 1] - worden vastgesteld dat de verklaring van [betrokkene 5] onbetrouwbaar is.

(...)

Wisselen nummerplaten

12. Dan nog de vaststelling van de rechtbank dat [verdachte] betrokkenheid heeft gehad bij het wisselen van de nummerplaten, door aan ‘ [medeverdachte 2] ’ door te geven om welk merk auto het ging. Die vaststelling is onjuist en onbegrijpelijk.

13. Vooropgesteld: [verdachte] ontkent dat hij wist dat er gestolen kentekenplaten zijn gebruikt voor het transport. Dat sprake is geweest van enig contact tussen hem en [medeverdachte 2] vindt voorts ook geen bevestiging in de histo-gegevens. Uit die gegevens volgt dat op 11 november 2012 ergens tussen 16.45 uur en 17.30 de bespreking tussen in Van der Valk Houten moet zijn geweest. Hier spraken [medeverdachte 5] en [betrokkene 5] voor het eerst over het transport. Het staat vast [verdachte] niet bij die bespreking aanwezig was. Kijken we vervolgens naar de contacten tussen de gsm van [betrokkene 5] en die van [verdachte] op 11 november 2012 na 17.30 uur, dan zien we dat de gsm van [verdachte] slechts één keer uitbelt en wel naar het nummer van [betrokkene 5] . Van enig contact met [medeverdachte 2] voorafgaand aan de diefstal blijkt dus niet - ook niet in de ochtend van 12 november overigens. Zie in dit verband heel specifiek ook hetgeen gerelateerd wordt pagina 5200- 5201 van het dossier. Ik citeer:

“Alle bekende, bij [verdachte] in gebruik zijnde telefoonnummers werden vergeleken met de aanwezige verkeersgegevens binnen het onderzoek in de periode van 10-11-2012 te 00.01 uur t/m 14-11-2012 te 23.59 uur.

Hierbij werden geen contacten vastgesteld met medeverdachten, met uitzondering van [betrokkene 5] .”

14. De door [betrokkene 5] gestelde betrokkenheid van [verdachte] bij het wisselen de nummerplaten, is derhalve opnieuw iets wat geen bevestiging vindt in de histo-gegevens. Wederom is zijn verklaring op een belangrijk onderdeel - want immers voor het bewijs gebezigd - onbetrouwbaar.

15. Ten overvloede merk ik nog op dat de rechtbank in dit verband ten onrechte redengevende betekenis heeft toegekend aan het voor het bewijs gebezigde tapgesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 5] van 8 december 2012. Dat gesprek is volledig weergegeven op p. 5174 van het dossier en gaat - voor zover hier relevant - als volgt:

“(...)

He, ken jij die die die grijze auto, op hebt gehaald..

Eh...Grijze auto...

Ja.

Eh Ja.

In Almere.

Heb je toen een pas gebruikt?

Nee. Is.... ok. Want, eh, die is bekend.

Wat zeg je?

(Op de achtergrond klink een mannen stem: Wel die dingen omgewisseld?) Had je wel die dingen gewisseld van al die auto’s?

Ja ja ja ja ja.

Honderd procent?”

16. Aan de inhoud van dit tapgesprek kan niet worden ontleend dat [verdachte] op 11 november 2012 wist dat de nummerplaten van de door hem aangewezen Mercedes verwisseld zouden worden met valse kentekenplaten. In het gesprek - dat dus een maand na de diefstal plaatsvond - vraagt [verdachte] immers aan [betrokkene 5] of hij die dingen gewisseld [had] van al die auto’s’. Die vraag had [verdachte] uiteraard niet hoeven stellen als hij daadwerkelijk betrokken was bij het wisselen van de nummerplaten - zoals de rechtbank aldus ten onrechte heeft vastgesteld.

17. Op die 8ste december was hem via [betrokkene 5] echter al wel bekend geworden dat met de auto onoorbare zaken hadden plaatsgevonden (dat is hem bij gelegenheid van hun contacten op 14 november 2012 verteld, ik kom zo nog op terug). Aangezien de auto (ook) voor normale ritten werd ingezet, is de vraag van [verdachte] bepaald niet onlogisch; hij wilde van [betrokkene 5] weten hoe ‘besmet’ de auto was waarvoor zijn onderneming in die tijd immers de bevrachting

regelde.

Conclusie

18. De conclusie is dus dat de rechtbank ten onrechte aan [verdachte] een strafrechtelijk relevante rol in de voorbereiding heeft toebedeeld.”

2.2.4

Met betrekking tot de bewezenverklaring heeft het hof verder het volgende overwogen:

“Als vaststaand kan worden aangenomen, wat door de verdediging ook niet ter discussie is gesteld, dat er op 12 november 2012 vanaf 08.11 uur onderscheidenlijk 09.32 uur bij [A] in Tiel in totaal 84 pallets met in totaal 4752 laptops van Acer Europe SA zijn meegenomen als lading van twee trekkers met oplegger, waarvan de betreffende chauffeur [betrokkene 1] onderscheidenlijk [betrokkene 2] - zich in strijd met de waarheid presenteerde als chauffeur van één van de vervoerders aan wie het vervoer van die ladingen was gegund. Beide chauffeurs hadden de beschikking over een uniek door [A] voor dat transport uitgegeven referentienummer. De vrachten waren door [A] aangeboden aan [B] BV en [C] BV in Uden. De vrachten zouden op 12 november 2012 tussen 10.00 en 14.00 uur worden afgehaald.

Nu beide chauffeurs gebruikmaakten van een valse hoedanigheid en er sprake was van een samenweefsel van verdichtsels, waardoor er bij [A] een onjuiste voorstelling van zaken is ontstaan, op basis waarvan zij ertoe is overgegaan aan beide chauffeurs een lading laptops mee te geven, is er naar het oordeel van het hof bij de afgifte en het meenemen van de laptops sprake van (het medeplegen van) oplichting.

(...)

Uit de voorhanden bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de door de oplichting meegenomen laptops, via Geldermalsen, waar de kentekens van de vrachtwagens zijn verwisseld, zijn vervoerd naar loodsen in Loosdrecht, De Meern en Nieuwegein om daar overgeladen te worden of in afwachting van verder transport daar tijdelijk opgeslagen te worden. Naar het oordeel van het hof leveren deze handelingen, mede gelet op de wetgeschiedenis van de strafbaarstelling van, en de rechtspraak over witwassen, het verbergen en verhullen op van de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing van de uit de oplichting afkomstige laptops.

De vraag die het hof dient te beantwoorden is of, en zo ja welke, de verdachte een rol bij de oplichting en het witwassen heeft gespeeld.

Het hof is op grond van met name de verklaringen van [betrokkene 5] en [betrokkene 1] van oordeel dat de verdachte betrokken is geweest bij de oplichting en het witwassen. Het hof is van oordeel dat [betrokkene 5] en [betrokkene 1] geloofwaardig zijn en hun verklaringen betrouwbaar. Hun verklaringen vinden op hoofdpunten steun in historische verkeersgegevens inclusief mastlocatiegegevens en over en weer in elkaars verklaringen en in de verklaringen van [betrokkene 9] en in die van [betrokkene 2] , die net zoals [betrokkene 5] en [betrokkene 1] (ook) zichzelf heeft belast.

Uit de te bezigen bewijsmiddelen en in het bijzonder uit de verklaringen van [betrokkene 5] , [betrokkene 1] , [medeverdachte 5] en [betrokkene 9] is het volgende af te leiden:

- [medeverdachte 5] werd op een zondag in november 2012 benaderd door [betrokkene 5] (die op zijn beurt weer door [medeverdachte 2] , was benaderd) met de vraag of hij auto’s kon regelen voor een klus bij een distributiebedrijf. [betrokkene 5] had eerst de verdachte gebeld en aan hem gevraagd of hij even ‘de chef’, [medeverdachte 5] , kon spreken. De verdachte heeft aan [medeverdachte 5] doorgegeven dat [betrokkene 5] hem wilde spreken. [medeverdachte 5] wist dat het geen zuivere koffie was en dat het om de diefstal van een bepaalde lading ging. [medeverdachte 5] heeft gezegd dat hij een DAF had staan, een koeloplegger, een Mercedes en nog een koeloplegger, die door [betrokkene 5] konden worden gebruikt. Die trekkers en opleggers zijn op 12 november 2012 bij het tenlastegelegde onder 1 en onder 3 gebruikt;

- [betrokkene 5] moest contact leggen met de verdachte omdat hij wist waar in Almere de Mercedes trekker met koeloplegger geparkeerd stond;

- De verdachte heeft aan [betrokkene 5] de parkeerlocatie van de Mercedes trekker met oplegger doorgegeven en waar in Almere hij de sleutels kon ophalen;

- de verdachte heeft op 11 november 2012 tegen de getuige [betrokkene 9] gezegd dat een chauffeur de Mercedes met koeloplegger zou komen ophalen. [betrokkene 5] en [betrokkene 2] hebben vervolgens die vrachtwagencombinatie in Almere opgehaald. [betrokkene 5] en [betrokkene 1] hebben later diezelfde dag een DAF trekker met koeloplegger opgehaald in Nieuwegein;

- [medeverdachte 2] , heeft aan de verdachte gevraagd wat het merk was van de vrachtauto’s die door [medeverdachte 5] ter beschikking waren gesteld. [medeverdachte 2] heeft vervolgens gestolen kentekenplaten geregeld. Op 8 december 2012 heeft de verdachte bij [betrokkene 5] navraag gedaan of de kentekenplaten van de bij de oplichting gebruikte vrachtwagens wel verwisseld waren, omdat bekend was geworden dat één van die vrachtwagens ‘gebruikt is daar zeg maar’;

- [betrokkene 5] en [medeverdachte 5] hebben contact met elkaar gehad op 11 november 2012, waarna de verdachte die dag nog contact heeft gehad met [betrokkene 5] ;

- de verdachte was aanwezig bij [D] in Loosdrecht tijdens het lossen en overladen van de laptops. De verdachte bestuurde een heftruck en hielp mee met het laden en lossen. Hij gaf daarbij opdrachten door die [medeverdachte 5] hem gaf;

- de verdachte heeft doorgegeven dat de Mercedes trekker niet moest doorrijden naar een losplaats omdat in die truck een track-&-trace-systeem zat. De verdachte zei dat de chauffeur naar een parkeerplaats bij een tankstation in Maartensdijk moest gaan om de koeloplegger om te koppelen;

- er zijn in een bakwagen door [betrokkene 5] in opdracht van de verdachte laptops vervoerd van Loosdrecht naar een loods op het adres [b-straat 1] in Nieuwegein. [medeverdachte 5] huurde die loods en de verdachte onderhuurde een gedeelte ervan;

- de verdachte heeft op het adres [b-straat 1] in Nieuwegein laptops gelost en opgeslagen;

- de verdachte is betrokken geweest bij de verkoop van een deel van de laptops. [medeverdachte 2] en diens handlanger hebben in verband met die verkoop geld ontvangen van [medeverdachte 5] en de verdachte.

Gelet op deze feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn mededaders. De bewezen - intellectuele en materiële - bijdrage van de verdachte, die een aandeel heeft gehad in het regelen van de trekkers en opleggers, het merk van de vrachtauto’s heeft doorgegeven voor het regelen van gestolen kentekenplaten en instructies heeft gegeven aan of voor de chauffeurs waar zij na de oplichting met de laptops naartoe moesten rijden, is van voldoende gewicht om van medeplegen van oplichting te kunnen spreken. De handelingen die de verdachte na de oplichting heeft verricht, waaronder ook het helpen met het overladen en lossen van de laptops in Loosdrecht en Nieuwegein, leveren naar het oordeel van het hof witwassen op.

De verdachte heeft het merk van de vrachtauto’s doorgegeven aan [medeverdachte 2] die gestolen kentekenplaten zou regelen, de verdachte heeft doorgegeven dat de chauffeur van de Mercedes trekker niet moest doorrijden naar de losplaats in verband met het track-&-trace-systeem en de verdachte heeft op 8 december 2012 bij [betrokkene 5] navraag gedaan of de kentekenplaten wel waren omgewisseld. In die gedragingen ligt naar het oordeel van het hof besloten dat de verdachte wist dat er een partij laptops zou worden ontvreemd en dat de laptops die op 12 november 2012 zijn vervoerd naar Loosdrecht, De Meern en Nieuwegein van dat misdrijf afkomstig waren. Dat uit de historische verkeersgegevens blijkt dat een van de nummers die bij de verdachte in gebruik waren, [telefoonnummer 3] , op 11 november 2012 alleen met een nummer dat in gebruik was bij [betrokkene 5] contact heeft gehad, is zonder meer niet voldoende voor een ander oordeel.

De andersluidende lezing van de verdachte, inhoudende dat hij van niets wist en dat hij alleen bij [D] aanwezig was in verband met de overname van een klant van [D] , wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, is onvoldoende onderbouwd en, mede gelet op het aanvullend proces-verbaal van 17 oktober 2016 over het onvindbaar zijn van de getuige [betrokkene 11] en het horen van een medewerker van [I] in Breda, niet aannemelijk geworden.”

Het oordeel van de Hoge Raad

2.3

Het is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt, om voor het bewijs te bezigen wat deze uit een oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en datgene terzijde te stellen wat deze voor het bewijs van geen waarde acht. De motiveringsplicht van de tweede volzin van artikel 359 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) doet niet af aan het uitgangspunt dat de selectie en waardering van het beschikbare feitenmateriaal is voorbehouden aan de feitenrechter. Wel brengt die bepaling mee dat de feitenrechter in een aantal gevallen zijn beslissing nader zal dienen te motiveren. Dat is onder meer het geval indien door of namens de verdachte een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt is ingenomen ten aanzien van het gebruikte bewijsmateriaal.
Omtrent de aan de mate van motivering te stellen eisen komt onder meer betekenis toe aan de inhoud en indringendheid van de aangevoerde argumenten. De motiveringsplicht gaat voorts niet zo ver dat bij de niet-aanvaarding van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt op ieder detail van de argumentatie moet worden ingegaan. (Vgl. HR 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9130.)

2.4.1

Het cassatiemiddel klaagt (i) over het oordeel van het hof dat, in afwijking van wat door de raadsman in hoger beroep is aangevoerd, de verklaring van [betrokkene 5] dat op 11 november 2012 een voorbespreking bij en in de aanwezigheid van de verdachte heeft plaatsgehad, betrouwbaar is en voor het bewijs kan worden gebruikt, (ii) over het oordeel van het hof dat, in afwijking van wat door de raadsman in hoger beroep is aangevoerd, de verdachte het merk van de vrachtwagens aan medeverdachte [medeverdachte 2] heeft doorgegeven en (iii) dat het hof bij de bewijsvoering de door [betrokkene 5] afgelegde verklaring ten aanzien van het doorgeven van het merk van de vrachtwagens aan medeverdachte [medeverdachte 2] heeft gedenatureerd.

Ad (i)

2.4.2

Het hof heeft, in afwijking van wat door de raadsman in hoger beroep is aangevoerd, de verklaring van [betrokkene 5] dat op 11 november 2012 een voorbespreking bij en in de aanwezigheid van de verdachte heeft plaatsgehad, betrouwbaar geacht en voor het bewijs gebruikt. Het hof heeft geoordeeld dat [betrokkene 5] geloofwaardig is en zijn verklaring betrouwbaar. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat de verklaring van [betrokkene 5] op hoofdpunten steun vindt in historische verkeersgegevens inclusief mastlocatiegegevens, in de verklaring van [betrokkene 1] , in de verklaringen van [betrokkene 9] en in die van [betrokkene 2] , die net zoals [betrokkene 5] en [betrokkene 1] (ook) zichzelf heeft belast. Door de verklaring van [betrokkene 5] over de voorbespreking voor het bewijs te gebruiken heeft het hof kennelijk geoordeeld dat de door de verdediging aangevoerde omstandigheden dat de verklaring van [betrokkene 1] en de zendmastgegevens van diens telefoon het gewraakte onderdeel van de verklaring van [betrokkene 5] niet ondersteunen, aan de betrouwbaarheid van de betreffende verklaring van [betrokkene 5] niet afdoen. Dat oordeel is, mede gelet op hetgeen hiervoor onder 2.3 is vooropgesteld, niet onbegrijpelijk. Het verweer vindt aldus in de bewijsvoering een afdoende weerlegging. Tot een nadere motivering was het hof, ook op grond van artikel 359 lid 2 Sv, niet gehouden. Voor zover het cassatiemiddel hierover klaagt, faalt het.

Ad (ii)

2.4.3

Voor zover het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat, in afwijking van wat door de raadsman in hoger beroep is aangevoerd, het de verdachte is geweest die het merk van de vrachtwagens aan medeverdachte [medeverdachte 2] heeft doorgegeven, faalt het eveneens. Het hof heeft het standpunt dat de verdachte het merk van de vrachtwagens niet aan [medeverdachte 2] heeft doorgegeven, gemotiveerd verworpen en heeft daartoe overwogen dat de omstandigheid dat een van de telefoonnummers die bij de verdachte in gebruik waren - het telefoonnummer [telefoonnummer 3] - op 11 november 2012 alleen met een telefoonnummer dat in gebruik was bij [betrokkene 5] contact heeft gehad, zonder meer niet voldoende is voor een ander oordeel. In aanmerking genomen dat deze overweging niet onverenigbaar is met de door de raadsman aangevoerde omstandigheid dat uit onderzoek naar alle bekende door de verdachte in gebruik zijnde telefoonnummers in de periode van 10 november 2012 tot en met 14 november 2012 is gebleken dat de verdachte, met uitzondering van [betrokkene 5] , geen contact met medeverdachten heeft gehad, terwijl de aangevoerde omstandigheid de mogelijkheid onverlet laat dat de verdachte op andere wijze dan door direct telefonisch contact de gegevens heeft doorgegeven aan genoemde [medeverdachte 2] , is dat oordeel niet onbegrijpelijk.

Ad (iii)

2.4.4

Ook voor zover het cassatiemiddel klaagt dat het hof bij de bewijsvoering de door [betrokkene 5] bij de politie afgelegde verklaring heeft gedenatureerd, faalt het. Blijkens hetgeen hiervoor onder 2.2.2 in bewijsmiddel 6 is weergegeven, heeft [betrokkene 5] op de door een verbalisant aan hem gestelde vraag hoe hij weet dat de gestolen kentekenplaten overeenkwamen met het merk van het voertuig, verklaard dat “(...) [medeverdachte 2] [dat] speciaal aan [verdachte] [heeft] gevraagd. Om wat voor merk auto’s het ging.” Door in zijn bewijsoverweging te overwegen dat de verdachte het merk van de vrachtauto’s aan [medeverdachte 2] heeft doorgegeven voor het regelen van gestolen kentekenplaten, heeft het hof aan die verklaring geen andere betekenis gegeven dan de betekenis die [betrokkene 5] daaraan kennelijk heeft bedoeld te geven. Het hof heeft, in het bijzonder gelet op de door [betrokkene 5] bij de politie afgelegde verklaring in haar geheel, onder meer inhoudende dat de verdachte aan [betrokkene 5] heeft doorgegeven dat de chauffeur van de Mercedes‑trekker niet moest doorrijden naar de losplaats in verband met het in die Mercedes aanwezige track-&-trace-systeem, de verdachte de chauffeur opdracht heeft gegeven om in plaats daarvan naar de parkeerplaats bij het tankstation in Maartensdijk waar de kentekenplaten zijn omgewisseld - te rijden om daar de oplegger om te koppelen en gelet op hetgeen hiervoor onder 2.2.2 in bewijsmiddel 22 is weergegeven, inhoudende dat de verdachte op 8 december 2012 bij [betrokkene 5] navraag heeft gedaan of de kentekenplaten wel waren omgewisseld, aan de bedoelde verklaring van [betrokkene 5] de betekenis kunnen toekennen dat de verdachte het merk van de vrachtauto’s heeft doorgegeven aan [medeverdachte 2] , terwijl hij wist dat [medeverdachte 2] gestolen kentekenplaten zou regelen.

2.5

Het cassatiemiddel faalt.

3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2020.