Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:629

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21-04-2020
Datum publicatie
21-04-2020
Zaaknummer
18/04204
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:153
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Gewoontewitwassen door geld dat buiten aangiftes inkomstenbelasting is gehouden te investeren in onroerende zaken, art. 420ter Sr jo. 420bis.1.b Sr. 1. Toelaatbare beperking cassatieberoep? 2. Kan uit b.m. worden afgeleid dat verdachte in bewezenverklaarde periode onroerende zaak in Oostenrijk heeft verworven?

Ad 1. Volgens daarvan opgemaakte akte is beroep niet gericht tegen ontslag van alle rechtsvervolging t.z.v. in tll. en bewezenverklaring van onder 3 tlgd. onder eerste gedachtestreepje genoemde geldbedragen en beslissing tot teruggave van onroerende zaak in Oostenrijk aan verdachte. Aan deze beperkingen moet echter worden voorbijgegaan. De reden daarvoor is uiteengezet in ECLI:NL:HR:2013:CA1610 (mogelijkheden om cassatieberoep te beperken).

Ad 2. HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt klacht. CAG: V.zv. hof heeft geoordeeld dat verdachte met overboeking van geld heeft voldaan aan zijn financiële verplichtingen voor aankoop van onroerend goed in Oostenrijk en daarmee dit onroerend goed heeft verworven a.b.i. art. 420bis Sr, getuigt dit oordeel van onjuiste rechtsopvatting. Uit die overboeking kan immers niet worden afgeleid dat verdachte feitelijke zeggenschap over onroerend goed heeft verkregen. ’s Hofs oordeel dat verdachte onroerend goed in Oostenrijk binnen tlgd. periode heeft verworven is ook onbegrijpelijk, aangezien uit (tot bewijs gebezigde) verklaring van verdachte volgt dat hij helft van aankoopsom voor onroerend goed te Oostenrijk heeft voldaan. Andere helft zou door ander worden betaald maar diegene kon vanwege financieringsproblemen zijn helft niet voldoen, waardoor verdachte zijn gedeelte van aankoopsom dreigde kwijt te raken. Deze verklaring vindt steun in voor bewijs gebruikte koopovereenkomst.

Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2020-0152
RvdW 2020/614
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/04204

Datum 21 april 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 september 2018, nummer 21/002975-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte.

Volgens de daarvan opgemaakte akte is het beroep niet gericht tegen het ontslag van alle rechtsvervolging ter zake van de in de tenlastelegging en bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde onder het eerste gedachtestreepje genoemde geldbedragen en de beslissing tot teruggave van de onroerende zaak [0001] te [plaats] (Oostenrijk) aan de verdachte. Aan deze beperkingen moet echter worden voorbijgegaan. De reden daarvoor is uiteengezet in het arrest van de Hoge Raad van 31 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA1610.

Namens de verdachte hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, opdat de zaak in zoverre op het bestaande beroep wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel komt onder meer op tegen de bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde voor zover inhoudende dat de verdachte in de bewezenverklaarde periode de in de bewezenverklaring bedoelde onroerende zaak te Oostenrijk heeft verworven.

2.2

De klacht slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal onder 15 tot en met 18.

3 Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het restant van het eerste cassatiemiddel en het tweede cassatiemiddel niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2020.