Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:591

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-04-2020
Datum publicatie
03-04-2020
Zaaknummer
19/00998
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2018:10306, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:57, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Burenrecht. Onrechtmatige daad; art. 6:162 BW. Verankering uitbouw woning in muur buurhuis. Erfdienstbaarheid tot inankering? Uitleg akten. Bij herbouw tot woning buren in acht te nemen afstand van perceelsgrens; art. 5:56 BW; betekenis bestemmingsplan en omgevingsvergunning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/501
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/00998

Datum 3 april 2020

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: R.D. Boesveld,

tegen

[verweerder],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [verweerder],

advocaat: K. Aantjes.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/16/373612/ HL ZA 14-217 van de rechtbank Midden-Nederland van 8 april 2015 en 6 april 2016;

  2. de arresten in de zaak 200.194.527/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 februari 2018 en 27 november 2018.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 27 november 2018 beroep in cassatie ingesteld.

[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • -

    verwerpt het beroep;

  • -

    veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 3 april 2020.