Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:570

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21-04-2020
Datum publicatie
21-04-2020
Zaaknummer
18/05055
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2018:2668
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:106
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Witwassen door ruim € 923.000 en sieraden, aangetroffen in verborgen ruimte aan onderkant van zijn auto, voorhanden te hebben, art. 420bis.1.b Sr. Bewijsklacht. Heeft verdachte voorwerpen voorhanden gehad? Voor het (als pleger) ‘voorhanden hebben’ van voorwerp in de zin van artikel 420bis.1 Sr is vereist dat verdachte voorwerp opzettelijk aanwezig had. Dat houdt in dat verdachte zich bewust was van (waarschijnlijke) aanwezigheid van voorwerp, zonder dat die bewustheid zich hoeft uit te strekken tot precieze eigenschappen en kenmerken van dat voorwerp (waaronder begrepen precieze omvang van geldbedrag) of tot exacte locatie daarvan. Voor bewijs van dergelijke bewustheid geldt dat daarvan ook sprake kan zijn in een geval dat het niet anders kan dan dat verdachte zulke bewustheid heeft gehad. Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat onder omstandigheden zoals vastgesteld in ’s hofs bewijsvoering van verdachte redelijke verklaring mag worden gevergd voor aantreffen van geld en voorwerpen in zijn auto, en dat in dat verband door verdachte geschetst scenario (iemand anders heeft zonder dat verdachte daarmee bekend was auto uitgerust met bergplaats waarin zich ruim € 900.000 en enkele waardevolle voorwerpen bevonden) niet geloofwaardig is. Gelet hierop en in het licht van hetgeen hiervoor is vooropgesteld, is ‘s hofs oordeel dat verdachte wist of moet hebben geweten van wat er zich in zijn auto bevond, in welk oordeel besloten ligt dat het niet anders kan dan dat verdachte deze voorwerpen bewust aanwezig en derhalve voorhanden heeft gehad, niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2020-0153
NJB 2020/1155
RvdW 2020/615
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/05055

Datum 21 april 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 27 juli 2018, nummer 23/004290-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.Th. Nooitgedagt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over de motivering van het bewezenverklaarde voorhanden hebben.

2.2.1

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

“hij op 1 juli 2017 te Wassenaar voorwerpen, te weten:

- een geldbedrag van 923.190,00 euro,

- een horloge van het merk Rolex met een waarde van ongeveer 23.100,00 euro en

- een gouden ketting

voorhanden heeft gehad terwijl hij, verdachte, wist dat bovenomschreven geldbedrag en voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.”

2.2.2

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“1. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2017140210-7 van 5 juli 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren T-461 en AML38458 (doorgenummerde pagina’s 1 en 2).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten (of één van hen):

Op 30 januari 2017 vond op het adres [a-straat 1] (het hof begrijpt: te Amsterdam), zijnde een woning, een onderzoek plaats waarbij drie verdachten, [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] werden aangehouden. Vlak voor het binnentreden van de woning werden door de verdachte [betrokkene 2] meerdere goederen van het balkon gegooid, waaronder een autosleutel van het merk Peugeot. Deze autosleutel bleek te horen bij een nabij de woning geparkeerde Peugeot 5008 voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 1]. Tijdens doorzoeking van deze auto werd een verborgen ruimte aangetroffen. Deze ruimte was op dat moment leeg.

Voornoemde auto stond op naam van een in Duitsland woonachtige man met de Italiaanse nationaliteit, te weten: [betrokkene 4], geboren op [geboortedatum] 1960 te [geboorteplaats].

Bij het natrekken van [betrokkene 4] in de politiesystemen bleek dat hij meerdere openstaande boetes had voor overtredingen begaan met drie verschillende voertuigen. Dit betrof onder meer het voertuig: Peugeot 3008 met het Duitse kenteken [kenteken 2]. In overleg met officier van justitie is er een aandachtvestiging opgemaakt met het verzoek tot inbeslagname van de voertuigen.

Op 1 juli 2017 werd de Peugeot 3008 voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 2] door collega’s van de Eenheid Den Haag rijdend aangetroffen op de N44. De collega’s kregen een ANPR-hit in verband met openstaande boetes en gaven de bestuurder een stopteken. De bestuurder bleek te zijn genaamd: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats].

Op het bureau namen de collega’s kennis van voornoemde aandachtvestiging en namen de auto in beslag.

Op 3 juli 2017 heb ik, T-461, de Peugeot met het Duitse kenteken [kenteken 2] laten overbrengen van Wassenaar naar Amsterdam. In Amsterdam is het voertuig door de Douane onderzocht op de aanwezigheid van verborgen ruimtes. De Douane trof tijdens dit onderzoek inderdaad een verborgen ruimte aan in de bodem van de auto, waarin zichtbaar pakketten met geld aanwezig waren. De verborgen ruimte bleek 63 pakketten met geld te bevatten. Tevens is er een Rolex horloge aangetroffen. Het geld is vervolgens in beslag genomen. Het totaalbedrag bleek 923.190,00 euro te zijn.

2. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1500-2017183965-4 van 1 juli 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s 9 tot en met 18).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten (of één van hen):

Op 1 juli 2017 kregen wij een ANPR hit op de N44. Wij bevonden ons op de Papeweg te Wassenaar. Het voertuig, voorzien van het kenteken [kenteken 2], Duits kenteken, Peugeot type 3008, stond voor meer openstaande bekeuringen gesignaleerd. De bestuurder bleek te zijn genaamd: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats], woonachtig [b-straat 1] te [plaats] Italië.

Ik, verbalisant [verbalisant 2], zag aan de papieren dat de kentekenhouder niet de eigenaar van het genoemde voertuig was. Het bleek dat op het genoemde voertuig 18 signaleringen stonden.

Aan het bureau bleek na onderzoek dat er op het voertuig een bedrag van 6.145,- euro open stond. [verdachte] gaf aan dat hij dit bedrag niet direct bij zich had. Hij ging direct een vriend bellen om naar het bureau te komen om het openstaande bedrag voor hem te komen betalen. [verdachte] gaf aan dat hij het voertuig heeft gekocht van de huidige kentekenhouder, maar dat het voertuig nog niet is overgeschreven op zijn naam.

In afwachting van de betaling en het geld heeft [verdachte] in de hal van het politiebureau gezeten. Bij controle in de politie systemen bleek het voertuig betrokken te zijn bij een fraude (EAGLE EYE 2). Dit betreft een onderzoek dat loopt in de eenheid Amsterdam. In de registratie van dit onderzoek kwam naar voren dat het voertuig voor de Douane in beslag moest worden genomen op (het hof begrijpt: op grond van) artikel 1.37 van de Douanewet.

Ik, verbalisant [verbalisant 2], werd aangesproken omstreeks 20.00 uur door [verdachte]. Deze vertelde mij dat zijn vriend er aan kwam voor het geld. Ik zag dat [verdachte] naar buiten liep in de richting van de Burmanlaan. Op de hoek van de Hofcampweg en Burmanlaan stonden twee mannen en een vrouw. Ik zag dat [verdachte] doelbewust naar deze twee mannen en vrouw toe liep. Ik zag dat [verdachte] met de twee mannen en de vrouw in gesprek ging. Tijdens dit gesprek zag ik dat de vrouw haar hand uit stak naar [verdachte]. Ik heb gezien dat er iets overhandigd werd. Ik zag dat de beide mannen en de vrouw in een rode personenauto van het merk Fiat, type Panda, voorzien van het kenteken [kenteken 3], stapten.

Omdat er sprake was van een fraudezaak heb ik, verbalisant [verbalisant 2], de noodhulpeenheid van bureau Wassenaar verzocht om het genoemde voertuig te controleren en de identiteit van de inzittenden vast te stellen.

[verdachte] gaf aan dat hij het openstaande bedrag van 6.144 euro wenste te betalen. Op de balie lag een pak met geld wat later bleek een totaal bedrag van 6150 euro. Na betaling is [verdachte] vertrokken.

3. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1500-2017183965-3 van 1 juli 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4] (doorgenummerde pagina’s 19 en 20).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten (of één van hen):

Op 1 juli 2017 omstreeks 20:20 uur hebben wij een voertuigcontrole uitgevoerd bij een voertuig dat betrokken was bij een zaak waar de collega’s van de 4302 mee bezig waren. Deze zaak is te lezen onder proces-verbaalnummer 2017183965-01.

Het voertuig hielden verbalisanten staande op de Hofcampweg te Wassenaar. Het betrof een rode Fiat, voorzien van kenteken [kenteken 3]. Desgevraagd gaf de bestuurder zijn legitimatiebewijs. Na controle bleek het te gaan om [betrokkene 3], [geboortedatum]-1992 geboren te [geboorteplaats].

Wij zagen dat er in het voertuig nog twee andere personen zaten. Het bleek te gaan om een manspersoon:

[betrokkene 5], geboren [geboortedatum]-1974 te [geboorteplaats].

De vrouwspersoon: [betrokkene 6], geboren [geboortedatum]-1971 te [geboorteplaats].

4. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2017011759-81 van 5 juli 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 5] en [verbalisant 6] (doorgenummerde pagina’s 22 en 23).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten (of één van hen):

Naar aanleiding van het aantreffen van een Rolex horloge in een personenauto Peugeot 3008 zijn wij op 5 juli 2017 met dit horloge gegaan naar een filiaal van Schaap en Citroen juweliers. Na onderzoek door de medewerker werd ons medegedeeld dat het betreffende horloge als echt is aan te merken. De aanschafprijs bedraagt 23.100 euro.

Bij het horloge was een certificaat aanwezig. Hierop was te zien dat het horloge is gekocht in Rome (Italië).

Tevens was een goudkleurige zogenaamde “rozenkrans” aangetroffen. Deze is eveneens onderzocht en gebleken is dat deze van goud is. De waarde was niet precies vast te stellen maar zou mogelijk enkele honderden euro’s betreffen.

5. Een proces-verbaal van relaas met nummer 2017140210 van 3 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7] (doorgenummerde pagina’s A2 tot en met A6, in het bijzonder pagina A4).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Controle Fiat Panda

De inzittenden van de Fiat Panda, kenteken [kenteken 3] werden op 1 juli 2017 door collega’s van de politie-eenheid Den Haag gecontroleerd. Hierbij bleek dat de volgende personen in de auto zaten:

[betrokkene 3], geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1992 (bestuurder);

[betrokkene 5], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972;

[betrokkene 6], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.

De genoemde [betrokkene 3] betrof dezelfde persoon als de [betrokkene 3] die werd aangehouden tijdens de doorzoeking van perceel [a-straat 1] te Amsterdam op 30 januari 2017.

6. Een proces-verbaal van relaas (1e nazending) met nummer 2017140210 van 10 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7] (doorgenummerde pagina’s A7 tot en met A9, in het bijzonder pagina A8).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Bij de al eerder aangehaalde doorzoeking van perceel [a-straat 1] te Amsterdam werden in een tv-meubel diverse documenten aangetroffen. Tussen deze documenten bevond zich een kopie van een Italiaanse identiteitskaart op naam van de verdachte [verdachte]. Dit betrof exact dezelfde identiteitskaart waarmee hij zich op 1 juli 2017 identificeerde aan de collega’s van de Eenheid Den Haag.

7. Een geschrift, zijnde een kennisgeving van inbeslagneming met nummer PL1300‑2017140210-4, opgemaakt door opsporingsambtenaren am138458, am137173 en T461 (doorgenummerde pagina 52).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Inbeslagneming

Plaats : [c-straat 1], [postcode] Amsterdam

Datum en tijd : 4 juli 2017 te 12:00 uur

Reden : Witwassen

Grondslag : Waarheid aan de dag brengen

Omstandigheden : Geld is aangetroffen in verborgen ruimte onder auto (het hof begrijpt telkens: de Peugeot 3008, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 2])

Volgnummer 1

Goednummer : PL1300-2017140210-5412555

Categorie omschrijving : Geld

Object : Geld (Biljetten)

Aantal/eenheid : 923.700 euro (het hof begrijpt telkens: 923.190 euro)

Land : Nederland

Waarde : EUR 923.700,00

Bijzonderheden : Totaal 923.700,00 euro aangetroffen onder auto + in beslag genomen

8. Een geschrift, zijnde een kennisgeving van inbeslagneming met nummer PL1300‑2017140210-3, opgemaakt door opsporingsambtenaar [verbalisant 8] (doorgenummerde pagina 53).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Inbeslagneming

Plaats : [c-straat 1], [postcode] Amsterdam

Datum en tijd : 3 juli 2017 te 23:14 uur

Reden : Witwassen

Grondslag : Waarheid aan de dag brengen

Omstandigheden : Aangetroffen in verborgen ruimte van betrokken voertuig, rechterzijde onder bijrijdersstoel onder auto (het hof begrijpt: de Peugeot 3008, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 2])

Volgnummer 1

Goednummer : PL1300-2017140210-5412234

Categorie omschrijving : Horloges/klokken

Object : Horloge

Merk/type : Rolex

Land : Nederland

Spoor identificatienr. : AAKW0847NL

Bijzonderheden : Betreft Rolex, in plastic verpakt

9. Een geschrift, zijnde een kennisgeving van inbeslagneming met nummer PL1300‑2017140210-3, opgemaakt door opsporingsambtenaar [verbalisant 9] (doorgenummerde pagina 54).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Inbeslagneming

Plaats : [c-straat 1], [postcode] Amsterdam

Datum en tijd : 3 juli 2017 te 23:14 uur

Reden : Witwassen

Grondslag : Waarheid aan de dag brengen

Omstandigheden : Aangetroffen in verborgen ruimte voertuig voorzien van kenteken [kenteken 2]

Volgnummer 1

Goednummer : PL1300-2017140210-5413544

Categorie omschrijving : Sieraden/tafelzilver

Object : Ketting

Kleur : Goudkleurig

Land : Nederland

Bijzonderheden : Kralenketting afgesloten met een plaatje en een kruis

10. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 4 augustus 2017, opgemaakt door mr. M.G. Tarlavski-Reurslag, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Amsterdam (ongenummerde pagina’s).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 4 augustus 2017 tegenover de rechter-commissaris afgelegde verklaring van verdachte:

Ik heb de auto gekocht in Rome. Via een agentschap werd er gezorgd voor Duitse kentekenplaten.

U houdt mij voor dat bij het politiebureau is gezien dat ik contact had met personen, waarna ik heb betaald. Dat waren twee Italianen. U zegt dat de Fiat waarin deze personen reden later die avond is gecontroleerd door de politie en dat daar [betrokkene 3] in zat. U zegt ook dat op 30 januari 2017 deze [betrokkene 3] is aangehouden en bij een doorzoeking de autosleutel is aangetroffen die past op de auto waarin ik op 1 juli reed. Ik heb op 1 juli 2017 bij het politiebureau buiten gesproken met twee jongens. Ik heb toen geld van ze gekregen, dat zij mij nog verschuldigd waren.

11. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 2017140210 van 9 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 7] en [verbalisant 10] (doorgenummerde pagina’s 75 tot en met 79, in het bijzonder de pagina’s 76 en 77).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 9 augustus 2017 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van verdachte:

Ik had op 1 juli 2017 een afspraak met een Italiaanse vriend in Nederland. Hij zou mij helpen om werk te zoeken in Nederland, als bordenwasser ofzo. Hij heet [betrokkene 5].

In Italië bestaat een organisatie die schulden int die mensen bij de Italiaanse staat hebben. Ik had vroeger een klein transportbedrijf. Ik heb met dat bedrijf een belastingschuld opgebouwd. De organisatie is bezig mijn schulden te innen. Als ik dus bezittingen heb, zoals een auto, dan worden die gelijk weer van mij afgepakt.

Als ik in het buitenland ga wonen heb ik toch een auto nodig voor familiebezoek en dergelijke, vandaar dat ik deze auto heb gekocht (het hof begrijpt: de Peugeot 3008 met Duits kenteken [kenteken 2]). [betrokkene 5] en, ik denk dat het zijn vrouw was, kwamen lopend naar mij toe bij het politiebureau in Den Haag. [betrokkene 5] gaf mij gelijk het geld om die boetes te betalen.

Bewijsoverweging:

De hiervoor vermelde bewijsmiddelen, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5° van het Wetboek van Strafvordering betreft, zijn telkens slechts gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.”

2.2.3

Het hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring verder het volgende overwogen:

“De raadsman stelt zich, zakelijk weergegeven, op het standpunt dat bij de verdachte de wetenschap van de aanwezigheid van het geld en de voorwerpen in de auto ontbrak. Dientengevolge beschikte hij eveneens niet over de opzet die vereist is om tot een bewezenverklaring te komen van witwassen van het aangetroffen geld en de aangetroffen voorwerpen zodat vrijspraak moet volgen.

De advocaat-generaal is van oordeel, zakelijk weergegeven, dat de verklaring van de verdachte inhoudende dat hij de zo later bleek geprepareerde auto met Duitse kentekenplaten heeft gekocht via een agentschap in Rome met de bedoeling in Nederland werk te zoeken omdat hij schulden heeft, niet geloofwaardig is. Bovendien komt de verklaring van verdachte er op neer dat hij een auto heeft gekocht voor een bedrag van ongeveer 13.000,00 euro terwijl er daar bijna een miljoen euro in verstopt zat. De auto stond op naam van een ander, te weten: [betrokkene 4] omdat - zo stelt de verdachte - hij (de verdachte) een belastingschuld had en eventuele bezittingen van hem direct in beslag zouden worden genomen. In dit kader is voorts van belang dat de auto gesignaleerd stond in verband met op naam van die [betrokkene 4] staande boetes tot een totaal bedrag van € 6.144,00. Toen de verdachte daarop door de politie werd aangesproken werd dit bedrag door hem contant voldaan nadat een vriend het geld was komen brengen in gezelschap van onder meer [betrokkene 3]. Van [betrokkene 3] is bekend dat hij zich in een woning aan het [a-straat] in Amsterdam ophield toen daar op 30 januari 2017 de politie verscheen en een sleutel over het balcon werd gegooid die later op de auto van de verdachte bleek te passen. Bij de huiszoeking in deze woning is een auto met een lege verborgen ruimte op naam van [betrokkene 4] aangetroffen alsmede een grote som geld. De verdachte ontkent [betrokkene 3] te hebben gezien en hem te kennen. In die woning aan het [a-straat] is voorts een kopie van het legitimatiebewijs van de verdachte aangetroffen. De verdachte verschaft ook hierover geen enkele duidelijkheid maar ontkent ook iedere wetenschap en betrokkenheid met [a-straat] in Amsterdam.

De verdachte geeft geen concrete, verifieerbare en niet op voorhand onwaarschijnlijke verklaring over deze hele gang van zaken en ook niet over de aanwezigheid van het geld in zijn geprepareerde auto. Alles overziend kan het niet anders zijn dan dat de verdachte weet had van de aanwezigheid van het geld en de voorwerpen in zijn auto, aldus de advocaat generaal.

Het hof stelt op grond van de inhoud van het dossier vast dat de verdachte naar Nederland is gekomen om werk te zoeken en daartoe een auto heeft aangeschaft, via een agentschap, die op naam van een ander stond. Verdachte moet als eigenaar en bestuurder geacht worden te hebben geweten wat er zich in zijn auto bevond. In dat verband is voorts nog het volgende van belang: toen de verdachte door de politie werd geconfronteerd met openstaande boetes waarvoor zijn auto gesignaleerd stond heeft hij zonder daar nader vragen over te stellen terstond actie ondernomen om deze te kunnen voldoen. Van het gezelschap dat het geld terstond kwam brengen maakte deel uit iemand ([betrokkene 3]) die in Amsterdam betrokken was geweest bij iets vergelijkbaars (beschikking over grote som geld en geprepareerde auto); de verdachte ontkent hem te hebben ontmoet (ondanks de waarneming van een verbalisant) en hem te kennen terwijl een kopie van zijn legitimatiebewijs en een sleutel van zijn auto bij een huiszoeking in de woning waar [betrokkene 3] zich ophield ([a-straat] in Amsterdam) bevonden. Het hof acht het door verdachte geschetste scenario dat hij niet wist dat het geld en de voorwerpen zich in een verborgen ruimte in zijn auto bevonden niet aannemelijk geworden.

Gelet op de aard van de voorwerpen en de wijze waarop deze vervoerd zijn, kan het niet anders dan dat verdachte wist dat deze van misdrijf afkomstig waren.

Het verweer wordt verworpen.”

2.3

Artikel 420bis lid 1 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) luidt:

“1. Als schuldig aan witwassen wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie:

a. hij die van een voorwerp de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing verbergt of verhult, dan wel verbergt of verhult wie de rechthebbende op een voorwerp is of het voorhanden heeft, terwijl hij weet dat het voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig is uit enig misdrijf;

b. hij die een voorwerp verwerft, voorhanden heeft, overdraagt of omzet of van een voorwerp gebruik maakt, terwijl hij weet dat het voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig is uit enig misdrijf.”

2.4

Voor het - als pleger - ‘voorhanden hebben’ van een voorwerp in de zin van artikel 420bis lid 1 Sr is vereist dat de verdachte het voorwerp opzettelijk aanwezig had. Dat houdt in dat de verdachte zich bewust was van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van het voorwerp, zonder dat die bewustheid zich hoeft uit te strekken tot de precieze eigenschappen en kenmerken van dat voorwerp (waaronder begrepen de precieze omvang van een geldbedrag) of tot de exacte locatie daarvan. Voor het bewijs van dergelijke bewustheid geldt dat daarvan ook sprake kan zijn in een geval dat het niet anders kan dan dat de verdachte zulke bewustheid heeft gehad.

2.5

Blijkens zijn bewijsvoering heeft het hof vastgesteld dat:
(i) op 30 januari 2017 bij een onderzoek in een woning te Amsterdam nabij de woning een auto met het Duitse kenteken [kenteken 1] werd aangetroffen met daarin een verborgen ruimte, bij dat onderzoek onder meer een persoon genaamd [betrokkene 3] werd aangehouden en in die woning een kopie van het legitimatiebewijs van de verdachte werd aangetroffen;
(ii) voornoemde auto op naam stond van [betrokkene 4], op wiens naam meerdere openstaande boetes bleken te staan, onder meer begaan met een auto met het Duitse kenteken [kenteken 2];
(iii) op 1 juli 2017 de verdachte werd aangetroffen als bestuurder van de auto met het kenteken [kenteken 2], die hij had gekocht, maar waarvan hij niet de kentekenhouder was;
(iv) de verdachte zonder nader vragen te stellen terstond actie heeft ondernomen om openstaande boetes te voldoen waarvoor de door hem gekochte, maar niet op zijn naam overgeschreven auto stond gesignaleerd;
(v) in een verborgen ruimte onder deze auto een geldbedrag van € 923.190, een horloge van het merk Rolex met een waarde van ongeveer € 23.100 en een gouden ketting werden aangetroffen;
(vi) voornoemde [betrokkene 3] deel uitmaakte van het gezelschap dat, na een telefoontje van de verdachte, verscheen met geld om de op de auto openstaande boetes te betalen.
Het hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat onder de hiervoor omschreven omstandigheden van de verdachte een redelijke verklaring mag worden gevergd voor het aantreffen van het geld en de voorwerpen in zijn auto, en dat het in dat verband door de verdachte geschetste scenario - erop neerkomend dat iemand zonder dat de verdachte daarmee bekend was de auto had uitgerust met een bergplaats waarin zich ruim € 900.000 en enkele waardevolle voorwerpen bevonden - niet geloofwaardig is. Gelet hierop en in het licht van hetgeen is vooropgesteld onder 2.4, is het oordeel van het hof dat de verdachte wist of moet hebben geweten van wat er zich in zijn auto bevond, in welk oordeel besloten ligt dat het niet anders kan dan dat de verdachte deze voorwerpen bewust aanwezig en derhalve voorhanden heeft gehad, niet onbegrijpelijk.

2.6

Voor zover het cassatiemiddel hierover klaagt, faalt het.

2.7

De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2020.