Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:554

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
31-03-2020
Datum publicatie
31-03-2020
Zaaknummer
19/04023
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:308
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening. Veroordelingen t.z.v. snelheidsovertredingen, art. 62 jo bord A1 RVV 1990. Aangevoerd wordt dat op de antwoordformulieren aan het CJIB waarop aanvrager telkens wordt aangemerkt als bestuurder van de auto’s t.t.v. de bewezenverklaarde snelheidsovertredingen, handtekeningen staan als zijnde van de bestuurder die daarop niet zijn geplaatst door aanvrager, en dat aanvrager zich t.t.v. de op 26 april 2013 en 27 oktober 2013 gepleegde snelheidsovertreding niet in Nederland, maar in Spanje bevond. HR: Op in CAG vermelde gronden is aanvraag gegrond. CAG: AG constateert verschillen tussen enerzijds de handtekeningen op de antwoordformulieren en anderzijds die op door aanvrager overgelegde stukken. Tevens heeft aanvrager een door drie personen ondertekende schriftelijke verklaring overgelegd die inhoudt dat hij vanaf 26 april 2013 tot 27 oktober 2013 in Spanje verbleef. Deze gronden zijn in onderling verband en samenhang toereikend voor de conclusie dat er sprake is van gegevens die bij het onderzoek op de ttz. aan de rechter niet bekend waren en die op zichzelf of in verband met de vroeger geleverde bewijzen met de uitspraken niet bestaanbaar schijnen. HR verklaart aanvraag gegrond en verwijst zaak naar hof.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2020-0120
RvdW 2020/526
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/04023 H

Datum 31 maart 2020

ARREST

op een aanvraag tot herziening van

a. a) een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 31 maart 2014, nummer 09/176415-13

en

b) een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 8 april 2015, nummer 10/084131-14,

ingediend door S. Wortel, advocaat te Utrecht,

namens

[aanvrager],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

hierna: de aanvrager

1 De uitspraken waarvan herziening is gevraagd

De kantonrechter in de rechtbank Den Haag heeft de aanvrager op 31 maart 2014 ter zake van “overtreding van het bepaalde in artikel 62 jo. bord A1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990” veroordeeld tot een geldboete van € 970, subsidiair 19 dagen hechtenis, en tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 maanden. De kantonrechter in de rechtbank Rotterdam heeft de aanvrager op 8 april 2015 ter zake van “overtreding van artikel 62 juncto bord A1 van bijlage 1 van het RVV 1990” veroordeeld tot een geldboete van € 1850,-, subsidiair 28 dagen hechtenis, en tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden.

2 De aanvraag tot herziening

2.1

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2

De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). In de aanvraag wordt daartoe aangevoerd dat op de antwoordformulieren waarop de aanvrager telkens wordt aangemerkt als de bestuurder van de auto’s ten tijde van de bewezenverklaarde snelheidsovertredingen, handtekeningen staan als zijnde van de bestuurder die daarop niet zijn geplaatst door de aanvrager, en dat de aanvrager zich ten tijde van de op 26 april 2013 en 27 oktober 2013 gepleegde snelheidsovertreding niet in Nederland, maar in Spanje bevond.

3 De conclusie van de advocaat-generaal

3.1

De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvraag vermelde uitspraken zal bevelen en de zaken zal verwijzen naar het hof Den Haag, opdat de zaken zullen worden berecht en afgedaan op de wijze als in artikel 472 lid 2 Sv is voorzien.

3.2

De raadsvrouw van de aanvrager heeft daarop schriftelijk gereageerd.

4 Beoordeling van de aanvraag

4.1

Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens lid 1, aanhef en onder c, van artikel 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.

4.2

Op de door de advocaat-generaal in zijn conclusie vermelde gronden moet het in de aanvraag aangevoerde worden aangemerkt als een gegeven als bedoeld in artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, Sv, zodat de aanvraag gegrond is en als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart de aanvraag tot herziening gegrond;

- beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormelde vonnissen van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag en van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam;

- verwijst de zaken naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaken op de voet van artikel 472 lid 2 Sv opnieuw zullen worden berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2020.