Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:525

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-04-2020
Datum publicatie
08-04-2020
Zaaknummer
19/01408
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:327
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. 1. Bewijsklacht. Heeft (enkelvoudige kamer) hof ten onrechte volstaan met opsomming van b.m. zonder daarbij aan die b.m. ontleende redengevende feiten en omstandigheden te vermelden? 2. Strafmotivering. Heeft hof in strijd met art. 359.6 Sv geen opgave van redenen gegeven die i.h.b. hebben geleid tot keuze van opleggen van vrijheidsbenemende straf (voorwaardelijke hechtenis van 1 week)? HR: art. 81.1 RO. Samenhang tussen 19/01407, 19/01408 en 19/01409.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/538
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/01408

Datum 7 april 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 maart 2019, nummer 21/007025-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2020.