Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:503

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24-03-2020
Datum publicatie
24-03-2020
Zaaknummer
18/03689
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen brandstichting en teweegbrengen ontploffing in bedrijfspand (art. 157 Sr), medeplegen poging tot brandstichting en teweegbrengen ontploffing in woning (art. 157 Sr), poging tot oplichting (art. 326.1 Sr), verduistering in dienstbetrekking (art. 322 jo. 321 Sr) en doen van valse aangifte (art. 188 Sr). Heeft hof verzuimd te beslissen op ttz. in h.b. gedaan verzoek om nieuw psychologisch onderzoek te laten plaatsvinden, terwijl poortraadsheer voorafgaand aan onderzoek ttz. verzoek tot opmaken van nieuw psychologisch rapport omtrent verdachte heeft afgewezen? Verzoek dat verdediging ttz. in h.b. heeft gedaan, is verzoek tot benoemen van deskundige a.b.i. art. 315 jo. 328 Sv, zodat uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek was vereist. Op ttz. gedaan verzoek a.b.i. art. 315 jo. 328 Sv dient te worden beslist door rechter die met behandeling van zaak ttz. is belast. Noch p-v tz. in h.b. noch uitspraak hof houdt beslissing in op dit verzoek. Dat verzuim heeft o.g.v. art. 330 jo. 415 Sv nietigheid tot gevolg. Volgt partiële vernietiging (t.a.v. strafbaarheid van verdachte en strafoplegging) en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2020-0106
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/03689

Datum 24 maart 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 augustus 2018, nummer 20/003607-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend voor wat betreft de beslissingen ten aanzien van de strafbaarheid van de verdachte en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het hof ‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt berecht.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat het hof niet heeft beslist op een verzoek dat de verdediging op de terechtzitting in hoger beroep heeft gedaan om een psychologisch onderzoek te laten plaatsvinden.

2.2.1

De toelichting op het cassatiemiddel houdt in dat de raadsman van de verdachte voorafgaand aan het onderzoek ter terechtzitting - daartoe in de gelegenheid gesteld door de poortraadsheer - een onderzoekswens kenbaar heeft gemaakt, dat die onderzoekswens het verzoek betrof tot het opmaken van een nieuw psychologisch rapport omtrent de verdachte, en voorts dat dit verzoek door de poortraadsheer is afgewezen.

2.2.2

Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte daar onder meer het volgende aangevoerd:

“Cliënt heeft in de bijlage bij mijn pleitnotities geprobeerd om duidelijk onder woorden te brengen wat hem heeft bewogen. Hij zegt zich momenteel beter te kunnen uiten dan in een eerdere levensfase. Hij zegt zelf dat hij nu in staat is om zijn beslissingen beter en rustiger te overdenken en zich te uiten, al blijft dat moeilijk voor cliënt.

Ik herhaal het verzoek een nieuw psychologisch onderzoek te laten plaatsvinden. Ik heb er geen bezwaar tegen als het hof bij tussenarrest op dat verzoek beslist; dat hoeft niet hangende de terechtzitting.”

2.3

Het verzoek dat de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep heeft gedaan, is een verzoek tot het benoemen van een deskundige als bedoeld in artikel 315 in samenhang met artikel 328 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), zodat een uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek was vereist. Op een ter terechtzitting gedaan verzoek als bedoeld in artikel 315 in samenhang met artikel 328 Sv dient te worden beslist door de rechter die met de behandeling van de zaak ter terechtzitting is belast. Noch het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep noch de uitspraak van het hof houdt een beslissing in op dit verzoek. Dat verzuim heeft op grond van artikel 330 in samenhang met artikel 415 Sv nietigheid tot gevolg.

2.4

Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.

3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de overige cassatiemiddelen niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over de strafbaarheid van de verdachte en de strafoplegging;

- wijst de zaak terug naar het hof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2020.