Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:495

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24-03-2020
Datum publicatie
24-03-2020
Zaaknummer
18/04771
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:84
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen aanwezig hebben van amfetamine, art. 2.C Opiumwet. Kon hof gelet op verweer van raadsman (beroep op bewijsuitsluiting dan wel strafvermindering, omdat verder rechercheren niet was toegestaan, nu geen sprake was van redelijk vermoeden van schuld) volstaan met opgave van b.m. a.b.i. art. 359.3 Sv? 2. Heeft hof verzuimd gemotiveerd te beslissen op namens verdachte gevoerd verweer m.b.t. redelijke termijn? HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/04771

Datum 24 maart 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 5 november 2018, nummer 20/003588-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft O.J. Much, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2020.