Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:435

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-04-2020
Datum publicatie
07-04-2020
Zaaknummer
18/05457
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:1123
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2018:3444
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Economische zaak. Opzettelijk gevaarlijke afvalstoffen, niet bruikbare stookolie (bunkerolie) inzamelen (art. 10.45 Wet milieubeheer) en afvalstoffen overbrengen van Nederland naar België zonder voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming van de betrokken bevoegde autoriteiten (art. 10.60 Wet milieubeheer). Bewijsklachten, o.m. over de vraag of stookolie kan worden aangemerkt als (gevaarlijke) afvalstof i.d.z.v. de Wet milieubeheer, en middel over samenloop a.b.i. art. 55 en 56 Sr. HR: art. 81.1 RO onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:2020:433 t.a.v. het antwoord op de vraag of i.c. sprake is van ‘afvalstoffen’. Samenhang met 18/05440.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/534
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/05457 E

Datum 7 april 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag, economische kamer, van 12 december 2018, nummer 22/002608-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J.S. Nan en G.J.K. Elsen, beiden advocaat te ’s-Gravenhage, en R.G.J. Laan, advocaat te Hoorn, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie en vgl. met betrekking tot het antwoord op de in het eerste middel aan de orde gestelde vraag of in deze zaak sprake is van ‘afvalstoffen’ het heden uitgesproken arrest in de zaak 17/05582, ECLI:NL:HR:2020:433).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2020.