Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:399

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-03-2020
Datum publicatie
10-03-2020
Zaaknummer
18/01398
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:220
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2018:701, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Als bestuurder van failliete rechtspersoon aan hem te wijten zijn dat aan verplichtingen ex art. 2:10.1 BW niet is voldaan en dat de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, waarmee volgens dat artikel administratie is gevoerd, niet in ongeschonden staat worden tevoorschijn gebracht (art. 342 (oud) Sr), feitelijke leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk (art. 51 jo. 341.1 (oud) Sr), en valsheid in geschrift (art. 225 Sr). Middelen over bewijs van feitelijke leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk en de vraag of het bewezenverklaarde plegen van valsheid in geschrift ook doen plegen van valsheid in geschrift oplevert. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/01398

Datum 10 maart 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 13 maart 2018, nummer 22/002093-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Grijsen, advocaat te Almere, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2020.