Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:388

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-03-2020
Datum publicatie
06-03-2020
Zaaknummer
19/00484
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:1148, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Beschikking
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Herverkaveling; Wet inrichting landelijk gebied (Wilg). Verwijzing naar HR 6 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:382 (zaak nr. 19/01323).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/334
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/00484

Datum 6 maart 2020

BESCHIKKING

In de zaak van

[de Eigenaar],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: [de Eigenaar],

advocaat: J.A.M.A. Sluysmans,

tegen

1. UITVOERINGSCOMMISSIE ENSCHEDE-ZUID,
zetelende te Zwolle,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: de Uitvoeringscommissie,

advocaat: M.W. Scheltema,

2. DE STAAT DER NEDERLANDEN, RIJKSWATERSTAAT OOST-NEDERLAND,
zetelende te ’s-Gravenhage,

3. [betrokkene 1],
wonende te [woonplaats],

BELANGHEBBENDEN in cassatie,

hierna gezamenlijk: de Staat c.s.,

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/08/212749/HA RK 18-14 van de rechtbank Overijssel van 19 november 2018.

[de Eigenaar] heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Uitvoeringscommissie heeft verzocht het beroep te verwerpen. De Staat c.s. hebben geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [de Eigenaar] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

2.1

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.2

Ten aanzien van de klacht van onderdeel I van het middel over de betekenis van de indeling van gronden in bodemgeschiktheidsklassen voor de waardering van die gronden in het kader van de lijst der geldelijke regelingen, verwijst de Hoge Raad naar hetgeen hij heeft overwogen in de rov. 3.2.1-3.2.7 van de vandaag uitgesproken beschikking in de zaak met nummer 19/013231.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [de Eigenaar] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Uitvoeringscommissie begroot op € 879,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris en aan de zijde van de Staat c.s. begroot op nihil.

Deze beschikking is gegeven door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 6 maart 2020.

1 ECLI:NL:HR:2020:382.