Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:375

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-03-2020
Datum publicatie
17-03-2020
Zaaknummer
17/00924
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:1197
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2017:956
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Feitelijke leiding geven aan door een rechtspersoon begane schijnverkopen van prepaid telefoonkaarten aan een beweerdelijk Belgisch bedrijf, dat verkopen aan verschillende in NL gevestigde afnemers bleken, ter zake waarvan bij de aangifte van de daarover verschuldigde btw is uitgegaan van verlegging van de btw-heffing naar dat buitenlandse bedrijf. HR: v.zv. het middel klaagt over het oordeel van het hof dat A B.V. in de periode juli 2003 tot en met april 2004 in haar aangiften voor de omzetbelasting telkens te lage bedragen aan belasting heeft opgegeven, slaagt het. De redenen daarvoor staan vermeld in ECLI:NL:HR:2020:374. HR doet de zaak om doelmatigheidsredenen zelf af en spreekt de verdachte vrij van het tlgde. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BT7075 en ECLI:NL:HR:2015:3440. Samenhang met ECLI:NL:HR:2020:374.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2020-0085
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 17/00924

Datum 17 maart 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 8 februari 2017, nummer 21/002036-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.J. Wattel heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest.

De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1

Het middel komt op tegen de bewezenverklaring.

2.2

Voor zover het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat [medeverdachte] in de periode juli 2003 tot en met april 2004 in haar aangiften voor de omzetbelasting telkens te lage bedragen aan belasting heeft opgegeven, slaagt het. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 17/00929 (ECLI:NL:HR:2020:374).

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de uitspraak van het hof niet in stand kan blijven en dat de overige cassatiemiddelen geen bespreking behoeven. Nu een nieuwe behandeling na ver- of terugwijzing niet tot een andere einduitspraak zou kunnen voeren dan hierna vermeld, zal de Hoge Raad de zaak om doelmatigheidsredenen zelf afdoen.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof behoudens voor zover daarbij het vonnis van de rechtbank is vernietigd;

- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 maart 2020.