Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:361

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-03-2020
Datum publicatie
03-03-2020
Zaaknummer
18/05480
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:1457
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2018:5138, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit bewezenverklaarde of andere strafbare feiten a.b.i. art. 36e.3 (oud) Sr na veroordeling t.z.v. medeplegen van verkopen van grote hoeveelheid hennep in uitoefening van bedrijf, deelneming aan criminele organisatie, gewoontewitwassen en voorhanden hebben van vuurwapen en munitie. Impliceert ‘s hofs berekening van w.v.v. dat ook w.v.v. kan worden ontnomen t.z.v. transacties waarvan betrokkene onherroepelijk is vrijgesproken en heeft hof een daarop betrekking hebbend verweer ten onrechte dan wel ontoereikend gemotiveerd verworpen? HR: art. 81.1 RO. Vervolg op 12/01599 (niet gepubliceerd; strafzaak, art. 81.1 RO). Samenhang met 18/05494 P en 18/05528 P.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/347
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/05480 P

Datum 3 maart 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 14 december 2018, nummer 23/001546-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft H.K. ter Brake, advocaat te Hoorn NH, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 maart 2020.