Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:325

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-03-2020
Datum publicatie
03-03-2020
Zaaknummer
19/03163
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Beschikking
Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94a Sv op twee auto’s onder klager t.z.v. verdenking van betrokkenheid bij belastingfraude, valsheid in geschrift, verduistering en opzettelijk witwassen. 1. Heeft Rb verzuimd te beslissen op het klaagschrift v.zv. dat betrekking heeft op een bankrekening? 2. Heeft Rb ondanks een daartoe gevoerd verweer (uos) verzuimd in haar beslissing ervan blijk te geven een onderzoek te hebben verricht naar de vraag of voortzetting van het beslag in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/01051 B.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/352
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/03163 B

Datum 3 maart 2020

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel van 9 januari 2019, nummer RK 18/832, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 maart 2020.