Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:229

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-02-2020
Datum publicatie
12-02-2020
Zaaknummer
18/04435
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:1254
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Diefstal, meermalen gepleegd, en diefstal met geweld, art. 310 en 312 Sr. Strafmotivering, art. 359.6 Sv. ’s Hofs motivering houdt in “dat verdachte kennelijk niet meer in Nederland verblijft. In dit soort zaken waarbij het gaat om buitenlandse verdachten waaraan geen andere strafmodaliteit kan worden opgelegd, is oplegging van een gevangenis een passende reactie.” HR: Door de enkele verwijzing naar de omstandigheid dat “verdachte kennelijk niet meer in Nederland verblijft”, heeft het hof de strafoplegging niet toereikend gemotiveerd. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/280
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/04435

Datum 11 februari 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 7 maart 2018, nummer 21/002194-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het hof teneinde op het punt van de straftoemeting opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over de motivering van de strafoplegging.

2.2

De verdachte is wegens diefstal, meermalen gepleegd, en diefstal met geweld veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden. De strafoplegging is in het door het hof bevestigde vonnis van de politierechter als volgt gemotiveerd:

“Ten aanzien van de op te leggen straf overweegt de politierechter dat verdachte kennelijk niet meer in Nederland verblijft. In dit soort zaken waarbij het gaat om buitenlandse verdachten waaraan geen andere strafmodaliteit kan worden opgelegd, is oplegging van een gevangenis een passende reactie.”

2.3

Door de enkele verwijzing naar de omstandigheid dat “verdachte kennelijk niet meer in Nederland verblijft”, heeft het hof de strafoplegging niet toereikend gemotiveerd.

2.4

Het cassatiemiddel slaagt.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;

- wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2020.