Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:220

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-02-2020
Datum publicatie
11-02-2020
Zaaknummer
18/01988
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:1438
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Onrust in Schilderswijk te Den Haag in de zomer van 2015 n.a.v. dood van arrestant. Medeplegen van opzettelijk brandstichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is (art. 157.1 Sr), openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr), en opruiing (art. 131.1 Sr). 1. Bewijsklachten brandstichting. 2. Uos dat verklaringen van opsporingsambtenaren moeten worden uitgesloten van bewijs. 3. Afwijzing verzoek tot horen opsporingsambtenaar als getuige. 4.Ondervragingsrecht. 5. Verweren strekkende tot ontslag van alle rechtsvervolging t.a.v. opruiing (kwalificatie als opruiing en beroep op art. 10 EVRM). HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/278
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/01988

Datum 11 februari 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 7 mei 2018, nummer 22/005310-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde straf. De Hoge Raad kan de hoogte daarvan verminderen.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het zesde cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.

2.2

Het cassatiemiddel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis.

3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te

verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;

- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die

zin dat deze 142 uren, subsidiair 71 dagen hechtenis, belopen;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2020.