Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:2093

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-12-2020
Datum publicatie
21-12-2020
Zaaknummer
19/04285
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:933, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2019:2047, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Goederenrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Goederenrecht. Vordering eigenaar perceel tot verwijdering van buizen en put op kosten van buren. Misbruik van bevoegdheid; art. 3:13 lid 2 BW. Samenhang met zaak 19/04283.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/83
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/04285

Datum 18 december 2020

ARREST

In de zaak van

1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],

2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

hierna: [eisers],

advocaten: K. Aantjes en F.I. van Dorsser,

tegen

1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],

2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna: [verweerders],

advocaat: N.C. van Steijn.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/14/154647 / HA ZA 14-190 van de rechtbank Noord-Holland van 9 juli 2014, 3 september 2014 en 8 juli 2015;

  2. de arresten in de zaak 200.178.533/01 van het gerechtshof Amsterdam van 17 mei 2016, 31 januari 2017, 15 augustus 2017, 28 november 2017, 25 september 2018 en 18 juni 2019.

[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 18 juni 2019 beroep in cassatie ingesteld.

[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

Mr. Aantjes heeft namens [eisers] schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • -

    verwerpt het beroep;

  • -

    veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 18 december 2020.