Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:2023

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-12-2020
Datum publicatie
15-12-2020
Zaaknummer
19/05204
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:942
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2019:9326
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Blokkeerfriezen bij landelijke intocht van Sinterklaas in Dokkum in 2017. Medeplegen versperring van snelweg, terwijl daarvan gevaar voor veiligheid van verkeer te duchten is (art. 162.1 Sr), medeplegen door bedreiging met geweld geoorloofde betoging verhinderen (art. 143 Sr) en medeplegen dwang (art. 284.1.1 Sr). 1. Uitoefening spreekrecht door aangevers, art. 51e.1 Sv. 2. Uitleg woorden ‘terwijl daarvan gevaar voor veiligheid van verkeer te duchten was’ a.b.i. art. 162 Sr. 3. Leveren bewezenverklaarde gedragingen ‘bedreiging met geweld’ a.b.i. art. 143 Sr op? 4. Leveren bewezenverklaarde gedragingen door bedreiging met geweld dwingen iets te doen, niet te doen en/of te dulden a.b.i. art. 284 Sr op? 5. Bewijsklachten medeplegen. 6. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr.

Ad 1, 2, 3, 4. en 5. HR: art. 81.1 RO mede gelet op ECLI:NL:HR:2020:2020.

Ad 6. HR ambtshalve: HR zal ’s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen v.zv. daarbij telkens vervangende hechtenis is toegepast overeenkomstig hetgeen is beslist in ECLI:NL:HR:2020:914. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.

Samenhang met 19/05178, 19/05179, 19/05180, 19/05181 en 20/00124.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/130
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/05204

Datum 15 december 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 oktober 2019, nummer 21-006487-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers telkens vervangende hechtenis is toegepast, en te bepalen dat met toepassing van artikel 6:4:20 van het Wetboek van Strafvordering telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het – gelet ook op het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 20/00124, ECLI:NL:HR:2020:2020 – namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

3.1

Het hof heeft de verdachte de verplichting opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers de in het arrest vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het in het arrest telkens genoemde aantal dagen hechtenis.

3.2

De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof ambtshalve vernietigen voor zover daarbij telkens vervangende hechtenis is toegepast, overeenkomstig hetgeen is beslist in HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers telkens vervangende hechtenis is toegepast;

- bepaalt dat met toepassing van artikel 6:4:20 van het Wetboek van Strafvordering telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 2020.