Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:2009

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-12-2020
Datum publicatie
11-12-2020
Zaaknummer
19/03625
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:564, Contrair
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2019:3965, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Procesrecht. In appel is de dochtervennootschap in plaats van de moedervennootschap als geïntimeerde aangeduid. Appellante verzoekt rectificatie. Moedervennootschap is op bevel van hof opgeroepen en heeft zich over rectificatie uitgelaten. Hof verklaart appellante niet-ontvankelijk. Klachten over afwijzing van het rectificatieverzoek door het hof.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2021/11
RvdW 2021/41
NJ 2021/10
JIN 2021/11 met annotatie van Mengelberg, R.J.G.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/03625

Datum 11 december 2020

ARREST

In de zaak van

CALL2COLLECT B.V.,
gevestigd te Amsterdam,

EISERES tot cassatie,

hierna: Call2Collect,

advocaten: T.T. van Zanten en I.M.A. Lintel,

tegen

1. ARVATO FINANCE B.V., handelend onder de naam Afterpay,
gevestigd te Heerenveen,

hierna: Afterpay,

2. ARVATO FINANCE INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Heerenveen,
hierna: AFI,

VERWEERSTERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: Afterpay c.s.,

advocaat: S.M. Kingma.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/17/155461 / HA ZA 17-140 van de rechtbank Noord-Nederland van 13 juni 2018;

  2. de arresten in de zaak 200.246.098/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 januari 2019 en 7 mei 2019.

Call2Collect heeft tegen het arrest van het hof van 7 mei 2019 beroep in cassatie ingesteld.

Afterpay c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor Afterpay c.s. toegelicht door hun advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van Call2Collect heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Uitgangspunten en feiten

2.1

Call2Collect heeft bij (tijdig uitgebracht) exploot van 7 september 2018 “Arvato Finance International B.V. h.o.d.n. Afterpay”, (AFI), gedagvaard tegen de zitting van 25 september 2018 van het hof Arnhem-Leeuwarden met de aanzegging dat zij in hoger beroep komt van een vonnis van 13 juni 2018 van de rechtbank Noord-Nederland.

2.2

AFI heeft zich bij memorie houdende incidentele vordering tot niet-ontvankelijkverklaring op het standpunt gesteld dat Call2Collect in haar hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat AFI geen procespartij was in de procedure die heeft geleid tot het vonnis van 13 juni 2018.

2.3

Call2Collect stelt zich op het standpunt dat in de appeldagvaarding sprake is van een kennelijke vergissing, nu zij ten onrechte AFI heeft aangeduid als geïntimeerde, waar dit AFI’s moedervennootschap Arvato Finance B.V. h.o.d.n. Afterpay, (Afterpay), had moeten zijn. Call2Collect heeft daarbij erop gewezen dat beide vennootschappen dezelfde bestuurders hebben en dat zij kantoor houden op dezelfde locatie. Call2Collect heeft het hof verzocht om de onjuiste partijaanduiding te rectificeren en Afterpay de mogelijkheid te bieden om alsnog te verschijnen in deze procedure.

2.4

Bij tussenarrest1 heeft het hof overwogen dat de Hoge Raad in het arrest Montis/Goossens (ECLI:NL:HR:2013:1881) regels heeft gegeven voor de beoordeling of de aanduiding van een procespartij kan worden gewijzigd nadat de procedure in een volgende instantie aanhangig is gemaakt. (rov. 2.5) Op de voet van deze regels heeft het hof Call2Collect bevolen Afterpay bij exploot op te roepen om Afterpay in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de toewijsbaarheid van het verzoek tot wijziging van de partijaanduiding van geïntimeerde in de appeldagvaarding. (rov. 2.6)

2.5

Call2Collect heeft vervolgens een exploot doen betekenen aan AFI en Afterpay, waarbij Afterpay is opgeroepen te verschijnen in de procedure. De advocaat van AFI heeft zich ook gesteld voor Afterpay. Afterpay heeft een akte genomen die betrekking heeft op de ontvankelijkheid van het hoger beroep.

2.6

Bij eindarrest2 heeft het hof Call2Collect niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep. Daartoe heeft het hof, samengevat, het volgende overwogen. De feiten die ten grondslag liggen aan het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1844) wijken op essentiële punten af van die in de onderhavige zaak. In eerste aanleg was alleen Afterpay de wederpartij van Call2Collect. Gesteld noch gebleken is dat het uitbrengen van het appelexploot aan AFI berust op een fout van de deurwaarder, terwijl AFI in haar incidentele memorie aannemelijk heeft gemaakt dat Call2Collect uit eerdere procedures wist dat AFI en Afterpay zelfstandige vennootschappen zijn. AFI is weliswaar een dochtervennootschap van Afterpay, maar het appelexploot is niet betekend aan een of meer van de bestuurders van AFI en Afterpay, zoals die kenbaar zijn uit het handelsregister, maar aan een kantoormedewerkster. Het appelexploot is bovendien niet mede betekend aan het kantoor van de advocaat die Afterpay in eerste aanleg heeft bijgestaan. Voor de juistheid van de stelling dat Afterpay wist dat Call2Collect tegen het bestreden vonnis van de rechtbank van 13 juni 2018 hoger beroep had ingesteld of dat AFI, laat staan Afterpay dit had moeten begrijpen, bestaat onvoldoende aanwijzing. Nergens in het appelexploot wordt de naam van Afterpay genoemd en evenmin kan op andere wijze uit het appelexploot worden afgeleid dat bedoeld is hoger beroep in te stellen tegen Afterpay. (rov. 2.5) Het dagvaarden van de juiste (rechts)persoon ligt in de risicosfeer van Call2Collect en Afterpay zou onevenredig in haar belangen worden geschaad, indien zij na het verstrijken van de appeltermijn alsnog in de appelprocedure zou worden betrokken, zodat Call2Collect niet-ontvankelijk moet worden verklaard. (rov. 2.6-2.7)

3 Beoordeling van het middel

3.1

Het middel klaagt onder meer dat het oordeel van het hof (in rov. 2.7) dat Call2Collect niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep onbegrijpelijk is.

3.2

Deze zaak kenmerkt zich door de volgende omstandigheden. Geïntimeerde is in het appelexploot aangeduid met “Arvato Finance International B.V. h.o.d.n. Afterpay”, terwijl Call2Collect bedoelde de procespartij in eerste aanleg “Arvato Finance B.V. h.o.d.n. Afterpay” aan te duiden. De eerstgenoemde partij is een dochtervennootschap van de laatstgenoemde partij. De namen van beide vennootschappen verschillen uitsluitend hierin dat in de ene naam ook het woord ‘International’ voorkomt en in de andere niet. Beide vennootschappen hebben dezelfde bestuurders en zijn op hetzelfde adres gevestigd. Op dit adres is het appelexploot ook uitgebracht. In de partijaanduiding in het appelexploot staat “h.o.d.n. Afterpay”, hetgeen (in elk geval ook) de handelsnaam is van de partij aan wie Call2Collect heeft bedoeld het appelexploot te doen uitbrengen en die als aanduiding van die partij was gebruikt in het vonnis van de rechtbank.

3.3

De hiervoor in 3.2 genoemde omstandigheden laten geen andere conclusie toe dan dat sprake is geweest van een fout in de naamsaanduiding in het appelexploot, in die zin dat aan de statutaire naam van Afterpay het woord “International” is toegevoegd, wat erin resulteerde dat niet de statutaire naam van Afterpay maar de statutaire naam van haar dochtervennootschap AFI is gebruikt. Gelet op de mogelijkheid dat Afterpay als gevolg daarvan nog niet van het tegen haar ingestelde hoger beroep op de hoogte was, heeft het hof Call2Collect terecht de gelegenheid gegeven om Afterpay (met de juiste naamsaanduiding) in het geding op te roepen, waarna Afterpay is verschenen. Niet is gesteld of gebleken dat Afterpay door deze gang van zaken in een ander belang is geschaad dan dat zij van het tegen haar ingestelde hoger beroep op de hoogte is geraakt nadat de termijn voor het instellen van hoger beroep was verstreken. In het licht daarvan is onbegrijpelijk het oordeel van het hof dat Afterpay daardoor onevenredig in haar belangen zou worden geschaad, en dat Call2Collect niet-ontvankelijk is in het door haar tegen Afterpay ingestelde hoger beroep.

3.4

De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen. Nu ook in cassatie niet is gesteld of gebleken dat Afterpay in een ander belang is geschaad dan dat zij in de loop van de procedure in hoger beroep alsnog daarin heeft moeten verschijnen, is Call2Collect ontvankelijk in haar hoger beroep tegen Afterpay.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 mei 2019;

- bepaalt dat Call2Collect ontvankelijk is in haar hoger beroep tegen Afterpay;

- verwijst het geding naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing;

- veroordeelt Afterpay c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Call2Collect begroot op € 1.002,25 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren M.J. Kroeze, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 11 december 2020.

1 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 januari 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:503.

2 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 mei 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:3965.