Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1960

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-12-2020
Datum publicatie
08-12-2020
Zaaknummer
19/04338
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:858
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Economische zaak. Medeplegen opzettelijke bodemverontreiniging door dumping drugsafval, art. 13 Wet Bodembescherming. Bewijsklacht. Heeft verdachte handelingen op bodem verricht waardoor bodem kon worden verontreinigd? Hof heeft vastgesteld dat verdachte drugsafval heeft ‘gedumpt’ door op bospad o.m. enkele vaten en jerrycans uit vrachtauto te halen, op onbeschermde bodem te zetten, deze daar achter te laten en vervolgens weg te rijden. Hof heeft voorts vastgesteld dat meeste jerrycans waren gevuld met afval afkomstig van productie amfetamine en dat vaten en (inhoud van) jerrycans roken naar amfetamine en bij productie van amfetamine gebruikte chemicaliën. Gelet op deze vaststellingen is ’s hofs oordeel dat verdachte handelingen op bodem heeft verricht waardoor bodem kon worden verontreinigd, niet onbegrijpelijk. Bewezenverklaring is toereikend gemotiveerd. Daaraan doet niet af dat hof heeft vastgesteld dat afval van amfetamineproductie in vaten en/of jerrycans was verpakt. Volgt verwerping. Samenhang met 19/04335 E (niet gepubliceerd; art. 80a RO).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2020-0397
RvdW 2021/67
JM 2021/21 met annotatie van Pieters, S.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/04338 E

Datum 8 december 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, economische kamer, van 2 mei 2018, nummer 20/000438-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het arrest van het hof maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde, voor zover inhoudende dat de verdachte handelingen op de bodem heeft verricht “waardoor de bodem kon worden verontreinigd”.

2.2.1

Ten laste van de verdachte is onder 2 bewezenverklaard dat:

“hij op of omstreeks 16 mei 2013, in de gemeente Valkenswaard, aan of nabij de Luikerweg, tezamen en in vereniging met een ander, handelingen op de bodem heeft verricht, bestaande uit het neerleggen van afvalstoffen, afkomstig van de productie van drugs, waardoor de bodem kon worden verontreinigd - terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen de bodem kon worden verontreinigd - en toen opzettelijk niet aan de verplichting heeft voldaan alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem konden worden gevergd, teneinde die verontreiniging te voorkomen.”

2.2.2

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 mei 2013 (pg. 25-27), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], brigadier respectievelijk agent van Regiopolitie Brabant Zuid-Oost:

Op 16 mei 2013, omstreeks 00.20 uur, waren wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], belast de directe hulpverlening en handhaving in de gemeente Valkenswaard. Wij waren in uniform gekleed en reden in een opvallend dienstvoertuig.

Op bovengenoemde datum en tijdstip reden wij over de Luikerweg te Valkenswaard, komende uit de richting Kempervennendreef en gaande in de richting van het centrum van Valkenswaard. Ter hoogte van de eerste afslag na de Kempervennendreef aan de voor ons linkerzijde van de Luikerweg, zagen wij vanuit een bospad een vrachtwagen rijden. Dit bospad is gelegen ter hoogte van hectometerpaal 45.1 op de Luikerweg te Valkenswaard en ligt tussen de Luikerweg en de Victoriedijk.

Ik, verbalisant [verbalisant 2], zag dat de verlichting van de vrachtwagen aan ging en vervolgens weer uit ging. Wij zagen dat de vrachtwagen vervolgens over de Luikerweg in de richting van België reed en zijn verlichting weer brandde. Wij zagen dat de vrachtwagen met hoge snelheid vanaf het bospad de Luikerweg op reed. Wij zagen dat de bestuurder de vrachtwagen niet volledig onder controle had en hierdoor slingerend reed. Wij zagen dat de vrachtwagen was voorzien van het Belgische kenteken: [kenteken 1]. Wij zagen dat de vrachtwagen aan de achterzijde de belettering had: AUTOVERHUUR. Hierop hebben wij doorgegeven aan onze meldkamer dat wij de inzittenden van deze vrachtwagen wilden controleren en dat wij de bestuurder een stopteken zouden geven middels de stoptransparant aan de voorzijde van ons dienstvoertuig.

Op bovengenoemde datum, omstreeks 00.25 uur, stond het stoptransparant aan de voorzijde van ons dienstvoertuig aan. Wij zagen dat de vrachtwagen niet stopte. Ten einde onszelf zichtbaar te maken, stuurde ik, verbalisant [verbalisant 2], ons dienstvoertuig naar de linker weghelft. Wij zagen dat de vrachtwagen vervolgens op de linker weghelft ging rijden en vervolgens slingerend in het midden van de Luikerweg ging rijden, kennelijk met de bedoeling ons te beletten om hem in te halen. Hierop hebben wij met toestemming van onze meldkamer onze optische en geluidsignalen aangezet teneinde de vrachtwagen te stoppen en de inzittenden staande te houden. Wij bleven onze positie doorgeven aan de meldkamer en vroegen of de Belgische politie gebeld kon worden teneinde de achtervolging met de vrachtwagen in België over te nemen.

Op bovengenoemde datum, omstreeks 00.25 uur, zagen wij dat de vrachtwagen de landgrens met België passeerde. Hierop hebben wij onze stoptransparant uitgezet en onze optische en geluidssignalen uitgezet. Wij zijn de vrachtwagen op een afstand van circa 50 à 100 meter blijven volgen in België in afwachting van de Belgische collega’s.

Wij reden gezien vanaf de grens met België, rechtdoor over de N74.

Wij zagen dat de vrachtwagen rechtsaf de afslag nam richting Echel. Wij zagen dat de vrachtwagen vervolgens reed in de richting van Lindenhoeven. Wij zagen, binnen de bebouwde kom van Lindenhoeven, dat de vrachtwagen zijn snelheid verhoogde naar circa 100 kilometer per uur en enkele personenauto’s inhaalde. Wij zagen dat hij hierbij slingerend reed alsof de bestuurder zijn voertuig niet volledig onder controle had. Wij zagen dat de vrachtwagen vervolgens Lindenhoeve uit reed in de richting van Overpelt. Wij zagen dat de vrachtwagen op een rotonde uit kwam waarbij hij twee maal de rotonde rond reed. Wij zagen dat de vrachtwagen vervaarlijk overhelde bij het nemen van deze rotonde.

Wij zagen, op bovengenoemde datum, omstreeks 00.33 uur, dat de vrachtwagen, na twee maal de rotonde rond te zijn geweest, rechtsaf de N74 richting Neerpelt/Eindhoven op reed.

Wij zagen dat de vrachtwagen in de richting van de landgrens met Nederland reed. Wij zagen dat op bovengenoemde datum, omstreeks 00.37 uur, de vrachtwagen Nederland binnen reed over de Luikerweg te Valkenswaard. Hierop hebben wij opnieuw onze stoptransparant aan de voorzijde van ons voertuig en de optische en geluidssignalen aangezet. Wij zagen dat de vrachtwagen op de rotonde rechtsaf de Dorpsstraat op reed in de richting van de Achelse Kluis. Wij zagen dat de vrachtwagen vervolgens de Grensdijk te Hamont op reed en hiermee de landgrens met België opnieuw passeerde. Hierop hebben wij onze optische en geluidssignalen en stoptransparant uitgezet en zijn wij de vrachtwagen weer op circa 100 meter achterna gereden teneinde onze locatie te blijven doorgeven aan de Belgische collega’s. Wij zagen dat de vrachtwagen via de Grensdijk, Ruiterstraat, Koleneind [reed] om vervolgens weer de landgrens met Nederland te passeren en op bovengenoemde datum, omstreeks 00.57 uur, de Abdijweg op reed. Hierop hebben wij onze optische en geluidssignalen weer aangezet. Wij hoorden dat er inmiddels meerdere eenheden op de Abdijweg stonden en aldaar stopsticks op het wegdek hadden gelegd teneinde de vrachtwagen te doen stoppen.

Wij hebben de vrachtwagen vanaf het moment dat wij hem de Luikerweg op zagen rijden, op bovengenoemde datum omstreeks 00.20 uur, constant in het zicht gehad.

Op bovengenoemde datum, omstreeks 00.59 uur, zagen wij dat de vrachtwagen stopte op de Abdijweg te Valkenswaard.

Wij zagen dat de bestuurder en de passagier uit de vrachtwagen stapten. Ik, verbalisant [verbalisant 2], richtte mijn vuurwapen op de bestuurder en ik hoorde dat andere collega’s naar hem riepen dat de verdachte moest gaan liggen en dat hij was aangehouden. Ik zag dat de verdachte (hof: naar later bleek de verdachte [verdachte]) onder controle was. Ik richtte mijn vuurwapen op de passagier. Ik hoorde dat de andere collega’s riepen dat deze verdachte moest gaan liggen en dat hij was aangehouden. Ik zag dat de verdachte (hof: naar later bleek de verdachte [medeverdachte]) onder controle werd gehouden door een andere collega.

Omstreeks 01.01 uur stond ik, verbalisant [verbalisant 1], aan de achterzijde van de vrachtwagen. Ik zag dat een collega aan de zijkant van de vrachtwagen de automatische laadklep van de vrachtwagen opende. Ik zag dat er in het laadgedeelte van de vrachtwagen, meerdere blauwe vaten stonden. Ik rook een sterke amfetaminelucht rondom de vrachtwagen. Toen de laadklep openging versterkte deze lucht. Hierop heb ik de laadklep meteen afgesloten in afwachting van het forensisch onderzoeksteam.

2. Het proces-verbaal aanhouding d.d. 16 mei 2013 (pg, 254), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4]:

Op 16 mei 2013 te 01.00 uur hielden wij, verbalisanten, op de locatie Abdijweg te Valkenswaard, als verdachte aan:

Achternaam: [verdachte]

Voornaam: [verdachte]

Geboren: [geboortedatum] 1980

3. Het proces-verbaal aanhouding d.d. 16 mei 2013 (pg. 286), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 5]:

Op 16 mei 2013 te 01.00 uur hielden wij, verbalisanten, op de locatie Abdijweg te Valkenswaard, als verdachte aan:

Achternaam: [medeverdachte]

Voornaam: [medeverdachte]

Geboren: [geboortedatum] 1983

4. Het proces-verbaal bevindingen ondersteuning LFO d.d. 16 mei 2013 (pg. 41-47), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 6], werkzaam als senior LFO-expert bij de Landelijke Eenheid, Dienst Landelijke Operationele Samenwerking, groep Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmanteling:

Op 16 mei 2013 omstreeks 01:30 uur was ik ter plaatse en heb, met collega [verbalisant 7] van de Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen, een onderzoek ingesteld naar de vrachtauto op de Abdijweg te Borkel en Schaft in de gemeente Valkenswaard en de dumping op het bospad aan de Luikerweg te Valkenswaard.

Op de rijbaan van de Abdijweg stond een witte kleine vrachtauto. Het betrof hier een vrachtauto van het merk Ford welke was voorzien van een afzonderlijke laadruimte welke via een hydraulische laadklep kon worden betreden. Deze bestelauto was voorzien van het Belgische kenteken [kenteken 1]. De vrachtauto was aan de zijkant voorzien van de tekst: ‘Autoverhuur [A], [a-straat 1], [plaats]’

Ik zag dat aan de rechterzijde en linkerzijde van de laadruimte vloeistof uit de vrachtauto liep. Ik zag dat deze vloeistof op het wegdek terecht kwam. Vervolgens zag ik dat aan de bovenzijde van de vrachtauto witte damp kwam. Ik rook rond de vrachtauto de voor mij kenmerkende geur van amfetamine en de bij de productie van amfetamine gebruikte chemicaliën en daarbij ontstane afvalstoffen. Op mijn verzoek werd door de ter plaatse zijnde lokale brandweer en met ondersteuning van een regionaal chemicaliënpakkenteam de vrachtauto aan de achterzijde geopend door de laadklep te laten zakken.

Ik zag dat de laadruimte geheel was geladen met een groot aantal vaten, tonnen, emmers, jerrycans en aan de productie van synthetische drugs gerelateerde materialen. Ik zag dat tijdens het openen een witte damp uit de vrachtauto kwam. Het betrof hier vermoedelijk zoutzuurdamp. Ik zag tevens dat de laadvloer was besmet met een hoeveelheid vloeibare chemicaliën en/of afvalstoffen. Een deel van deze chemicaliën en/of afvalstoffen liep via naden in de zijwand van de laadruimte naar buiten en kwam op het wegdek terecht. Ik zag dat de inhoud van de vrachtauto door elkaar lag, vermoedelijk als gevolg van de rijstijl van de bestuurder gedurende de achtervolging. Ik zag tevens dat een aantal jerrycans lekte en dat daardoor de inhoud van de laadruimte deels was besmet met chemicaliën en/of afvalstoffen.

Op mijn verzoek werd door het ingeschakelde chemicaliënpakkenteam van de regionale brandweer de laadruimte ontruimd en werd de lekkage en vloeistofbesmetting op het wegdek gestabiliseerd met behulp van absorptiemateriaal. Nadat alle goederen uit de laadruimte waren verwijderd werd door mij een voorlopige inventarisatie gemaakt van de inhoud van de laadruimte. Van een klein aantal voorwerpen-jerrycans zijn spoedmonsters genomen. De inhoud betrof:

- 1 zwarte luchtslang

- 1 kartonnen doos met het opschrift ‘HUAOI Deco glas’. Kenmerkend verpakkingsmateriaal voor het verpakken van 20 liter rondbodemkolven

- 1 kartonnen doos inhoudende diverse gebruikte glazen distillatiespiralen

- 1 plastic 5 liter maatbeker, inhoudende een restant wit-beige poeder. Hiervan werd een monster genomen; monsternummer VAL-1. Met behulp van een microchemische kleurreactietest werd door mij vastgesteld dat dit monster amfetamine bevatte.

- 2 rode emmers inhoudende een plastic trechter met daarin een glazen stop

- 2 lege witte emmers inhoudende een wollen plaid

- 2 lege zakken waarin volgens opschrift absorptiemateriaal heeft gezeten

- 3 blauwe 220 liter vaten

- 1 blauw 220 liter vat gevuld met afval waaronder slangen

- 1 blauw 120 liter vat wat restanten amfetamine afval bevatte

- 1 blauw 220 liter vat inhoud 2 rode 10 liter jerrycans met het opschrift: ‘1e’

- 1 blauw 120 liter vat met restanten poeder

- 1 zwart 220 liter vat inhoudende 7 emmers welke restanten olieachtige vloeistof bevatte

- 2 blauwe 220 liter vaten welke restanten olieachtige vloeistof bevatten

- 1 blauw 220 liter vat met aan de binnenzijde een sproeisysteem met Gardena aansluiting

- 1 blauw 120 liter vat wat restanten amfetamine bevatte

- 1 blauw 160 liter vat wat restanten amfetamine bevatte

- 1 blauw 120 liter vat wat rook naar Benzylmethylketon (BMK)

- 1 blauw 120 liter vat wat restanten kristallen bevatte

- 1 blauw 220 liter vat met daarin een zwarte deksel

- 2 blauwe 160 liter vaten met daarin restanten poeder en vloeistof

- 6 witte emmers met deksel, inhoud 40 liter, alle gevuld met een donkere vloeistof.

Opschrift: ‘B restjes’, ‘20B’ en ‘25 pH7’

- 12 rode 10 liter jerrycans waarvan sommige met het opschrift ‘1e’

- 1 zuurkool vat, inhoud circa 50 liter

- 3 blauwe jerrycans, inhoud 10 liter. Enkele waren voorzien van een etiket met het opschrift ‘Astro Syn Chemtec Chemicals BV’

- 1 blauwe jerrycan, inhoud 5 liter

- 17 witte 25 liter jerrycans, opschrift: ‘Aklitos’, aantal gevuld met een licht troebele vloeistof met donker bruine drijflaag. Uit een van deze jerrycans werd een monster genomen. Monsternummer VAL-4

- 13 witte 25 liter jerrycans, aantal gevuld met een licht troebele vloeistof met donker bruine drijflaag. Uit een van deze jerrycans werd een monster genomen.

Monsternummer VAL-3. Deze jerrycan bevatte circa 5 liter donker bruine vloeistof.

- 3 witte 30 liter jerrycans, waarvan 1 leeg, 1 half vol en 1 geheel gevuld.

- 2 blauwe ovale 30 liter jerrycans, een voorzien van het opschrift ‘Mier’.

- 10 blauwe 30 liter jerrycans voorzien van een sticker met o.a. het opschrift ‘Energy base’

- 2 witte 30 liter jerrycans

- 7 witte 25 liter jerrycans

- 8 witte 5 liter jerrycans waarvan sommige voorzien van een etiket met het opschrift ‘Methanol’

- 2 witte 10 liter jerrycans waarvan 1 leeg en een gevuld. De gevulde jerrycan was gevuld met een bruine vloeistof met witte bezinksel laag. Uit deze jerrycan werd een monster genomen. Monsternummer VAL-2. Deze jerrycan was voorzien van het opschrift ‘1’

Opgemerkt wordt dat een aantal van de zwarte deksels van de blauwe 120, 160 en 220 liter vaten was gemodificeerd. In het midden van deze deksels was een doorvoeropening aangebracht waarin een grijze kunststof aansluiting was bevestigd. Op deze aansluiting kon een slang worden bevestigd.

Opgemerkt wordt dat vanwege de locatie, het tijdstip alsmede de mate van besmetting geen volledige inventarisatie en bemonstering is uitgevoerd. Dit dient op een nader tijdstip plaats te vinden. De voorlopig geschatte hoeveelheid chemisch afval betreft circa 1.500 liter.

De genomen monsters zijn door mij behoorlijk verpakt en verzegeld. Deze monsters zijn voorzien van de SINnummers:

Sin nummer Monster nummer Omschrijving stukken van overtuiging

AAEI0309NL 1 Plastic 5 liter maatbeker inhoudende een hoeveelheid wit poeder.

AAEI0310NL 2 2 witte 10 liter jerrycans waarvan 1 leeg en 1 gevuld met een wit bezinksel en een bruine vloeibare bovenlaag.

AAEI0311NL 3 13 witte 25 liter jerrycans zonder opschrift. Uit een jerrycan een monster genomen. Jerrycan was gevuld met circa 5 liter donker bruine olie.

AAEI0312NL 4 17 witte 25 liter jerrycans, opschrift 'Aklitos', alle gevuld met een licht bruine vloeistof met dunne donkere drijflaag. Een jerrycan bemonsterd.

Deze monsters werden op donderdag 16 mei 2013, omstreeks 16.00 uur, overgebracht naar het Nederlands Forensisch Instituut - afdeling Verdovende Middelen -, te Den Haag, ten behoeve van spoedanalyse.

Dumping op bospad aan de Luikerweg te Valkenswaard, ter hoogte van hectometerpaal 45.1

Op deze locatie werd het onderzoek uitgevoerd door mijn LFO collega [verbalisant 7]. Op basis van zijn bevindingen kon worden opgemaakt dat op deze locatie werd aangetroffen:

- 1 kartonnen doos met het opschrift ‘HUAOI Deco glas’. Kenmerkend verpakkingsmateriaal voor het verpakken van 20 liter rondbodemkolven. In deze doos zat een gebruikte 20 liter 3 hals rondbodemkolf.

- 1 blauw 220 liter vat inhoudende een gele slang, 2 witte 10 liter jerrycans en een witte emmer met bruine restanten

- 1 blauw 220 liter vat inhoudende 3 rode 10 liter jerrycans voorzien van het opschrift ‘1e’

- 1 witte 10 liter jerrycan

- 1 aluminium koffer inhoudende een gebruikte weegschaal

- 1 zwarte deksel welke was gemodificeerd. In het midden van dit deksel was een doorvoeropening aangebracht waarin een grijze kunststof aansluiting was bevestigd.

Op deze aansluiting was een stuk slang bevestigd door middel van een slangenklem.

- 4 blauwe 10 liter jerrycans waarvan er 2 waren voorzien van een etiket met het opschrift ‘Astro Syn Centre Chemicals’ en een was voorzien van een etiket met het opschrift ‘Microsol’.

Opgemerkt wordt dat de vaten en jerrycans alsmede de inhoud van de jerrycans roken naar amfetamine en bij de productie van amfetamine gebruikte chemicaliën en ontstane afvalstoffen.

Overeenkomsten:

Tussen de aangetroffen materialen uit de vrachtwagen op de Abdij weg te Borkel en Schaft, in de gemeente Valkenswaard en de dumping op bospad aan de Luikerweg te Valkenwaard, ter hoogte van hectometerpaal 45.1, zijn de navolgende overeenkomsten aangetroffen:

- blauwe 10 liter jerrycans waarvan voorzien van een etiket met het opschrift ‘Astro Syn Centre Chemicals’.

- kartonnen doos met het opschrift ‘HUAOI Deco glas’. Kenmerkend verpakkingsmateriaal voor het verpakken van 20 liter rondbodemkolven.

- zwarte deksels welke waren gemodificeerd. In het midden van deze deksels was een doorvoeropening aangebracht waarin een grijze kunststof aansluiting was bevestigd.

Op deze aansluiting was/kon een stuk slang worden bevestigd door middel van een slangenklem.

- rode 10 liter jerrycans voorzien van het opschrift ‘1e’

- blauwe 220 liter vaten

- witte emmer met bruine restanten

- de vaten en jerrycans alsmede de inhoud van de jerrycans roken naar amfetamine en bij de productie van amfetamine gebruikte chemicaliën en ontstane afvalstoffen.

Daarnaast is door surveillanten geconstateerd dat de vrachtauto uit het desbetreffende bospad kwam rijden waar de dumping is aangetroffen.

Interpretatie LFO:

De op beide locaties aangetroffen jerrycans, tonnen, emmers en vaten waren al dan niet gevuld met afvalstoffen en/of productiematerialen welke zijn gebruikt ten behoeve van de productie van synthetische drugs, in casu amfetamine. Een monster wit poeder werd positief getest op amfetamine.

De aangetroffen teksten en etiketten (bv. ‘Mier’) wijzen op enerzijds de gebruikte chemicaliën waaronder mierenzuur, zoutzuur en methanol en anderzijds op processtappen en/of productiehandelingen (b.v. ‘1e’). Deze chemicaliën en processtappen en/of productiehandelingen wijzen in combinatie met de aangetroffen productieapparatuur op de productie van amfetamine volgens de Leuckart synthese.

De hoeveel aangetroffen jerrycans, tonnen, emmers en vaten welke waren gevuld met een voorlopig geschatte hoeveelheid van circa 1.500 liter afval wijzen op grootschalige productie. Per kilogram geproduceerde amfetamine volgens de Leuckart synthese komt gemiddeld tussen de 8 en 12 liter vloeibaar afval vrij. De 1.500 liter afval, indien allemaal afkomstig van de productie van amfetamine, zou wijzen op een productie van tussen de 125 en 160 kg amfetamine.

5. Een tweetal afdrukken van foto’s, behorende bij het IncidentFormulier Inzet LFO, plaats: Valkenswaard, Straat: Luikerweg, (pg 61-64):

Foto’s op pg 63 en 64: op deze foto’s is afgebeeld een onverhard pad met onverharde berm waarop onder meer 2 blauwe vaten en een doos zijn geplaatst.

6. Het Incidentformulier Inzet LFO Valkenswaard - Luikerweg d.d. 16 mei 2013 (pg. 62-63), voor zover inhoudende als volgt:

Op 16 mei 2013 werd door een surveillance waargenomen dat uit een bospad aan de Luikerweg te Valkenswaard een vrachtauto kwam rijden. De bestuurder van de vrachtauto negeerde een stopteken. Hierop volgde een achtervolging door de grensstreek zowel in Nederland als België. Omstreeks 01.00 uur werd op de Abdij weg te Borkel en Schaft, in de gemeente Valkenswaard, de vrachtauto tot stoppen gedwongen. Twee verdachten konden worden aangehouden.

Nader onderzoek op het bospad aan de Luikerweg te Valkenswaard wees uit dat op het bospad diverse jerrycans waren gedumpt.

De meeste jerrycans waren gevuld met afval afkomstig van de productie van amfetamine. De meeste blauwe vaten waren gemodificeerd voor de omzetting van APAAN in BMK.

Het aangetroffen afval kwam overeen met het materiaal wat in de vrachtauto was aangetroffen.

7. Het rapport Identificatie van drugs en precursoren van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 21 mei 2013 (pg. 48-49), voor zover inhoudende als volgt:

Betreft: Opiumwet Zaaknummer: 2013.05.16.286 Datum aanvraag: 16 mei 2013 Verdachten: [medeverdachte] en [verdachte]

Vraagstelling:

Bevat het materiaal middelen die vermeld zijn op een van de lijsten van de Opiumwet of op de bijlage van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën (Wvmc) en zo ja, welke?

Resultaten en conclusie Nederlands Forensisch Instituut

Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en conclusie

Kenmerk AAEI0309NL/1

Omschrijving monster crèmekleurige schilfers, volgens opgave uit een plastic vijf liter maatbeker

Conclusie

bevat een lage concentratie N-formylamfetamine en Leuckart syntheseverontreinigingen

Kenmerk AAEI0310NL/2

Omschrijving monster oranje/bruine olieachtige vloeistof, volgens opgave uit één van de twee

witte tien liter jerrycans

Conclusie

bevat N-formylamfetamine

Kenmerk AAEI0311NL/3

Omschrijving monster bruine olieachtige vloeistof, volgens opgave uit vijf liter in één van de dertien witte 25 liter jerrycans zonder opschrift

Conclusie

bevat N-formylamfetamine en BMK

Kenmerk AAEI0312NL/4

Omschrijving monster bruine olieachtige vloeistof op een kleurloze onderlaag, volgens opgave uit één van de zeventien witte 25 liter jerrycans met opschrift “Aklitos”

Conclusie

bevat amfetamine

Benzylmethylketon (BMK; 1-fenyl-2-propanon)

8. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 16 mei 2013 (pg. 265), voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte]:

V: Was je de bestuurder van het voertuig?

A: Ja

V: Hoe kwam je aan die auto?

A: Die had ik sinds eergisteren gehuurd in Neerpelt, België.

V. Wat heb je meegekregen van de achtervolging, wanneer had je door dat je achterna gezeten werd door de politie?

A: Toen ik de zwaailichten zag. Ik reed toen op de doorgaande weg richting Lommel, België. Dat is de Luikerweg.

9. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 mei 2013 (pg. 274), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9]:

Op 21 mei 2013 vingen wij aan met een verhoor van verdachte [verdachte].

Hij verklaarde dat hij met de bus naar de dumpplaats was gereden.

Op de dumpplaats opende hij de auto en zag tonnen. Hij trok enkele tonnen uit de auto en gooide deze weg. Hierop dacht hij dat dit niet goed was, hij sloot de deur en reed weg.

10. Het proces-verbaal van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige economische kamer voor de behandeling van strafzaken, locatie ’s-Hertogenbosch van 27 januari 2015, inhoudende de verklaring van verdachte:

Ik heb die bus leeg gehuurd en op 14 mei 2013 op een parkeerplaats achtergelaten. Ik heb hem de volgende dag, 15 mei 2013, weer opgehaald. Nadat ik de bus had opgehaald, ben ik naar de bossen in Valkenswaard gereden. Daar heb ik de klep opengemaakt en er een paar dingen uitgehaald. Ik heb er twee tonnen en een paar kannetjes uitgehaald. Ik zat niet alleen in die auto. Ik had iemand meegevraagd. Toen ik de bus wilde terugbrengen, reed de politie langs. Na een achtervolging werden we uiteindelijk op de Abdijweg aangehouden.

11. Het (losse) procesdossier KIEVIT (zaakdossier 10), betreffende: Dumpingen van chemicaliën, van politie-eenheid Limburg, Dienst Regionale Recherche, Team Opsporing, onderzoeksnummer 2451114005, voor zover inhoudende het ovc-gesprek van 14 april 2015 vanaf 06:03:00 (pg. 16):

Voertuig: [kenteken 2]

Tijdstip: 14-04-2015 6:03:00

[medeverdachte] en [betrokkene 1] (fon) in het voertuig.

[betrokkene 1] is bestuurder.

[medeverdachte] = [medeverdachte]

[betrokkene 1] = [betrokkene 1]

06:03:44

[medeverdachte]: Ik ben (...) gepakt met een dumping hè? ...in Valkenswaard.

Toen heb ik anderhalf uur achtervolging gehad.. .met een bakwagen. Maar die zat tot de nok toe vol met eh.. .chemicaliën.

(...)

Dus ik kom bij dat bos aan, ik doe de klep open en zeg: ja dat begrijp ik.

Ik zeg: Luister kan van mij de tering krijgen...als ik dat gedaan had, dan werd alles anders, dan kreeg ik mijn geld en dan was het klaar.

[medeverdachte]: ...maar effen een paar tonnetjes weggooien...zo...

Maar ik had hem twee weken van te voren vijfhonderd (500) betaald voor te dumpen. Dus ik kijk jongen hey..., heel de bakwagen tot nok toe vol. Ik zeg luister, je kan de tering krijgen, ik doe het dicht en we zetten hem terug.

Ik rij dat bospad uit... wouten (...).

Maar mee dat ze voorbij rijden zet ik de lampen aan (...).

Daar krijg ik een achtervolging jongen, door België heen.

Maar ik dacht als ik de grens overrijd, dan mogen ze me niet meer volgen.

Mij hebben ze helemaal gevolgd maat.

Ik rij naar Holland toe en daar stonden ze klaar he, met van die dingen over de weg heen.”

2.2.3

Het hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring verder het volgende overwogen:

“Door de raadsman is ter terechtzitting in hoger beroep - op gronden als in de pleitnota verwoord vrijspraak bepleit van het overtreden van artikel 13 van de Wet bodembescherming met betrekking tot de locatie Luikerweg te Valkenswaard, althans van het opzettelijk overtreden daarvan. Daartoe is primair aangevoerd dat niet onomstotelijk vast is komen te staan dat sprake is geweest van drugsafval op voornoemde locatie, omdat geen monsters zijn genomen van de op deze locatie aangetroffen goederen en tevens onvoldoende is gebleken dat de goederen (vloei)stoffen bevatten. Onder deze omstandigheden kan in de visie van de verdediging niet bewezen worden dat artikel 13 van de Wet bodembescherming in dit geval is geschonden.

Subsidiair is aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat sprake is geweest van opzet bij verdachte, ook niet voorwaardelijke zin.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Voor wat betreft de dumping aan of nabij de Luikerweg te Valkenswaard, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte], handelingen op de bodem heeft verricht, bestaande uit het neerleggen van afvalstoffen, afkomstig van de productie van drugs, waardoor de bodem kon worden verontreinigd. Uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat verdachte midden in de nacht de bestuurder is geweest van een volgeladen vrachtauto waarmee vervolgens drugsafval is gedumpt. De verdachte heeft in dit verband erkend dat hij op enig moment in de bossen in Valkenswaard de klep van de vrachtauto heeft geopend, enkele vaten en kannen uit de vrachtauto heeft gehaald, op de bodem heeft gezet, heeft laten staan en vervolgens is weggereden.

Los van de vraag of de door verdachte neergelegde vaten en jerrycans al dan niet waren gevuld met een (vloei)stof, kan op grond van het dossier worden vastgesteld dat hiermee sprake is geweest van het neerleggen van afvalstoffen afkomstig van de productie van drugs.

Wat er ook zij van de verklaring van verdachte dat hij voorafgaand aan het openen van de klep van de vrachtauto in de veronderstelling verkeerde dat sprake zou zijn hennepafval, op het moment dat verdachte de afvalstoffen dumpte wist hij dat het, zoals hij zelf heeft verklaard, ‘niet goed’ was. Door de afvalstoffen aldaar te plaatsen en te laten staan heeft verdachte opzettelijk niet aan de verplichting voldaan alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem konden worden gevergd, teneinde milieuverontreiniging te voorkomen.

Gelet op al het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, verklaart het hof bewezen dat verdachte zich samen met medeverdachte heeft schuldig gemaakt aan het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

De verweren van de verdediging worden dan ook verworpen.”

2.3

Blijkens de bewijsvoering heeft het hof vastgesteld dat de verdachte drugsafval heeft ”gedumpt” door op een bospad aan de Luikerweg in de gemeente Valkenswaard onder meer enkele vaten en jerrycans uit een vrachtauto te halen, op de onbeschermde bodem te zetten, deze daar achter te laten en vervolgens weg te rijden. Het hof heeft voorts vastgesteld dat de meeste jerrycans waren gevuld met afval afkomstig van de productie van amfetamine en dat de vaten en jerrycans en de inhoud van de jerrycans roken naar amfetamine en bij de productie van amfetamine gebruikte chemicaliën. Gelet op deze vaststellingen is het oordeel van het hof dat de verdachte handelingen op de bodem heeft verricht waardoor de bodem kon worden verontreinigd, niet onbegrijpelijk. De bewezenverklaring is dan ook toereikend gemotiveerd. Daaraan doet niet af dat het hof heeft vastgesteld dat het afval van de amfetamineproductie in vaten en/of jerrycans was verpakt.

2.4

Het cassatiemiddel faalt.

3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1

Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.

3.2

Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van negen maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze acht maanden en twee weken, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 december 2020.