Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1950

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-12-2020
Datum publicatie
04-12-2020
Zaaknummer
18/01575
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:599, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2018:200, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Termijnstelling als bedoeld in art. 58 Fw; bestaan van de vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
INS-Updates.nl 2020-0334
RvdW 2021/3
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/01575

Datum 4 december 2020

ARREST

In de zaak van

1. [eiseres 1],
wonende te [woonplaats], Verenigde Arabische Emiraten,

2. STICHTING DE VIJF MUSKETIERS,
gevestigd te Eindhoven,

EISERESSEN tot cassatie,

hierna: [eiseressen],

advocaat: C.S.G. Janssens,

tegen

1. Mr. Philip Willem SCHREURS, wonende te Eindhoven,

2. Mr. Jan Evert STADIG, wonende te ’s-Hertogenbosch,

beiden in hun hoedanigheid van curator in het faillissement van

[betrokkene 1],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna: de curatoren,

advocaat: M.A.J.G. Janssen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/03/189187/HA ZA 14-146 van de rechtbank Limburg van 6 augustus 2014 en 9 maart 2016;

  2. het arrest in de zaak 200.190.483/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 januari 2018.

  3. zijn arresten in deze zaak in het incident, ECLI:NL:HR:2018:2220 en ECLI:NL:HR:2019:1527, van 30 november 2018 en 4 oktober 2019.

[eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De curatoren hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • -

    verwerpt het beroep;

  • -

    veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curatoren begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseressen] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren G. Snijders, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 4 december 2020.