Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1939

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-12-2020
Datum publicatie
04-12-2020
Zaaknummer
19/03738
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:676, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2019:3224, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Octooirecht. Onrechtmatige daad. Mededingingsrecht. Schikking met verplichting zich van beweerde octrooi-inbreuk te onthouden, later gevolgd door vordering tot nietigverklaring octrooi en schadevergoeding wegens onrechtmatige octrooihandhaving. Schade door handhaving of door schikking? Ongeldigheid schikking wegens strijd met art. 6 Mededingingswet?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/7
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/03738

Datum 4 december 2020

ARREST

In de zaak van

[eiser], handelende onder de naam [A],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaten: H.J.W. Alt en F.I.S.A.L. van Velsen,

tegen

1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],

2. JET SET HYDROTECHNIEK B.V.,
gevestigd te Wieringerwerf, gemeente Hollandse Kroon,

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: [verweerders],

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/09/444144/HA ZA 13-638 van de rechtbank Den Haag van 26 februari 2014, 23 april 2014 en 3 juni 2015;

  2. het arrest in de zaak 200.178.791/03 van het gerechtshof Den Haag van 7 mei 2019.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Tegen [verweerders] is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

Een van de advocaten van [eiser], H.J.W. Alt, heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • -

    verwerpt het beroep;

  • -

    veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren G. Snijders, als voorzitter, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 4 december 2020.