Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1936

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-12-2020
Datum publicatie
08-12-2020
Zaaknummer
19/02748
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:1154
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2019:4659
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Opzettelijk telen van hennep (art. 3.B. Opiumwet), diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr) op twee verschillende locaties (Wolvega en Hardegarijp) en vuurwapenbezit (art. 26. 1 WWM). 1. Bewijsklacht m.b.t. het opzettelijk telen van hennep en hoeveelheid weggenomen elektrische energie in Wolvega, 2. Motiveringsklacht betrouwbaarheid getuigenverklaring en 3. Bewijsklacht redengevendheid b.m. hennepkwekerij en diefstal van elektriciteit in Hardegarijp. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/02747.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/62
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/02748

Datum 8 december 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 mei 2019, nummer 21-003377-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 december 2020.