Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1913

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-12-2020
Datum publicatie
15-12-2020
Zaaknummer
20/01802
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:1006
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Beschikking
Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 98 Sv op 112-melding van minderjarige verdachte aan meldkamer van ambulancedienst t.z.v. verdenking van moord/doodslag op 15-jarig meisje. Beroep op verschoningsrecht van bij ambulancedienst werkzame verpleegkundig centralist in opleiding (klager), geheimhouderstukken. Rb heeft geoordeeld dat sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden die doorbreking van verschoningsrecht rechtvaardigen. Staat ontbreken van toestemming van slachtoffer in de weg aan verstrekking van bandopname, hoewel ouders van slachtoffer toestemming hebben gegeven tot kennisneming daarvan? HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/131
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/01802 Bv

Datum 15 december 2020

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West‑Brabant van 7 mei 2020, nummer RK 20-000129, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 98 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager] ,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft D.J.G. Timmermans, advocaat te Leiden, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Namens de belanghebbende [betrokkene 1] heeft M. Houweling, advocaat te Roosendaal, daarop schriftelijk gereageerd.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de klager heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 2020.