Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1904

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-12-2020
Datum publicatie
01-12-2020
Zaaknummer
19/01246
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:1135
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen witwassen geldbedragen, art. 420bis.1.b Sr. Bewijsklacht. Volgen in nadere bewijsoverwegingen genoemde feiten en omstandigheden t.a.v. oordeel dat geldbedragen uit misdrijf afkomstig zijn, uit b.m.? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2003:AF7985 m.b.t. motiveringsvereisten voor redengevende f&o in bewijsoverweging. Hof heeft in bewijsoverweging onder gedachtestreepjes genoemde f&o redengevend geacht voor bewezenverklaring. Het betreft hier mede gegevens die niet in b.m. zijn vermeld terwijl hof in zijn overweging evenmin met voldoende mate van nauwkeurigheid wettig b.m. heeft aangegeven waaraan het die f&o heeft ontleend. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 19/01270. CAG: anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2020-0381
RvdW 2021/22
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/01246

Datum 1 december 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 februari 2019, nummer 21-002546-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend wat betreft de opgelegde straf, tot vermindering van die straf in de mate die de Hoge Raad goeddunkt en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring.

2.2.1

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

“zij op 25 mei 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers hebben zij, verdachte en haar mededader op 25 mei 2016 een groot geldbedrag in contanten overgedragen, terwijl zij, verdachte en haar mededader wisten, dat bovenomschreven geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.”

2.2.2

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“1. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 1444 e.v., voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] :

op 24 mei 2016 (...)

V: Wat heeft uw man u gegeven als bewaargoed?

A: (...) Het bewaargoed, hij heeft mij 5 euro gegeven, daarmee ben ik naar de [b-straat] gegaan, ik moest dat geven aan de man die daar naar toe kwam. Het bewaargoed was dus 5 euro. (...) [medeverdachte] heeft wel een bewaargoed bij mij achtergelaten in plastic (...)

V: Waarom moest u, als u iemand in een auto zou zien, met uw hand een vijf (5) maken?

(...)

A: Ik moet laten toen wie ik ben, het is als teken bedoeld dat de persoon bij mij moest zijn denk ik. (...) Ik moest 5 euro aan mijn man gegeven. [medeverdachte] is niet naar huis gekomen, hij was onderweg en zei dat ik hem 5 euro moest brengen.

(...) die plastic tas was voor die grijze polo, die heb ik eerder aan de man van de grijze polo afgegeven. En later heb ik de 5 euro aan [medeverdachte] gegeven die voor een andere man was. (...)

O: De tolk leest de passage uit dit gesprek aan haar voor waar het gaat over bewaargoed.

A: Ze had daar €15.000 euro liggen en dat heeft de politie ook meegenomen.

V: Dus bewaargoed is geld?

A: Ja dat is haar eigen spaargeld. (...)

2. Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] , p. 1220, voor zover inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :

Pagina 1220

V: Als het gehaald zou worden, was u daar alleen bij betrokken of soms ook andere?

A: Soms kreeg ik een telefoontje wanneer ik aan het werk was, en dan kon ik niet zelf het geld brengen. Maar het moest dan van de baas toch worden afgeleverd. Dan belde ik soms [verdachte] en vroeg dan of zij voor mij documenten wilde afleveren. (...) Als het [betrokkene 7] het deed voor mij dan wist hij wel wat ik deed. (...)

Pagina 1222

V: Dit is dus het schriftje waar de administratie in staat over de geldtransacties wat u moest doen?

A: Ja (...)

A: IN is het bedrag wat is binnengekomen en UIT geeft aan wat ik aan andere mensen heb gegeven.

V: Wat is de herkomst van de bedragen waar IN voor staat?

A: elke keer een andere stad, Rotterdam, Amsterdam. Rozendaal. Bergen op Zoom. Dat zijn de 4 steden waar ik het meestal moest halen. En dan meestal gewoon bij mensen op straat. (...)

Pagina 1223

V: Waar moesten de bedragen naar toe waar UIT voor staat?

A: Ik geef het aan de klanten waar ik opdracht van kreeg van de Baas. Ik kreeg vaak van Marokkanen maar ik gaf het aan Nederlanders, Indiërs, Pakistanen, zwarte mensen. Dat waren veel verschillende mensen. (...)

V: En als er 250 staat?

A: Dan is dat 250 duizend. Soms euro’s soms kronen. (...)

V: De derde kolom is opgeteld wat je op dat moment thuis hebt?

A: Ja klopt. (...)

3. Een schriftelijk stuk, te weten de bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen geldoverdrachten onderzoek […] (p. 421 e.v.), p. 443., voor zover inhoudende het tapgesprek TA09, sessienr. 119:

[medeverdachte] belt NN3048 en moet 30 overhandigen. (...)

4. Een schriftelijk stuk, te weten een pagina van het schrift van verdachte [medeverdachte] , p. 403, voor zover inhoudende de aantekening:

25-05 uit 30 (...)

5. Een schriftelijk stuk, te weten bijlage 7B bij het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 1460, voor zover inhoudende het tapgesprek met sessienummer 1991:

datum 25-05-2016 19:04:09 (...) [medeverdachte] belt uit met [verdachte] . (...) [medeverdachte] de man is daar bij nummer […] . Hij is met een grijze polo.

As. is goed

A. luister je moet snel terug want de ander komt ook voor die 5 euro

As. oke is goed

A. ga hem dat plastiek tas geven

As. oke dag

6. Een schriftelijk stuk, te weten bijlage 7C bij het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 1461, voor zover inhoudende het tapgesprek met sessienummer 1993:

datum 25-05-2016 19:15:43 (...) [medeverdachte] belt uit met [verdachte] . (...) [medeverdachte] vraagt of het klaar is met die ene. [verdachte] antwoord bevestigend. [medeverdachte] zegt dat de ander tegen hem zei dat hij over 15 mn daar zal zijn. (...)

7. Een schriftelijk stuk, te weten bijlage 7D bij het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 1462, voor zover inhoudende het tapgesprek met sessienummer 1994:

datum 25-05-2016 19:17:47 (...) [medeverdachte] belt uit [verdachte] . (...) [medeverdachte] vraagt [verdachte] om daar een rondje te gaan doen en om te kijken of iemand daar staat.

[verdachte] : Ja maar hoe moet het weten

A: als je iemand in een auto ziet dan vraag je wacht je op mij.. of je maakt 5 met je hand. (...)

8. Een schriftelijk stuk, te weten bijlage 7E bij het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 1463, voor zover inhoudende het tapgesprek met sessienummer 882:

datum 25-05-2016 19:21:32 (...) [verdachte] belt met [medeverdachte]

Er is niemand bij nummer […] en ook bij nummer […]

[verdachte] kan terug.

9. Een schriftelijk stuk, te weten bijlage 7F bij het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 1464, voor zover inhoudende het tapgesprek met sessienummer 1996:

datum 25-05-2016 19:25:05 (...) [medeverdachte] belt uit met [verdachte] . [verdachte] is terug naar huis. (...) [medeverdachte] vraagt aan [verdachte] om nog een keertje te gaan kijken. [verdachte] gaat nog een keer kijken.

10. Een schriftelijk stuk, te weten bijlage 7G bij het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 1465, voor zover inhoudende het tapgesprek met sessienummer 884:

datum 25-05-2016 19:30:24 (...) [verdachte] belt met [medeverdachte] . Er is niemand zegt [verdachte] . (...) [medeverdachte] zegt dat [verdachte] naar huis kan.

11. Een schriftelijk stuk, te weten bijlage 7H bij het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 1466, voor zover inhoudende het tapgesprek met sessienummer 2001:

datum 25-05-2016 19:50:36 (...) [medeverdachte] belt uit met [verdachte] . [verdachte] moet nu gaan want de persoon staat daar te wachten en hij is met iemand.”

2.2.3

Het hof heeft met betrekking tot de bewijsvoering verder het volgende overwogen:

“Het hof leidt in het bijzonder uit de volgende feiten en omstandigheden - in onderling verband en samenhang gezien - af dat het niet anders kan zijn dan dat de door medeverdachte [medeverdachte] overgedragen contante geldbedragen van enig misdrijf afkomstig zijn:

- Medeverdachte [medeverdachte] heeft op grote schaal grote contante geldbedragen vervoerd;

- Medeverdachte [medeverdachte] ontving het contante geld in een plastic zak en verpakte het contante geld vervolgens in stapels met cellofaan en plastic;

- Medeverdachte [medeverdachte] verborg de contante geldbedragen achter de wasmachine op zolder in de woning van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] ;

- In het getapte telefoonverkeer tussen medeverdachte [medeverdachte] en de andere medeverdachten en onbekend gebleven personen over de over te dragen geldbedragen, werd in versluierde taal over (het transport van) deze geldbedragen gesproken. In deze gesprekken werden bedragen afgekort tot ‘50’, ‘200’, of ‘een meter’;

- Bij het op 5 april 2016 op heterdaad aantreffen van medeverdachte [betrokkene 1] in een witte bestelbus van Renault met kenteken [kenteken] is in een verborgen ruimte in deze bestelbus een groot contant geldbedrag en een pistool aangetroffen;

- Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij bang was voor de mensen waarmee hij werkte;

- Medeverdachte [medeverdachte] wilde niet verklaren over bepaalde personen met wie hij werkte;

- Medeverdachte [medeverdachte] heeft een geheime ruimte in zijn auto laten inbouwen om de contante geldbedragen in op te bergen gedurende het vervoer voor de overdracht;

- Medeverdachte [medeverdachte] moest wel eens naar coffeeshops om geld op te halen;

- Medeverdachte [medeverdachte] ontving volgens zijn eigen verklaring gemiddeld € 2.000,- à € 5.000,- per maand als vergoeding voor de geldoverdrachten;

- Medeverdachte [medeverdachte] telde de geldbedragen niet;

- De geldoverdrachten vonden plaats op een openbare plaats;

- Bij de geldoverdracht werd een uniek kenmerk (token) gebruikt als afgiftebewijs, bijvoorbeeld het woord ‘Messi’, ‘Pepsi’, ‘Audi’ of een serienummer van een bankbiljet van kleine coupure, namelijk € 5,-;

- Medeverdachte [medeverdachte] gebruikte een PGP-Blackberry, teneinde versleutelde berichten te kunnen verzenden.

Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat het niet anders kan dan dat de door medeverdachte [medeverdachte] overgedragen contante geldbedragen en het door verdachte op 25 mei 2016 overgedragen contante geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - uit enig misdrijf afkomstig zijn.

Niet is gebleken dat de verdachte op de hoogte was van alle hierboven opgesomde feiten en omstandigheden. Zo is niet gebleken dat zij op de hoogte was van de aanwezigheid van een vuurwapen in de bestelbus van medeverdachte [betrokkene 1] . Niettemin is het hof op grond van de aan de verdachte wél kenbare feiten en omstandigheden van oordeel dat de verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op het witwassen van het contante geldbedrag dat zij heeft overgedragen op 25 mei 2016. Het hof overweegt daartoe dat de verdachte in opdracht van haar echtgenoot, medeverdachte [medeverdachte] , op 25 mei 2016 naar eigen zeggen ‘bewaargoed’ in een plastic tas (met daarin een contant geldbedrag van € 30.000,-) heeft afgegeven aan een onbekend gebleven persoon in een grijze Volkswagen Polo. Ze moest daarbij een € 5,- biljet dat zij van medeverdachte [medeverdachte] had gekregen aan de onbekende man gegeven, dan wel een teken met haar hand geven. Ook de plek waar dat gebeurde, namelijk niet in of voor haar woning, maar een plek iets van de woning verwijderd, is niet voor de hand liggend bij een legale transactie. Een en ander past volledig in het beeld dat uit de hierboven opgesomde feiten en omstandigheden omtrent de herkomst van het geld naar voren komt. Door te handelen zoals zij heeft gedaan, heeft de verdachte welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het door haar overgedragen goed (een plastic tas die een geldbedrag bleek te bevatten) van enig misdrijf afkomstig was en dat zij zich dus schuldig zou maken aan witwassen. Het hof is bovendien van oordeel dat verdachte dit witwassen tezamen en in vereniging met anderen heeft gedaan.”

2.3.1

Bij de beoordeling van het cassatiemiddel dient het volgende te worden vooropgesteld. Indien het gaat om feiten of omstandigheden die door de rechter redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring, dient de rechter die zich aldus - al dan niet in reactie op een bewijsverweer - beroept op bepaalde niet in de bewijsmiddelen vermelde gegevens, met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn overweging
a) die feiten of omstandigheden aan te duiden, en
b) het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend (vgl. HR 24 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7985).

2.3.2

Het hof heeft de in de bewijsoverweging onder de gedachtestreepjes genoemde feiten en omstandigheden redengevend geacht voor de bewezenverklaring. Het betreft hier mede gegevens die niet in de bewijsmiddelen zijn vermeld terwijl het hof in zijn overweging evenmin met voldoende mate van nauwkeurigheid het wettige bewijsmiddel heeft aangegeven waaraan het die feiten of omstandigheden heeft ontleend.

2.4

Het cassatiemiddel klaagt hierover terecht.

3. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel voor het overige en het tweede cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de cassatiemiddelen voor het overige niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 december 2020.