Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1859

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-11-2020
Datum publicatie
20-11-2020
Zaaknummer
20/01484
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:789, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Wvggz. Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel. Samenhang met 20/01636.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/1248
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/01484

Datum 20 november 2020

BESCHIKKING

In de zaak van

[betrokkene],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

hierna: betrokkene,

advocaat: G.E.M. Later,

tegen

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ROTTERDAM,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de officier van justitie,

advocaat: M.M. van Asperen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/10/590470 / FA RK 20-513 van de rechtbank Rotterdam van 30 januari 2020.

Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht.

De officier van justitie heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 20 november 2020.