Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1809

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-11-2020
Datum publicatie
17-11-2020
Zaaknummer
19/03015
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:851
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Economische zaak. Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. in uitoefening van agrarisch bedrijf nodige verzorging aan runderen onthouden (art. 2.2.8 Wet dieren). Betekening dagvaarding in h.b. na afloop tz. Dagvaarding in h.b. is na vergeefse aanbieding op BRP-adres van verdachte op dag van tz. in h.b. na tijdstip van behandeling van zaak (bij verstek) uitgereikt aan griffier Rb, terwijl op diezelfde datum afschrift van dagvaarding is verzonden naar BRP-adres. Uit stukken van geding kan worden afgeleid dat dagvaarding in h.b. pas is betekend (via uitreiking aan griffier) op tijdstip gelegen na tijdstip waartegen verdachte was gedagvaard. Gelet daarop is ’s hofs oordeel dat verdachte rechtsgeldig is gedagvaard voor tz. in h.b. onjuist. HR verklaart betekening dagvaarding in h.b. nietig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2020-0364
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/03015 E

Datum 17 november 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, economische kamer, van 3 juni 2019, nummer 21-003971-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het arrest van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt in de kern over het oordeel van het hof dat de dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend (uitgereikt).

2.2

In de uitspraak van het hof, die bij verstek is gewezen, ligt het oordeel besloten dat de verdachte behoorlijk is gedagvaard. De inhoud van de stukken die voor de beoordeling van het middel van belang zijn, is weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 6 tot en met 8. Uit deze stukken kan worden afgeleid dat de dagvaarding in hoger beroep pas is betekend – via uitreiking aan de griffier – op een tijdstip gelegen na het tijdstip waartegen de verdachte was gedagvaard. Gelet daarop is het oordeel van het hof dat de verdachte rechtsgeldig is gedagvaard voor de terechtzitting in hoger beroep onjuist.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 november 2020.