Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1794

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-11-2020
Datum publicatie
13-11-2020
Zaaknummer
20/02069
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:766, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Beschikking
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Verlening zorgmachtiging (art. 6:4 Wvggz). Telefonisch horen van betrokkene door rechtbank; art. 6 lid 1 Wvggz en art. 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid. Hoor en wederhoor m.b.t. bepaalde vormen van verplichte zorg; art. 3:2 lid 2 en art. 6:1 lid 8 Wvggz.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/1209
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/02069

Datum 13 november 2020

BESCHIKKING

In de zaak van

[betrokkene],
verblijvende te [verblijfplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

hierna: betrokkene,

advocaat: C. Reijntjes-Wendenburg,

tegen

OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT OOST-BRABANT,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de officier van justitie,

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/01/357993/ FA RK 20-1886 van de rechtbank Oost-Brabant van 8 mei 2020.

Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, M.J. Kroeze en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 13 november 2020.