Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1760

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-11-2020
Datum publicatie
10-11-2020
Zaaknummer
19/01755
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:822
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit witwassen, diefstal met braak en inklimming, deelname aan criminele organisatie, bewerken hennep en schuldheling. Art. 416.2 Sv. Aanwezigheidsrecht, detentie in buitenland (Duitsland) uit anderen hoofde gebleken uit in cassatie overgelegd stuk. Oproeping voor tz. in h.b. is uitgereikt aan huisgenoot van betrokkene op diens BRP-adres, terwijl betrokkene niet is verschenen op tz. in h.b. maar niet gemachtigde raadsman wel. Middel slaagt op redenen vermeld in arrest dat HR heeft gewezen in de met deze ontnemingszaak samenhangende strafzaak. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 19/01749 (strafzaak betrokkene), 19/01902 en 19/02025.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2020-0358
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/01755 P

Datum 10 november 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 maart 2019, nummer 21/003591-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt in het licht van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden over het oordeel van het hof dat met de behandeling van de zaak kon worden voortgegaan buiten aanwezigheid van de betrokkene. Het voert daartoe aan dat de betrokkene tijdens de behandeling van zijn zaak op de terechtzitting in hoger beroep in het buitenland was gedetineerd en dat hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.

2.2.1

Bij de aan de Hoge Raad gezonden stukken bevinden zich:
a. een akte van uitreiking die is gehecht aan het dubbel van de oproeping van de betrokkene in hoger beroep om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep van 27 maart 2019 en die inhoudt dat de geadresseerde op 28 september 2018 niet werd aangetroffen en de oproeping is uitgereikt aan een op dat adres aanwezige persoon;
b. het proces-verbaal van die terechtzitting dat inhoudt dat de betrokkene daar niet is verschenen, dat de raadsman van de betrokkene heeft verklaard niet uitdrukkelijk door de betrokkene te zijn gemachtigd de verdediging te voeren en dat het onderzoek is gesloten.

2.2.2

In cassatie is - door middel van aanhechting aan de schriftuur - een ‘Haftbescheinigung’ van 21 oktober 2019 overgelegd van de Justizvollzugsanstalt München. Dit stuk houdt in dat de betrokkene zich vanaf 17 oktober 2018 in Duitsland in voorarrest bevindt.

2.3

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad heden heeft gewezen in de met deze ontnemingszaak samenhangende strafzaak ECLI:NL:HR:2020:1759.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 november 2020.