Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1731

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-11-2020
Datum publicatie
03-11-2020
Zaaknummer
19/02900
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:895
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Openlijke geweldpleging, art. 141.1 Sr. 1. Uos t.a.v. bewijs. 2. Ambtshalve cassatie i.g.v. ontbreken van klacht over toepassing vervangende hechtenis bij opgelegde schadevergoedingsmaatregel, ook al geeft middel aanleiding voor toepassing van art. 80a RO?

Ad 1. HR: art. 80a RO.

Ad 2. HR n.a.v. ambtshalve opmerking CAG: HR ziet geen reden terug te komen op zijn beslissing van ECLI:NL:HR:2020:914 om geen gebruik te maken van zijn bevoegdheid tot ambtshalve cassatie in zaken waarin vervangende hechtenis is verbonden aan opgelegde schadevergoedingsmaatregel maar cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO n-o is, mede in aanmerking genomen dat bijzondere gebruik van instrument van ambtshalve cassatie in gevallen waarin art. 80a RO kan worden toegepast, niet snel aan de orde is (vgl. ECLI:NL:HR:2012:BX0146).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/1184
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/02900

Datum 3 november 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 6 juni 2019, nummer 22-003677-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. Roos, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot ambtshalve vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregelen vervangende hechtenis is toegepast en dat de Hoge Raad bepaalt dat telkens gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast.

De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (hierna: RO)).

2.2

Naar aanleiding van het gestelde in de conclusie van de advocaat-generaal verdient daarbij opmerking dat de Hoge Raad – mede in aanmerking genomen dat het gebruik van het bijzondere instrument van de ambtshalve cassatie in gevallen waarin artikel 80a RO kan worden toegepast, niet snel aan de orde is (vgl. HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0146, rechtsoverweging 2.7.1 en 2.7.2) – geen reden ziet terug te komen op zijn beslissing van HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914 om geen gebruik te maken van zijn bevoegdheid tot ambtshalve cassatie in zaken waarin vervangende hechtenis is verbonden aan een opgelegde schadevergoedingsmaatregel, maar het cassatieberoep met toepassing van artikel 80a RO niet-ontvankelijk is.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma, E.S.G.N.A.I. van de Griend, A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2020.