Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1718

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-11-2020
Datum publicatie
03-11-2020
Zaaknummer
19/04399
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:1026
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Diefstal d.m.v. braak, art. 311.1.5 Sr. 1. Onttrekking aan het verkeer van aardappelschilmes, art. 36c.3 Sr. 2. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr.

Ad 1. ‘s Hofs motivering van beslissing tot onttrekking aan het verkeer is gebaseerd op art. 36c.3 Sr. Uit bestreden uitspraak en p-v van tz. in h.b. kan echter niet worden afgeleid dat bij onderzoek op die tz. is gebleken dat bewezenverklaard feit met behulp van aardappelschilmes is begaan. HR gelast teruggave van voorwerp aan verdachte.

Ad 2. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte verplichtingen opgelegd om aan Staat ten behoeve van in arrest genoemde slachtoffers in arrest vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door in arrest telkens genoemd aantal dagen hechtenis. HR zal ’s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen v.zv. daarbij telkens vervangende hechtenis is toegepast overeenkomstig hetgeen is beslist in ECLI:NL:HR:2020:914. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.

Samenhang met 19/02421.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2020-0351
RvdW 2020/1195
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/04399

Datum 3 november 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 25 september 2019, nummer 22-001219-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.P. Visser, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor zover het de beslissing van het hof betreft met betrekking tot de onttrekking aan het verkeer van voornoemd in beslag genomen voorwerp en voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast. Ten aanzien van die schadevergoedingsmaatregel kan worden bepaald dat met toepassing van artikel 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast. Voor het overige kan het beroep worden verworpen.

2 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel komt op tegen de beslissing van het hof dat een inbeslaggenomen aardappelschilmes aan het verkeer onttrokken wordt verklaard.

2.2

De bestreden uitspraak houdt, voor zover voor de beoordeling van het cassatiemiddel van belang, het volgende in:

“Beslag

(...)

Ten aanzien van het onder 4 op de beslaglijst opgenomen voorwerp, te weten een aardappelschilmes, met behulp van welke het onder 1 ten laste gelegde feit is begaan, zal het hof de onttrekking aan het verkeer bevelen.”

2.3

Artikel 36c van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) luidt, voor zover in cassatie van belang:

“Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn alle voorwerpen:

1°. die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het feit zijn verkregen;

2°. met betrekking tot welke het feit is begaan;

3°. met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid;

4°. met behulp van welke de opsporing van het feit is belemmerd;

5°. die tot het begaan van het feit zijn vervaardigd of bestemd;

een en ander voor zover zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.”

2.4

De door het hof gegeven motivering van de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen aardappelschilmes is gebaseerd op artikel 36c, aanhef en onder 3°, Sr. Uit de bestreden uitspraak en het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep kan echter niet worden afgeleid dat bij het onderzoek op die terechtzitting is gebleken dat, zoals het hof heeft overwogen, het onder 1 bewezenverklaarde feit met behulp van het aardappelschilmes is begaan.

2.5

Het cassatiemiddel slaagt.

3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

4.1

Het hof heeft de verdachte de verplichtingen opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers de in het arrest vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het in het arrest telkens genoemde aantal dagen hechtenis.

4.2

De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof ambtshalve vernietigen voor zover daarbij telkens vervangende hechtenis is toegepast, overeenkomstig hetgeen is beslist in HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers telkens vervangende hechtenis is toegepast en wat betreft de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van het hiervoor genoemde inbeslaggenomen voorwerp;

- bepaalt dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers met toepassing van artikel 6:4:20 van het Wetboek van Strafvordering telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast;

- gelast de teruggave van het hiervoor genoemde inbeslaggenomen voorwerp aan de verdachte;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2020.