Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1644

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-10-2020
Datum publicatie
27-10-2020
Zaaknummer
19/03381
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:980
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verlaten plaats ongeval wetende dat aan verschillende auto’s schade is ontstaan door ander op bestuurdersstoel van auto te laten plaatsnemen, art. 7.1.a WVW 1994. Hof heeft in strijd met art. 359.2 Sv verzuimd gemotiveerd te beslissen op uos m.b.t. overschrijding redelijke termijn in e.a. Kan (eerste) politieverhoor verdachte worden aangemerkt als beginpunt redelijke termijn in e.a.? HR: Op redenen vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Uit pleitnota blijkt dat namens verdachte verweer is gevoerd inzake overschrijding van redelijke termijn. Nu uit stukken kan volgen dat redelijke termijn in h.b. niet is overschreden, is met hetgeen is aangevoerd klaarblijkelijk bedoeld te betogen dat redelijke termijn in e.a. is overschreden alsook dat totale duur van procesverloop in beide instanties redelijke termijn overschrijdt. Aldus is namens verdachte verweer gevoerd waarop hof op straffe van nietigheid uitdrukkelijk met reden omklede beslissing had moeten geven. Uit ’s hofs overwegingen blijkt niet van zo’n beslissing. HR doet zaak zelf door aan te nemen dat in e.a. redelijke termijn is overschreden en opgelegde geldboete met € 100 te verminderen. Samenhang met 19/03360.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2020-0339
RvdW 2020/1169
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/03381

Datum 27 oktober 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 juli 2019, nummer 22-003883-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I.T.H.L. van de Bergh, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de opgelegde straf, tot het verminderen van de opgelegde straf in de mate die de Hoge Raad gepast voorkomt en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat niet is beslist op het beroep op overschrijding van de redelijke termijn dat namens de verdachte is gedaan.

2.2

Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 7 tot en met 9.

2.3

De Hoge Raad zal de zaak zelf afdoen. Aangenomen moet worden dat in eerste aanleg de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde geldboete van € 1.000, subsidiair twintig dagen hechtenis.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis;

- vermindert de geldboete en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze € 900, subsidiair achttien dagen hechtenis, bedragen;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2020.