Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1643

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-10-2020
Datum publicatie
27-10-2020
Zaaknummer
19/03360
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:979
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr), poging tot oplichting (art. 326 Sr) en begunstiging (art. 189.1.1 Sr) door zich voor te doen als bestuurder van auto, die betrokken was bij verkeersongeval, en in die hoedanigheid in strijd met waarheid aanrijdingsformulier in te vullen en naar haar verzekeraar te sturen. Heeft hof door vonnis Rb te bevestigen in strijd met art. 359.2 Sv verzuimd gemotiveerd te beslissen op beroep van raadsman op overschrijding redelijke termijn in e.a.? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/03381.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/1168
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/03360

Datum 27 oktober 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 juli 2019, nummer 22-003908-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I.T.H.L. van de Bergh, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2020.