Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:163

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-02-2020
Datum publicatie
04-02-2020
Zaaknummer
18/04367
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:1431
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Overschrijding maximumsnelheid met 79 km/u, art. 62 jo. bord A1 RVV 1990. Schriftuur tardief doordat geen mededeling betekening is ontvangen? HR: Op gronden vermeld in de CAG is verdachte n-o. CAG: griffiersbetekening aanzegging in cassatie op juiste wijze geschied. Afschrift verzonden op door raadsman opgegeven adres. Bij ontbreken aanwijzing dat bij de verzending iets is misgegaan moet voorbijgegaan worden aan de enkele – verder niet onderbouwde – stelling dat de mededeling door raadsman nimmer is ontvangen. Samenhang met 18/04371 (niet gepubliceerd).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2020-0040
RvdW 2020/243
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/04367

Datum 4 februari 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 19 september 2018, nummer 22/004616-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend, die echter pas bij de griffie van de Hoge Raad is ingekomen nadat de daartoe in de wet gestelde termijn was verlopen.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal kan de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte niet in behandeling nemen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 februari 2020.