Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1587

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-10-2020
Datum publicatie
09-10-2020
Zaaknummer
19/00627
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:466, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2018:10121, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Overheidsprivaatrecht. Aankoop bedrijfsterrein door gemeente. Staatssteun? Gevolgen niet-aanmelden ex art. 108 lid 3 VWEU: gehele of partiële nietigheid (art. 3:41 BW)? Wettelijke rente over terugbetaling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2020/528
RvdW 2020/1083
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/00627

Datum 9 oktober 2020

ARREST

In de zaak van

GEMEENTE HARLINGEN,
zetelende te Harlingen,

EISERES tot cassatie, verweerster in het incidenteel cassatieberoep,

hierna: de gemeente,

advocaten: P.A. Fruytier en J.F. de Groot,

tegen

[verweerster] HOLDING B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidenteel cassatieberoep,

hierna: [verweerster],

advocaten: M.W. Scheltema en G.C. Nieuwland.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/17/125121 HA ZA 13-48 van de rechtbank Noord-Nederland van 1 juli 2015 en 16 december 2015;

  2. de arresten in de zaak 200.188.628/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 september 2017 en 6 november 2018 aangevuld bij arrest van 20 november 2018.

De gemeente heeft tegen de arresten van het hof van 6 november 2018 en 20 november 2018 beroep in cassatie ingesteld.

[verweerster] heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de gemeente mede door M.C. van Heezik.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep.

De advocaten van partijen hebben ieder schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

  • -

    verwerpt het beroep;

  • -

    veroordeelt de gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de gemeente deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;

in het incidentele beroep:

  • -

    verwerpt het beroep;

  • -

    veroordeelt [verweerster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de gemeente begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verweerster] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.H. Sieburgh op 9 oktober 2020.