Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1556

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-10-2020
Datum publicatie
06-10-2020
Zaaknummer
18/02120
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:899
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2017:3505
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplichtigheid aan telen en aanwezig hebben van hennep in woning, art. 3.B en 3.C Opiumwet. HR ambtshalve: OM n-o in vervolging. Verdachte overleden (art. 69 Sr). Samenhang tussen 18/00173, 18/00190, 18/02118 en 18/02120.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/02120

Datum 6 oktober 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 5 december 2017, nummer 22/000584-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. Namens de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] heeft J.W. Landman, advocaat te Leiden, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de opgelegde straf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De advocaat van de benadeelde partij heeft daarop schriftelijk gereageerd.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof Den Haag en van het vonnis van de rechtbank Den Haag en tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in de vervolging.

2 Overlijden van de verdachte

Volgens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de directeur van de Dienst Publieke Zaken van de gemeente Den Haag gewaarmerkt uittreksel van een akte van de burgerlijke stand van de gemeente Altea (Spanje) is de verdachte op 29 september 2019 te Altea (Spanje) overleden.

Daarom is op grond van artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof en de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 14 januari 2015;

- verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 oktober 2020.