Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1529

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-09-2020
Datum publicatie
29-09-2020
Zaaknummer
19/00022
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:870
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verdachte n-o in h.b. nu OvJ en verdachte afstand hebben gedaan van het instellen van rechtsmiddelen bij de Pr. Middelen over het ontbreken van de zittingsaantekeningen van de griffier bij afwezigheid van een p-v van de ttz van de Pr, de afwijzing van het verzoek een meegebrachte getuige te horen en over het in strijd met de wet wijzen van een mondeling arrest door de meervoudige kamer van het hof, welk verzuim het hof vervolgens zou hebben geprobeerd te herstellen door het nadien op schrift stellen van een (veel) uitvoeriger en afwijkend arrest wat niet in het openbaar is uitgesproken. HR: art. 81. 1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/1073
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/00022

Datum 29 september 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 december 2018, nummer 21/004271-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Visscher, advocaat te Amersfoort, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 september 2020.