Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1491

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-09-2020
Datum publicatie
25-09-2020
Zaaknummer
19/02349
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:389, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2019:1378, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Schadevergoeding wegens wanprestatie. Schadestaatprocedure. Diverse klachten, o.m. over gezag van gewijsde uitspraak in ander geding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/1027
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/02349

Datum 25 september 2020

ARREST

In de zaak van

LIRO B.V.,
gevestigd te Groningen,

EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

hierna: Liro,

advocaat: N.C. van Steijn,

tegen

WEHKAMP B.V.,
gevestigd te Zwolle,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

hierna: Wehkamp,

advocaat: R.T. Wiegerink.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/08/157961/ HA ZA 14-324 van de rechtbank Overijssel van 29 juni 2016;

  2. het arrest in de zaak 200.201.780/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2019.

Liro heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Wehkamp heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.

De advocaat van Liro heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • -

    verwerpt het principale beroep;

  • -

    veroordeelt Liro in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Wehkamp begroot op € 6.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Liro deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren G. Snijders, als voorzitter, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 25 september 2020.